‘Wetenschappers moeten vragen uit de samenleving ophalen’

De publieke verwarring waar Piet Borst bang voor is, heeft allang toegeslagen, zeggen ‘de rebellen’. De maatschappij moet worden betrokken bij het formuleren van de nationale onderzoeksagenda.

Piet Borst heeft gelijk, wetenschap is nog steeds de beste manier om de wereld om ons heen te begrijpen. Maar dat betekent niet dat wetenschappers altijd eenduidige antwoorden kunnen geven op complexe kwesties zoals klimaatverandering of schalie- gasboringen. Dergelijke kwesties hebben baat bij degelijk onderzoek – maar wetenschap verschaft geen zekerheid. We moeten niet de illusie hebben dat wetenschappelijk onderzoek deze kwesties op kan lossen. Dat vergt een ingewikkelde politiek-maatschappelijke afweging.

Borst vreest dat meer openheid over controverses en onzekerheden in de wetenschap tot verwarring zal leiden onder het publiek. Wij constateren dat de verwarring al heeft toegeslagen. Hij zal toch niet bedoelen dat er geen openheid mag worden gegeven over tegenstrijdige visies op het nut van een vaccinatiecampagne? Over de mogelijkheid om kanker te genezen? Of over de onzekerheden in klimaatmodellen? En “verwarring” had misschien eerder kunnen leiden tot kritische vragen over de rigiditeit van economische modellen voor de risicobeoordeling van financiële producten.

Vanuit democratisch oogpunt is het zaak om de maatschappij te betrekken bij het formuleren van de nationale onderzoeksagenda. Dat gaat verder dan het Topsectorenbeleid, maar betekent natuurlijk niet dat burgers moeten stemmen over onderzoeksvoorstellen. Het betekent wel dat wetenschappers vragen uit de maatschappij ophalen en de mogelijke afnemers van hun resultaten opzoeken.

Democratie is een verfijnd raderwerk en zelfs ‘stemmen’ is maar een van de vele manieren van inspraak. Om de agenda voor de wetenschap te bepalen denken wij aan vormen van ‘deliberative democracy’ waar Mark Brown en Sheila Jasanoff op onze conferentie bij de KNAW over spraken. Kankeronderzoekers moeten in gesprek met patiëntenverenigingen en het KWF. Sociologen en onderwijskundigen moeten praten met de bewoners van achterstandswijken.

Borst vraagt terecht of Miedema als decaan zelf wel in actie komt. Het UMC Utrecht brengt diverse ideeën van Science in Transition sinds enige jaren in praktijk. Het wetenschappelijk onderzoek is geconcentreerd in zes multidisciplinaire programma’s die zich richten op een beperkt aantal ziekten. Vragen uit de zorg vormen de basis voor basaal en klinisch onderzoek dat mikt op daadwerkelijke verbetering van zorg. Het UMC Utrecht investeert in risicovol langdurig onderzoek. Zo ontwikkelt een team van natuurkundigen en radiologen een combinatie van een MRI-scanner en een bestralingsapparaat. Een wereldprimeur die van grote invloed kan zijn op de behandeling van kanker. De onderzoeksprogramma's worden geëvalueerd door internationale topwetenschappers samen met vertegenwoordigers van collectebusfondsen zoals het Longfonds en de Hartstichting. Het adagium daarbij is: ‘niet tellen, maar lezen’.

Het kán dus wel, het wetenschappelijke systeem stap voor stap veranderen. Sommige problemen zijn echter systemisch en groter dan individuele kennisinstellingen aan kunnen. Dat is de kernboodschap van Science in Transition. Wij blijven daarom in gesprek met de KNAW, NWO en de VSNU, met rectoren en decanen en bovenal: met studenten en wetenschappelijk en onderwijzend personeel.

Namens Sciece in transition Frank Miedema, Wijnand Mijnhardt, Huub Dijstelbloem en Frank Huisman.