Cornelius Gurlitt wil zijn kunst terug

Cornelius Gurlitt weigert zijn kunstcollectie aan de staat te schenken. Dit zegt hij in het Duitse weekblad Der Spiegel. De meer dan 1.000 kunstwerken die een Beierse opsporingsdienst uit zijn appartement heeft gehaald, wil hij terug.

Verschillende autoriteiten suggereerden de laatste dagen dat een eigendomsoverdracht van Gurlitt aan de staat een oplossing biedt. Als werken uit de collectie onrechtmatig zijn verkregen door Gurlitts vader Hildebrand, zoals de autoriteiten vermoeden, dan zijn die strafbare feiten verjaard. Maar als Gurlitt de kunst vrijwillig overdraagt, kunnen die de werken toch teruggeven aan erven van de oorspronkelijke eigenaren.

Gurlitt meent dat de Duitse justitie in de afgelopen 20 maanden voldoende tijd heeft gehad om de herkomst van de werken te onderzoeken. Hij meent bovendien genoeg bewijs te hebben geleverd voor de rechtmatigheid van zijn bezit. Gurlitt vraagt zich af „wat voor land” dit is „waarin de staat je collectie publiek kan maken?”

De Frankfurter Allgemeine en andere Duitse kranten vallen hem bij. De Frankfurter kopte gisteren: waar is de rechtsstaat? Twee weken na de onthulling van de inbeslagname is volgens de krant de slechtste van mogelijke situaties ontstaan. Justitie heeft geen been om op te staan, omdat de strafbaarheid van roofkunst in Duitsland – anders dan in landen als Nederland en Frankrijk – al in 1975 is verjaard. De krant vindt het pijnlijk dat het buitenland en erfgenamen van beroofde joden zo duidelijk zien dat Duitsland niet in staat is om op een ethisch juiste manier met de gevolgen van het naziverleden om te gaan.

Nog steeds wordt Gurlitt alleen verdacht van belastingontduiking. Indien bewezen, kunnen enkele werken volstaan om een eventuele boete te betalen. Dat deze zaak zo lang sleept, is volgens de Duitse pers vooral het gevolg van Gurlitts naïeve meegaandheid. Hij heeft nog geen advocaat.