Ziekte van bindweefsel kan gestopt

De groei van bindweefsel in ontstoken of vergiftigde organen en littekens is waarschijnlijk af te remmen. Doorgeschoten bindweefselgroei kan bijvoorbeeld een lever of long helemaal uitschakelen. De ziekte kan dodelijk zijn. Onderzoekers uit Edinburgh en San Francisco hebben een middel ontdekt dat de bindweefselvorming sterk remt. Het werkt bij muizen met long- en leverfibrose. Die ziekten zijn in het eindstadium bij mensen alleen met orgaantransplantatie te genezen (Nature Medicine, online, 10 november).

Fibrose is een belangrijke doodsoorzaak. Zelfs de belangrijkste, zeggen mensen die niet in de standaardcategorieën van infecties, kanker of hartziekten denken. 45 procent van alle sterftegevallen is aan één of andere vorm van fibrose toe te schrijven. Fibrose kan in alle organen en weefsels toeslaan. Het ontstaat door chronische ontstekingen, infecties, of de effecten van giftige stoffen. In het getroffen weefsel of orgaan gaan gezonde cellen verloren en worden vervangen door bindweefselcellen.

Bindweefselcellen liggen altijd ingebed in taaie tussencelstof – voornamelijk het eiwit collageen. Elk orgaan bevat wel wat bindweefsel. Dat geeft stevigheid. Als gezond weefsel verloren gaat – door gif, ontsteking of verwonding – ontstaat een litteken. Bij fibrose loopt dit uit de hand. Bepaalde bindweefselcellen, de myofibroblasten, maken dan buitensporige hoeveelheden collageen waardoor gezond weefsel verloren gaat. Ze worden tot die doorgroei aangezet door de Transforming Growth Factor β (TGFβ). TGFβ wordt weer door bepaalde eiwitten, av-integrines, gestimuleerd. Door toedienen van een stof die de integrines stillegt, lukte het niet om bij muizen nog long- lever- of nierfibrose op te wekken. Die stof wordt mogelijk een medicijn tegen fibrose. Huup Dassen