Wereldtop

Zou Louis van Gaal gezien hebben hoe Colombia de Rode Duivels van hun wolk speelde? De oefenwedstrijd was een enerverend werkstuk. Fris en speels voetbal. De Latijns-Amerikanen superieur. Eerder deed de Nederlandse bondscoach denigrerend over de nummer vier van de wereld. Hij wou Colombia niet eens zien als outsider in Brazilië. „Japan is een beter team.”

Dat zal de komende dagen nog moeten blijken tijdens de oefenwedstrijden van Oranje. Technisch en tactisch kan Van Gaal de Colombianen nog weinig leren. Ze spelen modern pressievoetbal en het elftal druipt ook nog eens van individuele klasse. Welke centrumspits in Europa zou beter zijn dan Radamel Falcao? En is James Rodríguez niet een voetballer naar het hart van Louis? Het luchthartige wegwuiven van Van Gaal ten spijt is het Colombiaanse elftal van de Argentijnse coach José Pekerman wereldtop.

Brille en tempo vanuit een strikte organisatie.

Het dedain van Van Gaal zal wel meer bluf dan inzicht zijn. In het verlengde van de oude, bizarre illusie: „Wij zijn de besten van de wereld.” Nou, bij Ajax, PSV en Feyenoord is dat niet terug te zien. En de defensie van Oranje hoort thuis in een revalidatiecentrum voor kreupelen.

Duidelijk is dat bouwmeester Van Gaal nog volop aan het antichambreren is. Zoals steeds met aplomb en zelfverklaarde humor.

Tot enige dichtkunst wil het helaas niet meer komen.

In onbewaakte momenten zie je dat Louis mentaal afscheid aan het nemen is van het Nederlands elftal en bij uitbreiding van het internationale voetbal. Ik verwacht hem de komende jaren vooral in het lezingencircuit. Of in reclamespots als promotieboer van fijne vleeswaren en groenten. Vastgoed zou ook kunnen. Louis is mij iets te vrolijk en te krols geworden voor de barre kou van een dug-out – tekenen van onthechting. Zelfs op persconferenties maakt hij nu grapjes.

Zou hij zelf nog wel geloven in de wereldtitel? Robin van Persie is moe, Arjen Robben immer fragiel, Sneijder en Van der Vaart lusteloos, der dagen zat bijna, en er is niet eens een vaste keeper. Strootman wil nog wel en Siem de Jong zal ook gretig zijn, maar daarmee kom je niet aan wereldklasse.

Er is het aanstormend jonge geweld, maar toch hangt over Oranje een VUT-sfeertje. Conform de eredivisie: van rustige vastigheid naar rustige vadsigheid.

Voor Hollands glorie moeten we in Sotsji zijn, niet in Rio. Vrees ik.

In afwachting fabuleren we over de titanenstrijd tussen Cristiano Ronaldo en Zlatan Ibrahimovic. Wie van de twee mag naar Brazilië? Bij welke afvaller bloeden de harten van voetballiefhebbers het hardst? Elk WK haalt zijn eigen sterren uit de anonimiteit. Gerenommeerde vedetten worden zelden aanbeden toernooispelers.

In goddelijke bevliegingen zijn Ronaldo en Zlatan elkaar waard. Verder zijn ze onvergelijkbaar. Zoals Robin van Persie en Dennis Bergkamp ook onvergelijkbaar zijn. Of Willem van Hanegem en Johan Neeskens. Of Falcao en Rooney.

De opgeklopte tweestrijd tussen de Portugees en de Zweed ademt de treurigheid van een goksyndicaat. Het is een zinloos slagroomgevecht. Messi heeft misschien meer talent dan Ronaldo, maar reikt niet tot aan zijn enkels in uitstraling. Het machtige lichaam van Cristiano fluoresceert altijd, zonder bal loopt Zlatan erbij als een houthakker. Het zegt allemaal weinig over de magie van de wreef.

Zlatan is efficiënt, Ronaldo is kunst. Beleefder en wereldser ook dan zijn Zweedse opponent.

In de WK-keuze voor Ronaldo of Zlatan gaat het om artificiële competitie. Mijn helden van het EK’88 waren Berry van Aerle en Adri van Tiggelen. Voor het WK in Brazilië reken ik op de Japanner Keisuke Honda.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.