Verwacht geen wonderen op klimaattop

Het klimaat zal heus niet gered worden op de zoveelste VN-top. De waarde zit hem in het agenderen. Hoe meer aandacht, hoe meer inspanningen door het bedrijfsleven, aldus Pieter Pauw en Harro van Asselt.

Het Amazonegebied Foto Reuters

Voor velen, vooral journalisten en milieuorganisaties, is de uitkomst van het VN-klimaatcircus dat deze week in Warschau begon, al bekend. Na twee weken moeizame onderhandelingen met 195 partijen is het klimaat wéér niet gered, zeggen zij. Dit soort pessimisme maakt het bestrijden van klimaatverandering alleen maar moeilijker. Onder denktanks, universiteiten en internationale organisaties vindt de scepticus dan ook nauwelijks nog medestanders.

De conferentie in Warschau is slechts een tussenstation voor een in 2015 te sluiten wereldwijde klimaatovereenkomst die in 2020 in werking moet gaan. Dat verdrag laat te lang op zich wachten en wordt waarschijnlijk niet ambitieus genoeg. Maar dat is nog geen reden om apathisch te somberen dat de VN-klimaatonderhandelingen falen. Een schipbreukeling gaat toch ook niet klagen dat er te weinig lucht in zijn zwemvest zit.

De aanpak van klimaatverandering vereist een fundamentele transitie van onze economie en samenleving. Dat is een bittere pil voor iedereen die van olie afhankelijk is, en voor mensen die bang zijn voor verandering. Met zo vele en zulke verschillende landen bereik je daar niet zomaar overeenstemming over.

Geen enkel land kan de klimaatcrisis alleen te lijf gaan. De onderhandelingen zijn daarom cruciaal voor het vertrouwen tussen landen; om internationale regels op te stellen en om transparante systemen te ontwikkelen waarmee naleving van deze regels kan worden gecontroleerd. Ja, het proces gaat langzaam, maar er wordt vooruitgang geboekt.

Ten tweede hebben de klimaatonderhandelingen belangrijke bijkomende effecten. Zo houden ze klimaatverandering op de internationale politieke agenda in tijden van crisis en zorgen ze voor politieke druk op de landen die het meeste broeikasgas uitstoten.

Mede door de VN-klimaatonderhandelingen leveren ook bedrijven, steden en andere internationale samenwerkingsverbanden een steeds grotere bijdrage aan oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan. Bedrijven als Unilever en Walmart en steden als Rotterdam en Tokio gaan veel verder in hun aanpak van klimaatverandering dan nationaal of internationaal wordt voorgeschreven.

Ten derde staat klimaatverandering nu regelmatig op de agenda van bijvoorbeeld de G20 en de VN-Veiligheidsraad. Vorig jaar is de Climate and Clean Air Coalition opgericht. Dit netwerk van landen (waaronder Nederland) en wetenschappelijke organisaties richt zich op concrete projecten om de uitstoot van kortlevende, sterke broeikasgassen te verminderen. Daarnaast heeft de bestrijding van CFK’s via het Montreal Protocol om aantasting van de ozonlaag tegen te gaan, veel bijgedragen aan vermindering van broeikasgas.

Het verminderen van subsidies voor fossiele brandstoffen zou ook veel winst opleveren. Die subsidies bedragen tussen de 480 en 1900 miljard dollar per jaar, en afschaffing hiervan zou de wereldwijde CO2 uitstoot met maar liefst 13 procent doen dalen, aldus het IMF. Ook Nederland steekt jaarlijks miljarden in het subsidiëren van fossiele energie. Bij de vermindering van subsidies voor fossiele brandstoffen kunnen de G20 en de Wereldhandelsorganisatie een cruciale rol spelen.

Het gesomber over klimaatonderhandelingen verlaagt enkel de steun voor effectief klimaatbeleid. Beter is het om de verwachtingen wat realistischer te maken, en ondertussen te bedenken dat het klimaat ook op andere manieren gered kan en móet worden. Er mag in Warschau dan geen klimaatakkoord komen; dat is nog geen reden om weer rouwadvertenties te schrijven.

Pieter Pauw, Deutsches Institut für Entwicklungspolitik in Bonn. Harro van Asselt, Stockholm Environment Institute in Stockholm.