Waarom investeren bedrijven zo weinig?

Er valt ook geen feest te vieren met die economen. Zijn we eindelijk uit de recessie, is er geen econoom te vinden die staat te juichen. De economen van de Rabobank vatten het donderdag treffend samen: de Nederlandse economie ervaart een kleiner wordende krimp, maar er is geen duidelijke bron van groei. Wordt daar maar eens optimistisch van.

Terecht wees iedereen als hoofdzwakte naar de huishoudens en hun nog immer dalende consumptie. Zolang die niet meer gaan uitgeven, blijft het behelpen. En voorlopig komt dat er waarschijnlijk niet van, want huishoudens moeten hun woonschulden aflossen, hun pensioenverwachtingen bijstellen en hun huishoudboekje afstellen op minder inkomsten door de belastingverhogingen.

Maar er is nog een sector die de hand op de knip houdt, en niet zo’n beetje ook: het bedrijfsleven. Dat spaart veel, en investeert weinig, ook vergeleken bij andere Europese landen. En anders dan bij gezinnen, is een reden voor de zuinigheid bij bedrijven moeilijk te vinden.

Het grote bedrijfsleven staat er financieel goed voor (ook al zijn er uiteraard uitzonderingen, zoals de bouw, en tellen we de banken niet mee). Geen overdreven schulden, veel cash. Er is dus geld, en het investeringsklimaat is Nederland prima, blijkt uit alle internationale vergelijkingen. Een recessie is bovendien hét moment om toe te slaan want bedrijfsonderdelen opzetten of overnemen is relatief goedkoop. Dus waarom zijn de investeringen zo laag?

Ze veren nu een beetje op maar dat opvallend lage niveau is er al sinds 2000; dit is dus geen crisisverschijnsel alleen. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid vat het in het dikke rapport over de toekomst van de Nederlandse economie als volgt deftig samen: „Er is met name bij veel grote bedrijven meer financiële ruimte dan nu gebruikt wordt.” Bedrijven zitten – onparlementair samengevat – op hun geld, en er is eigenlijk geen reden voor.

Er zijn diverse verklaringen, variërend van de categorie ‘maak je geen zorgen’ tot de categorie ‘is dit een voorbode van een existentiële crisis?’. De geen-zorgen-analyses wijzen op het grote aandeel multinationals in Nederland. Die investeren veel in het buitenland en halen tegelijk veel winst van buitenlandse dochters naar ons land terug. Daardoor lijkt het alsof we veel oppotten, maar dat valt mee.

Maar ook als we deze verklaring overnemen, blijft er iets knagen. Want bedrijven zetten steeds meer geld werkloos op de bank. Dat verschijnsel doet zich in het hele Westen voor. Ook in de Verenigde Staten waar bedrijfswinsten uitbundig stegen, maar investeringen historisch laag zijn.

Eén interessante verklaring is de toegenomen onzekerheid voor bedrijven. Omzet en winst zijn structureel beweeglijker geworden, en bedrijven houden meer spaargeld aan om tegenvallers op te vangen. Ook de politieke situatie zorgt voor onzekerheid. In de Verenigde Staten door de steeds terugkerende ruzie tussen Republikeinen en Democraten over de overheidsuitgaven. In Europa door de voortdurende onderhandelingen over nieuwe regels voor de eurozone.

Een andere interessante verklaring komt van de econoom Andrew Smithers. Managers krijgen bonussen die stijgen met de beurskoers van een aandeel in hun bedrijf. Hoe zorg je als manager ervoor dat de koers stijgt? Door elk kwartaal netjes de beloofde en verwachte winst(groei) te halen. Investeren drukt aanvankelijk die winst. Dus zijn ze geneigd niet te investeren. Er zijn enquêtes onder managers die Smithers’ stelling ondersteunen: een meerderheid zou een winstgevende investering weigeren als het bedrijf daardoor de verwachte winst in het volgende kwartaal niet haalt.

Ik ben er niet uit welke verklaring geldt, en ik heb de indruk dat het definitieve antwoord er nog niet is, maar dat grote en gezonde bedrijven kennelijk weinig rendabele investeringskansen in het Westen zien, is zonder meer zorgelijk.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie