Buitenproportionele straffen

Een vrachtwagenchauffeur uit Oss die in 2011 een dodelijk verkeersongeluk had veroorzaakt, werd in juli van dit jaar door het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot een boete van 2.000 euro. Het hof legde hem ook een rijverbod van zes maanden op, maar besloot meteen dit gedeelte van het vonnis niet ten uitvoer te brengen, omdat de man uit hoofde van zijn beroep niet zonder rijbewijs kan. Bij het verkeersongeval was hij met zijn vrachtauto ingereden op een stilstaande legertruck die vol zat met militairen. De bestuurder van de legertruck werd gedood, diverse andere militairen raakten (zwaar)gewond.

De Spaanse beroepstennisster Nuria Llagostera Vives kwam er, in vergelijking met de chauffeur, minder genadig af. Haar werd vorige week voor twee jaar het recht ontzegd om haar sport en beroep uit te oefenen, omdat in haar urine d-methamfetamine was aangetroffen. Dat wordt gebruikt om vet sneller te laten verbranden, maar het kan ook eens stimulerend effect hebben. Doping dus. Haar verweer, dat ze mogelijk uit een verkeerde bidon had gedronken, werd niet serieus genomen. Of de 33-jarige Llagostera haar carrière over twee jaar nog kan vervolgen, is twijfelachtig.

Maar Llagostera heeft relatief nog geluk in vergelijking met de wielrenner of de atleet die in 2015 op epo, testosteron of een ander ‘zwaar’ dopingmiddel wordt betrapt. Hem of haar wacht na die eerste overtreding van het dopingreglement een schorsing, anders gezegd een beroepsverbod, van vier jaar. Daarmee is deelname aan bijvoorbeeld de eerstkomende Olympische Spelen uitgesloten. Een tweede overtreding is goed voor levenslang.

Het is de consequentie van de nieuwe code die het wereld-antidopingbureau Wada heeft vastgesteld en die vrijdag in Johannesburg op de wereldconferentie van deze organisatie werd aanvaard. Bovendien ‘verjaart’ een dopingovertreding straks nog later. Als na tien jaar (nu nog acht jaar) een bloed- of urinestaal van een sporter bij heronderzoek toch sporen van verboden middelen blijkt te bevatten, wordt hij alsnog bestraft. Of de sporter dat middel bewust heeft gebruikt, wordt aan het oordeel van de tuchtrechter overgelaten. Uitgangspunt blijft dat een sporter verantwoordelijk is voor wat er in zijn lichaam wordt gevonden. Het is aan hem of haar om zijn onschuld te bewijzen.

Sporters verbinden zich aan de regels van nationale en internationale sportbonden die de Wada-code tekenen. Ze kennen dus de consequenties van een dopingvergrijp. Dat neemt niet weg dat de straf in een redelijke verhouding met de overtreding hoort te staan. En dus niet buitenproportioneel moet zijn. Dat is hier wel het geval.