Dagen praten over de sojaboon

Onderzoeker Greetje Schouten bestudeerde Ronde Tafels Dat zijn gesprekken tussen producenten, handelaren en afnemers om landbouwgewassen duurzamer te maken Werkt al dat praten nou?

De sojaoogst in Brazilië. De sojateelt is heel moeilijk te verduurzamen, omdat het buiten het zicht van de consument gebeurt. Foto EPA

redacteur wetenschap

Persoonlijk let ontwikkelingswetenschapper Greetje Schouten (31) er altijd op of de producten die zij koopt duurzaam zijn. En natuurlijk heeft ze allang gezien dat het chocolaatje dat ze bij de koffie krijgt in de oranjerie van de Hortus Amsterdam duurzaam is. „Deze cacao is zelfs biologisch én fairtrade”, zegt ze wijzend op de logo’s op het wikkel.

Maar duurzaamheid van veel andere producten is vaak onzichtbaar, omdat ze als ingrediënt zijn verwerkt. Dat is ook zo bij palmolie en soja, de tropische landbouwproducten waarop het promotieonderzoek van Schouten zich richtte. „Palmolie zit ongemerkt in de helft van de producten in de supermarkt”, zegt ze. „In zeep, koekjes en wasmiddelen. Op het etiket is dat niet te zien, er staat hooguit op dat het product ‘plantaardige olie’ bevat. En soja is voor consumenten vaak al helemaal onzichtbaar. Het wordt gebruikt als veevoer, maar op een hamlapje bijvoorbeeld staat nergens vermeld dat het varken dat gegeten heeft.”

Om de tafel, zonder de overheid

Schouten deed bestuurkundig onderzoek naar zogeheten rondetafelorganisaties, grote internationale vergaderingen van producenten, handelaren, afnemers en maatschappelijke organisaties, die tot doel hebben de productie van (meestal tropische) landbouwgewassen duurzaam te maken. In het geval van palmolie en soja gaat het vaak over de aanleg van nieuwe plantages, omdat die ten koste gaan van oorspronkelijk regenwoud of andere natuur. Maar ook zaken als eerlijk loon, kinderarbeid en het werken met gevaarlijke bestrijdingsmiddelen komen ter sprake. De organisaties maken afspraken met bedrijven en geven certificaten uit die een duurzame productie moeten garanderen. Het is puur een privaat initiatief, overheden praten hierin niet mee.

Schouten onderzocht het functioneren van de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie (RSPO) en de Ronde Tafel voor Verantwoorde Soja (RTRS) aan de hand van observaties en interviews. Op de dag van haar promotie op 4 november zond onderzoeksfinancier NWO een persbericht uit: ‘Ronde Tafels voor duurzame landbouw zijn niet in staat duurzaamheidsproblemen fundamenteel aan te pakken’. Schouten schrok van de uitwerking. „Op internet, Twitter en discussiefora werd er heel selectief uit geciteerd”, zegt ze nog steeds een beetje ontdaan. De indruk werd gewekt dat nu wetenschappelijk was aangetoond dat rondetafelgesprekken niets hadden opgeleverd. „Dat is een beetje ongelukkig”, zegt Schouten. „Ze hebben heel wat in gang gezet; duurzaamheid is echt op de agenda gekomen. Maar het doel om de hele industrie te verduurzamen, is nog lang niet gehaald.”

Hoe duurzaam is het nu dan?

„In de palmolie is de invloed van het rondetafelgesprek sterker dan in de soja. Dat is onder andere te danken aan de voortrekkersrol van Unilever, een van de grootste afnemers van palmolie en vanaf het begin voorzitter van de Ronde Tafels. Het scheelt dat Unilever merknamen hoog te houden heeft. Soja wordt voornamelijk verhandeld door grote graanbedrijven, die veel meer buiten het zicht van de consument werken. In vlees heb je minder merknamen. Dat deze rondetafelorganisatie minder succesvol is, komt in mijn ogen hoofdzakelijk omdat de bedrijven er in economische zin veel minder belang bij hebben te verduurzamen.

„Volgens de RSPO is nu 15 procent van de palmolieproductie duurzaam, dat is veel in vergelijking met andere sectoren. Maar het betekent natuurlijk ook dat 85 procent van de palmolie nog steeds op dezelfde niet-duurzame wijze geproduceerd wordt. Die gaat vooral naar China, India, Pakistan en Indonesië zelf. Daar is de vraag naar duurzame productie vaak nog helemaal niet aanwezig.”

Hoe gaat het er bij rondetafelconferenties eigenlijk aan toe?

„Het zijn enorme vergaderingen van honderden afgevaardigden van bedrijven en belangenorganisaties. Zo’n bijeenkomst duurt meestal drie dagen, waarbij op de laatste dag besluiten worden genomen. Ik bezocht zelf in 2009 de Ronde Tafel over duurzame soja in Campinas, Brazilië en die voor duurzame palmolie in Kota Kinabalu, Maleisië in 2011. Er wordt wel eens over geschamperd dat ze altijd georganiseerd worden in vijfsterrenresorts. Maar het belangrijkste speelt zich af buiten de conferentiezalen. Je ziet steeds kleine groepjes zich afzonderen voor een gesprek waarin iets uitonderhandeld wordt.”

Er zitten opvallend veel Nederlanders bij deze gesprekken, hoe komt dat?

„Ja, dat is mij ook opgevallen. Met Rotterdam als grote doorvoerhaven voor het Europese achterland is Nederland mondiaal een van de grootste importeurs van soja en palmolie.

„De organisatie met veel belanghebbenden past helemaal in het Nederlandse poldermodel. Het zijn vooral Westerse initiatieven.”

Zit er ook een element in van schuldbesef over het koloniale verleden?

„Dat is een gevaarlijke vraag. Maar het verleden speelt soms wel een rol. Juist van de productiekant worden duurzaamheidsinitiatieven soms als neokolonialistisch ervaren. Dan reageren ze met: ‘daar heb je hen weer met hun regels’ of: ‘jullie hebben toch ook geen oerbos meer?’ Ik denk dat het een heel legitiem standpunt is dat deze landen hun soevereiniteit willen bewaken. Ze zeggen dat ze de export van deze landbouwproducten ook nodig hebben om de armoede in hun land te bestrijden.”

Wat is de winst van de Ronde Tafels?

„In veel bedrijven is er echt iets veranderd. Op zijn minst is het onderwerp bespreekbaar geworden voor de industrie. In Maleisië en Indonesië beginnen overheden het nu ook op te pakken. Misschien gaan de maatregelen van rondetafelorganisaties niet altijd ver genoeg, maar het is wel een manier om als industrie je verantwoordelijkheid te nemen. Als het gaat om het behoud van het bos, gaat dit niet de oplossing bieden, de aanleg van plantages is namelijk niet de enige bedreiging die een rol speelt.”

Is de kritiek van milieuorganisaties op de rondetafelgesprekken terecht?

„Tegenstanders vrezen dat grote bedrijven met deze initiatieven alleen maar goede sier willen maken, terwijl in werkelijkheid niets wordt verbeterd aan de duurzaamheid. Een zwak punt is de vrijwilligheid. Bedrijven die niet geloven in duurzaamheid, doen eenvoudigweg niet mee. De leden van de RSPO leveren bijvoorbeeld samen slechts 40 procent van de wereldproductie. En zelfs daarvan is maar een gedeelte gecertificeerd als duurzaam; 15 procent van de wereldproductie. Dat betekent dus dat er heel wat leden zijn die hun eigen standaard niet naleven. De rondetafelorganisaties krijgen dan ook te horen dat ze veel te vrijblijvend zijn

„Andere kritiek is dat Ronde Tafels vooral het belang van grote bedrijven dienen. Milieuorganisaties zeggen dat grootschaligheid niet duurzaam kan zijn omdat het een monocultuur levert die slecht samengaat met natuurwaarden.”