Avontuur zit alleen nog in gekke kleine hoekjes

Popliefhebbers stonden dit weekend voor grote dilemma’s op Crossing Border. Ging je naar Villagers in de Koninklijke Schouwburg? Dan miste je White Denim in het Nationale Toneelgebouw. Koos je voor de Ierse zanger Glen Hansard? Dan ging Phosphorescent aan je voorbij.

Alles begon zo ongeveer tegelijk op het Haagse festival voor muziek en literatuur, met lange pauzes tussendoor. Veel Crossing Bordergangers hielden het randprogramma voor gezien en nestelden zich ruim van tevoren in de schouwburg voor hun favoriete band of zanger. Het festival begon zo steeds meer op een ordinaire bandjesavond te lijken, waarop gekozen kon worden tussen het weldadige pluche van de Schouwburg en de meer rockclub-achtige sfeer op de vlakke vloer van het Nationale Toneel.

Als gewoonlijk presenteerde Crossing Border een indrukwekkend palet aan exclusieve concerten, waarbij voorspelbaarheid op de loer lag. De Ierse Villagers stonden al op veel andere popfestivals, maar vielen hier prachtig op hun plaats met een aandachtig publiek en een uitgebreide bezetting met Nederlandse blazerssectie. Zanger Conor O’Brien bloeide op als bevlogen verhalenverteller, en bracht solo met akoestisch gitaar een mooi rustpunt.

Bij het Amerikaanse Phosphorescent was er een uitdagende mix van intense, met overslaande stem gebrachte rock en zoete country waarin de steelgitaar de show stal. Glen Hansard vertolkte Ierse romantiek van de gestampte pot. Oudere meisjes zwijmelden in de theaterstoelen bij deze hoofdrolspeler uit de film Once. White Denim combineerde gruizige psychedelica met hakkelende zang en gitaren die zich tussen improvisatie en machinale precisie bewogen.

Op dag twee waren het vooral de vrouwenbands die de show stalen, met het explosieve optreden van Savages als hoogtepunt naast de mattere vertoning van Warpaint.

Allebei bouwden ze voort op muziek uit de jaren tachtig: Savages op de new wave van Siouxsie & the Banshees en Killing Joke en Warpaint op de galmende zang van Cocteau Twins met een wat steviger basis. De Amerikaan John Grant verloor zich al te zeer in zijn nieuwe liefde voor elektronica, met een IJslandse band die zijn warme bromstem liet verdrinken in zompige decibellen.

De integratie van pop en literatuur viel wel weer prachtig op zijn plaats bij de Schotse teddybeer Aidan Moffat, die folkliedjes op de autoharp afwisselde met gesproken woord en poëzie. Verjaardagsdichter Nico Dijkshoorn wist de noodzaak van zijn aanwezigheid minder kracht bij te zetten. Als een vriendelijke opa zong hij een melige hoempaversie van Lou Reeds Rock & roll. Eerder had de zanger van het heftige Deathfix verkondigd dat Reed de ideale combinatie van rock en literatuur belichaamde.

Voor grensverleggende muziek waren aller ogen gericht op These New Puritans, die strenge muziek brachten op het snijvlak van modern klassiek en de soundtrack voor een gotische film noir. Het tekende de banalisering van Crossing Border dat deze ‘moeilijke’ muziek al na één nummer een stroom van weglopers teweeg bracht. Met een paar lekkere publiekstrekkers redt Crossing Border het prima, maar het avontuur zat alleen in gekke kleine hoekjes. Zoals het duo Shovels & Rope dat het festival afsloot met innemende vuilnisbakkenblues.

Jan Vollaard