Voorpublicatie boek Raoul de Jong - De grootsheid van het al

Een jaar geleden besloot Raoul de Jong van Rotterdam naar Marseille te wandelen. Op onze site deed hij verslag en nu is er een boek over zijn tocht. Lees hier een voorpublicatie van zijn boek De Grootsheid van het al. Een hedendaagse odyssee.

Hallo hallo mensen van de wereld,

Zoals u zich misschien kan herinneren besloot ik ongeveer een jaar geleden om een stukje te gaan wandelen en daar voor deze site om de dag een stukje over te schrijven. Van Rotterdam, naar mijn moeder in Marseille. Zonder voorbereiding, in een opwelling. Nog voor ik in Marseille aankwam werd duidelijk dat het een van de verstandigste dingen was die ik ooit heb gedaan. Alles waarop ik hoopte, gebeurde onderweg. Waarop ik niet had durven, gebeurde ook: terug in Rotterdam werd ik aangesproken op straat, door mensen die me bedankten voor mijn stukjes.

Ik had verwacht onmiddellijk aan de slag te moeten als telemarketeer, maar de stukjes hadden zoveel mensen getrokken dat ik er twee maanden van leven kon. En de uitgever waarvan ik altijd droomde, gaf me een contract voor een boek. Dat boek is klaar. Vanaf vandaag ligt het in de winkels. Voor, door, met en in de geheime Orde van Puck. Maar ook een beetje voor, door en met jullie. Jullie staan in het dankwoord. Ik hoop dat jullie het zullen lezen. Hier een kleine preview.

Was getekend, uw padvinder in de Geheime Orde van Puck

De Geheime Orde van Puck

Het was de laatste tapdansles voor de zomervakantie. Rineke en ik kletsten nog wat na op een bankje voor het leslokaal.

Rineke was zesenzestig en altijd van top tot teen gekleed in het roze, van haar glitterlaarsjes tot de grote strik op haar hoofd. Ze had haar hele leven in de Rotterdamse buurt Charlois gewoond, in de straat waar ze ook was geboren. Ze kon eindeloos ratelen, als ze eenmaal was begonnen, kon je haar nauwelijks stoppen. Maar bij Rineke maakte dat niet uit. Het ging niet zozeer om wat ze zei, misschien niet eens hoe ze het zei, het feit dat ze bestond was al genoeg om vrolijk van te worden.

Die avond vertelde ik haar over Puck. Mijn kindje, mijn broertje en mijn allerbeste vriend, die samen met mijn moeder het gezin vormde waarin ik opgroeide.

Acht maanden geleden was hij, nadat we bijna zeventien jaar samen waren geweest, in mijn armen overleden. Ik sprak daar niet vaak over. Je oma of je moeder, dat snappen mensen. Puck was een hond. Maar Rineke begreep het. Zij had een hondje gehad dat de laatste maanden van zijn leven niet meer lopen kon. Ze had hem rondgereden in een kinderwagen en werd uitgelachen en nageroepen op straat. Stomme mensen, je geeft je oma toch ook geen spuitje als ze achter de rollator moet?
Rineke zag de tranen in mijn ogen en zei: ‘Langzaam verdwijnt de pijn. Ook al lijkt dat nu niet zo, op een dag is het minder, let maar op.’

Ik vroeg haar hoe het kwam dat ze altijd zo vrolijk was. Dat kwam doordat alles in haar leven in het teken stond van het leven, zei ze, dat was altijd zo geweest. Ja, soms ging het heel even wat minder, maar dan keek ze naar de lucht en dan snapte ze het weer.

Voor we afscheid namen zei ze: ‘Laat je door niemand intimideren, en vergeet niet: het geluk zit in jezelf. Kun je hiermee uit de voeten voor de zomer?’

