Epidemieën in het Westen

Het beademingsapparaat, de ‘ijzeren long’.

Polio of kinderverlamming is een van de ziektes die in het Westen zijn verslagen. Het virus is al heel lang bij de mens, zelfs uit het oude Egypte zijn er afbeeldingen waarop mensen staan met de kenmerkende, door polio vergroeide ledematen. Maar tot epidemieën kwam het pas in de twintigste eeuw. Dat kwam, paradoxaal genoeg, door toegenomen hygiëne; het virus, dat eerder overal aanwezig was en waartegen baby’s dus weerstand ontwikkelden, verdween uit de dagelijkse omgeving. Maar áls het toesloeg, trof het kinderen zonder weerstand.

De ernstigste uitbraken waren in de jaren 40 en 50. De zwaarste epidemie in Nederland was in 1956, toen 2.200 kinderen ziek werden. In de VS kregen dat jaar 58.000 mensen polio. De laatste uitbraken in Nederland waren in 1971 en 1992 in de Biblebelt.

In 1954 begon in de VS een blinde proef: 1,3 miljoen kinderen werden ingeënt met het vaccin dat de arts Jonas Salk had uitgevonden. Nederland begon met vaccineren van alle kinderen onder de 7 in 1957, het eerste landelijke inentingsprogramma. Verder werden symptomen verzacht met de toen bekende middelen, zoals de ‘ijzeren long’, een beademingsapparaat met het uiterlijk van een centrifuge.

Een patiënt die een cruciale rol speelde in de geschiedenis van polio was Franklin Delano Roosevelt. Hij kwam op zijn 39ste door de ziekte in een rolstoel terecht. Als president van de VS nam hij later het voortouw in de bestrijding ervan.