Tragiek

van de narcist

Psychologie

Ellen de Bruin Niks zo geaccepteerd als schaamteloos lachen om een narcist. Maar in werkelijkheid zijn ze juist kwetsbaar. Heb dus medelijden

Ooit word ik beroemd. Ik ontleen er veel kracht aan dat ik een heel bijzonder persoon ben. De meeste mensen zijn op de een of andere manier losers. Maar ach: ik geniet ervan als iemand anders minder goed is dan ik. Ik kan het maar amper uitstaan als iemand anders in het middelpunt staat.

Eh, wacht even, even voor de zekerheid: dit gaat dus niet over mij. Dit zijn items van een net ontwikkelde vragenlijst om vast te stellen in hoeverre iemand narcistisch is. Daar waren natuurlijk al vragenlijsten voor. Maar volgens de psychologen die deze nieuwe beschrijven (in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Personality and Social Psychology), benadrukken die oudere vragenlijsten maar één kant van narcisme: de eeuwige jacht op bewondering, het beroemd en uniek en geweldig willen zijn. Daarbij blijft onderbelicht, vinden deze psychologen, hoe agressief narcisten kunnen zijn als het hun tegenzit, en hoe gretig ze anderen kleineren om zichzelf groter te kunnen maken.

Ach, narcistische mensen. Je moet ze niet in je directe omgeving hebben, maar op een druilerige zondag gaat er weinig boven een interview in de krant of op tv met iemand die zichzelf schaamteloos en liefst ook nog ten onrechte fantastisch vindt. Zo iemand bij wie je de hele tijd denkt, giechelend van plaatsvervangende schaamte: „Néé! Hoe kun je dát zeggen? Daar kom je toch niet mee weg? Achter je rug lacht iedereen je uit!”

En zelf doe je mee aan dat uitlachen. Narcisme is zo’n beetje de enige aandoening waarbij dat algemeen geaccepteerd wordt. Je mag er neerbuigend over doen, want die mensen hemelen zichzelf toch wel weer op. Ze hebben misschien niet eens in de gaten dat ze uitgelachen worden; dat past niet bij hun zelfbeeld. En trouwens, ze kunnen zelf ook zó gemeen zijn – ze verdienen het gewoon.

Het is de tragiek van de narcist: die is zó op zoek naar bewondering dat hij de mensen die hem zouden kunnen bewonderen van zich vervreemdt. Als je een narcist voor het eerst ontmoet, is de kans groot dat je hem graag mag. Narcisten zijn vaak charmant, charismatisch, grappig. Maar na verloop van tijd ontdek je hoe arrogant en egoïstisch zo’n narcist kan zijn, hoe hij anderen altijd omlaag moet duwen ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Narcisten zijn goed in daten, bijvoorbeeld, maar slecht in relaties.

Natuurlijk, iedereen wil goed zijn, en een goed mens, maar de narcist heeft daar geen rem op. Hij wil gewéldig gevonden worden – en is tegelijkertijd doodsbang om van het voetstuk te vallen dat hij zelf zo fanatiek ophoogt. Die angst vertaalt zich meestal in woede. Een narcist op een machtspositie is een gevaarlijk persoon.

Maar in feite zijn narcisten dus zielig. Volgens sommige psychologen hebben ze een ‘fragiel ego’: ze lijken heel wat, maar diep van binnen zijn narcisten juist heel onzeker over zichzelf. En een artikel dat afgelopen maandag online kwam bij het wetenschappelijke tijdschrift Emotion, beschrijft dat er bij studentes die hoog scoren op een narcismevragenlijst meer stresshormonen vrijkomen bij alledaagse negatieve emoties. Op de lange termijn is dat ongezond.

Met Narcissus, de mythologische jager naar wie het narcisme genoemd is, liep het ook al zo slecht af. Hij hield van niemand – totdat hij zichzelf zag, weerspiegeld in een heldere vijver. Toen werd hij wél verliefd, zo verliefd dat hij wegkwijnde. Volgens sommigen veranderde hij in een narcis, volgens anderen pleegde hij zelfmoord.

We moeten dus medelijden hebben met narcisten. Lief voor ze zijn. Beetje vertroetelen. Ah gossie.

Die gedachte kun je soms hebben. Totdat de dichtstbijzijnde narcist in je leven weer genadeloos naar je uithaalt.