Het hele universum had meegewerkt om Pucks begrafenis zo wonderlijk en kleurrijk te maken als hij had verdiend. ‘Nu zal ik in mijn eentje alles doen wat wij samen niet meer kunnen,’ had ik hem beloofd tijdens mijn speech. Avonturen beleven, reizen maken, mensen ontmoeten, de wereld zien. Ik had beloofd om vast te houden wat ik voor hem voelde en het te laten groeien, groter maken, net zo lang tot ik het zou voelen voor alles om mij heen. Toen was er een bliksemflits en alle kaarsen waaiden uit.

Ik was inmiddels achtentwintig. Het werd tijd volwassen te worden, iets te hebben en iemand te zijn. Mensen om me heen begonnen kinderen te krijgen, een huis te kopen en geld te verdienen. Ik woonde nog steeds in een antikraakpand en had nog steeds moeite elke maand mijn rekeningen te betalen. Dus was ik, ondanks mijn belofte aan Puck, doorgegaan met wat ik ook voor zijn dood had gedaan. Ik stelde doelen en rende daar gedisciplineerd achteraan, in de hoop dat succes me ooit de vrijheid zou geven om te doen waar ik werkelijk van droomde.

Maar soms als niemand keek, huilde ik. Zomaar ineens, met snottebellen en geluid. Zonder dat ik snapte waarom. Rineke keek naar de lucht als ze zich verdrietig voelde. Ik niet. Ik checkte mijn mail. Of, als het me lukte me aan mijn goede voornemens te houden, las ik een boek. In boeken vond ik de poëzie waaraan het in de wereld om me heen ontbrak. Het was 2012, het einde der tijden. Er waren aardbevingen en tsunami’s, smeltende ijskappen, zinloos geweld, de financiële crisis en een aflopende Mayakalender. Mensen leken ongelukkig, onze wereld scheen zo ongezond. Iedereen besefte dat er iets moest veranderen, maar er veranderde niks.

De middag na de laatste taples nam ik de Thalys naar Parijs en viel onderweg in slaap met een boek van een van mijn helden, de Engelse schrijver Christopher Isherwood, opengeslagen op schoot. Net voordat ik wakker werd, half bij bewustzijn, maar met de ogen nog dicht, hoorde ik hardop in mijn hoofd: Jij moet deze zomer naar Marseille gaan lopen. Was het Christopher Isherwood die dit zei? Want als het Isherwood was, dan was dit een goddelijke interventie. En als het een goddelijke interventie was, moest ik dan naar Marseille lopen? Het leek een idioot idee – ik ben niet sportief, ik rook, ik drink en ik heb een enorme voorliefde voor dutjes – en toch leek alles in me te schreeuwen: ja!

Mijn moeder woont in Marseille, mijn vriend woont in Parijs, ikzelf woon in Rotterdam. Al een aantal jaren reis ik tussen deze drie steden heen en weer, met het vliegtuig, de bus of de trein. In deze dagen van Wikipedia en Google Maps voelt het vaak alsof er niks meer te ontdekken valt. Alsof je alles kunt uitvinden met een druk op de knop, liggend, vanaf je bed. Maar is dat wel zo? Als ik niet eens weet hoe mijn buren heten? Als ik al jaren tussen drie steden heen en weer reis, maar geen idee heb van wat deze steden met elkaar verbindt?

Wat zou er gebeuren als ik de afstanden waardoorheen ik me normaal in een razend tempo liet dragen, letterlijk op eigen benen aflegde? En zo de plekken die nu alleen maar lijntjes waren op Google Maps, met eigen ogen in- vulde? Zou het me helpen om te zien wat Rineke wel zag en ik niet?

Ik wilde begrijpen in welke wereld ik leef. Hoe de wereld is geworden zoals hij is. En hoe anderen die wereld ervaren. Ik wilde mensen vragen hoe zij het deden: werken, wonen en eten. Uitvinden welke wegen zij hadden gevonden naar het geluk.

Zoals Peter Jenkins, die bijna naar Europa was gevlucht uit frustratie over zijn eigen land, Amerika, tot hij besefte dat land eigenlijk alleen te kennen van tv. Op een ochtend in 1973 trok hij de deur achter zich dicht en begon samen met zijn hond Cooper aan een voettocht naar de andere kant van zijn continent. Voortdurend was hij verbaasd over alle schoonheid die hij tegenkwam. Ik las over zijn reis in zijn boek A Walk Across America. Het was de reis die ik Puck had gegund.

Terug in Nederland besloot ik tot een test: ik mailde de website van de NRC en vroeg of zij mijn stukjes wilden plaatsen als ik over de reis zou schrijven. Was hun antwoord ja, dan zou ik over een week vertrekken. Was hun antwoord nee, dan zou ik het hele idee vergeten en op vakantie gaan. Vijf minuten later ontving ik een antwoord: Wanneer ga je? Ik checkte mijn saldo en ontdekte dat mijn opa zomaar, zonder reden, geld had gestort. Ik belde de ANWB en The Northface en vroeg of zij me wilden sponsoren. Dat wilden ze. Internetbedrijf Mangrove gaf me een tablet om mijn stukjes op te schrijven. En toen was er geen weg meer terug. Binnen een paar uur was alles geregeld. Een week later zou ik vertrekken.

Via Parijs naar Marseille is het 1200 kilometer volgens Google Maps. Als ik per dag dertig kilometer liep en om de twee dagen een rustdag nam voor het schrijven van de stukjes, zou ik zestig dagen nodig hebben.

NRC zou me voor die stukjes op hun site betalen, maar pas achteraf en slechts één cent per bezoeker, dus wie weet hoeveel dat zou zijn. Tijdens de reis moest ik het doen met wat ik op mijn rekening had staan. Als ik zestig dagen over de reis deed, kwam dat neer op twintig euro per dag.

Mijn slaapplaatsen zou ik zo veel mogelijk gratis moeten vinden. Een tent, slaapzak en slaapmat zouden te zwaar zijn voor een ongetrainde onsportivo als ik. Een eenpersoonskamer in een hotel kost zestig euro per nacht, een bed in een jeugdherberg twintig. Op internet bestelde ik Eurotopia, een boek met een lijst van alle intentional communities in Europa, groepen mensen die op verschil- lende wijzen met elkaar samenleven. Ik wilde dit soort experimenten onderzoeken en hoopte dat deze woongemeenschappen zouden openstaan voor bezoekers als ik.

Samen met Nel en Joop, twee oude hippies en de enige langeafstandslopers in mijn kennissenkring, zocht ik naar mogelijke routes en we maakten een lijst van alles wat ik nodig zou hebben. Hun belangrijkste advies: alles komt altijd goed.

Ik had eerder een lange wandeltocht gemaakt, in de zomer van 2010. Samen met Gianluca, 350 kilometer over de Via Francegina, een oude pelgrimsroute vanuit Canterbury naar Rome. Toen waren we pelgrims, en alles wat je hoeft te doen als pelgrim is lopen, voor de rest wordt ge- zorgd. Je pad staat duidelijk aangegeven en ’s avonds word je opgevangen in abdijen en kloosters, waar je voor een klein bedrag een bed krijgt, een avondmaaltijd en ontbijt.

De afstand naar Marseille was bijna drie keer zo lang en het pad zou ik zelf moeten vinden. Net als mijn eten en mijn slaapplaats. Met een zeer beperkt budget en zonder één enkele garantie dat deze reis me ooit iets zou opleveren. Er zouden geen vooropgestelde etappes zijn, geen voorbeelden die ik kon volgen. Geen grotere groep waartoe ik behoorde, geen orde die bescherming bood, geen pelgrimsheiligen om in te geloven, geen paus, geen Maria, geen God. Ik had alleen dat gekke zinnetje: Jij moet deze zomer naar Marseille gaan lopen. En ik had Puck. Mijn broertje, mijn kindje, mijn allergrootste vriend. Die alle kaarsen had laten uitwaaien toen ik hem beloofde in mijn eentje te doen wat wij nu samen niet meer konden. Toen ik hem had beloofd te laten groeien wat ik voor hem voelde, net zo lang tot ik het zou voelen voor alles om me heen.

Met deze reis vervulde ik die belofte. Het pad naar mijn moeder zou ik vinden uit zijn naam. En dus was ik een padvinder. Een padvinder in de Geheime Orde van Puck.

Zo waar is mijn naam …………….. is beloof ik mijn trouw aan de Statuten van de Geheime Orde van Puck

art. 1 Een padvinder in de Geheime Orde van Puck geeft niet op voordat hij in Marseille is.

art. 2 Een padvinder in de Geheime Orde van Puck vertrouwt erop dat zijn pad vanzelf duidelijk wordt, door de kriebels in zijn buik, de vragen in zijn hoofd en de beperkingen der realiteit.

art. 3 Een padvinder in de Geheime Orde van Puck ziet alles wat op zijn pad komt als zijn vriend.

art. 4 Een padvinder in de Geheime Orde van Puck zal niet liften, tenzij hij een lift krijgt aangeboden.

art. 5 Een padvinder in de Geheime Orde van Puck is ook maar een mens. Hij weet dat het bovenstaande veel gevraagd is, dus als hij het af en toe even niet meer ziet zitten is hem dat vergeven. En hij hoeft niet te stoppen met roken.

Zo waarlijk helpe mij Puck allemachtig.

Benodigdheden:

een rugtas: 20 liter, met gevoerde schouderbanden en rugstukken.
schoenen die gemaakt zijn om te lopen: niet zulke mooie dus. Een paar lage voor op vlak asfalt, een paar hoge voor in de bergen. En slippers, om aan te trekken na aankomst op de plaats van bestemming, om de voeten te luchten.
voetverzorging: vaseline, om de voeten mee in te sme- ren voor het lopen en zo wrijving tussen sok en voethuid te minimaliseren. Blarenpleisters, voor als er ondanks de vaseline toch blaren opkomen. En naald en draad voor als die blaren ondraaglijk worden: dan doorboren we de blaar met achterlating van een stukje draad, zodat niet al het vocht de blaar in één keer verlaat en morgen op dezelfde plek een nieuwe blaar ontstaat.
waterfles: want water water water moeten we drinken.
kleding: net als die schoenen, vooral heel praktisch. Een broek met korte en een broek met lange pijpen. Een T-shirt met korte en een T-shirt met lange mouwen. Een superspeciaal lichtgewicht jack met warmhoudfuncties, voor tijdens koude avonden. In camouflerend grijs. En het Geheime Orde van Puck-uniform voor officiële gelegenheden.
Vier opa-onderbroeken, goed strak, en vier paar naad- loze wandelsokken. Steeds onmiddellijk na gebruik te wassen (bijvoorbeeld door ze aan te houden tijdens het douchen en ze de volgende dag achter op de tas te laten drogen in de zon).
hulpmiddelen: Ibuprofen tegen spier- en hoofdpijn- tjes. Cold Spray om verzwikkingen te verzachten. Bruis- tabletten, aan het begin van de dag op te lossen in de waterfles voor extra vitamines. High-energyrepen, tegen plotseling opkomende flauwtes.
schrijfwaar: een logboek om de route in bij te houden. En een tablet met extern toetsenbord voor het schrijven van de artikelen.
logeerspul: lenzen, lenzenvloeistof en een bril. Tandenborstel, tandpasta en een sneldrogende lichtgewicht handdoek voor de persoonlijke hygiëne.
kaarten: twee stuks van Zuid-Holland en Noord-Brabant, de andere kaarten zullen onderweg gekocht moe- ten worden.
extra zak voor spul dat níét kwijt mag: pinpas, cash geld, camera en paspoort der Nederlanden.
eurotopia: een boek met een lijst van alle intentional communities en ecodorpen in Europa, aangegeven op een handige kaart.
bescherming: een zonneklep en zonnebril tegen de zon. En een regenponcho tegen de regen.

De grootsheid van het al. Een hedendaagse odyssee van Raoul de Jong, uitgegeven door De Bezige Bij, is vanaf vandaag te koop.