Stervende boeken

De prijs voor tweedehands boeken is gekelderd. Sandra Heerma van Voss gunt haar boeken een tweede leven. Maar wie geeft er nog een cent voor?

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

‘Nee’, zucht hij. „Hier kan ik helemaal niks mee.” Ik schrik. „Hoe bedoelt u? U zou alles toch ophalen?”

„Jaja”, zegt hij, „Sjouwen is mijn vak, mevrouw. Maar in de winkel kan ik hier he-le-maal ...”

„Oké”, kap ik hem nerveuzig af. Begrepen.

„U zou het nog via internet kunnen proberen”, zegt hij. ,,Dat levert allicht een paar tientjes op.”

„Neem maar mee”, zeg ik. Dat nooit. Ik ontbeer elk talent om online ergens een slaatje uit te slaan, of het nou om vliegtickets of een bonuskaart gaat. Van sites als Marktplaats en booking.com krijg ik de zenuwen.

Zwijgend pakt de antiquair de met zorg geselecteerde afdankers uit mijn boekencollectie weer in. Daar gaan ze: rijk geïllustreerde catalogi van Schiele en Degas, meesterwerken van Edith Wharton en Paul Auster – weg, gedegradeerd tot opslagvulling of, erger nog, de papierbak.

„Het lijkt me wel zwaar nu, uw vak”, troost ik de antiquair dan maar. Als hij die dozen de trap maar afkrijgt.

„Ach”, droeflacht hij. „We leven nog. Maar de hoogtijdagen zijn voorbij. Ooit reed ik stad en land af om zeldzame eerste drukken en gesigneerde exemplaren bij mensen thuis af te halen. Ik wist er altijd wel een koper voor, en de opbrengst liep tot in de duizenden guldens. Maar de boekenverzamelaar is een uitstervend soort, en wat er nog is, vindt zijn weg op internet. Dat heeft de prijzen enorm gedrukt. En kinderen willen geen boeken meer erven. Hele bibliotheken doen ze weg zonder ook maar te kijken wat erin zit. ”

Verzet tegen verandering heeft zelden zin – het komt, het gebeurt al. Ik weet natuurlijk dat bedrukt papier op z’n retour is. Alles wordt digitaal. Nederland sukkelt nog achter de Angelsaksische trend aan, maar straks gaan wij ook voor de bijl en lezen we allemaal e-books, op zo’n nietig plakje waar mensen in de trein een futloze vinger langs halen om een bladzijde om te slaan. Alleen al dat luie gebaar, om maar te zwijgen van de eenvormigheid van welk boek je er ook op tevoorschijn haalt, heeft mij tot nu toe van de e-reader weggehouden. Je schijnt er 10.000 titels op te kunnen plempen – maar hoe onthoud je daar iets van als er niks meer te ruiken, voelen, met pen te becommentariëren, met koffie te bemorsen valt? Hoe houd je bij wat je ‘uit’ hebt? Ik snap het niet, en ik vrees dat dat nog wel even zo zal blijven. Dan maar retro.

Iets anders is dat ik begon te balen van mijn tevéél aan boeken. Eenmaal gelezen hoefde ik ze echt niet allemaal meer om me heen te hebben, en de rest vormde een dreigend, uitdijend leger van wat ik nog zou moeten lezen, had zullen lezen, maar ja geen tijd, en er is toch wel wat leukers dan wéér in je uppie met zo’n boek, hoelang leven we nou helemaal... Een nieuw, kleiner huis noopte me tot een drastisch terugsnoeien van de wildgroei.

Wat ik wegdeed: veel van wat volgens de canon onmisbaar is, van Rudyard Kipling tot Thomas Mann. Voor hun voortbestaan hoefde ik niet te zorgen. Daarna werd het lastiger kiezen. Drie avonden was ik ermee zoet. Wat overbleef, was een allegaartje waaruit niemand anders wijs wordt. Opvallend veel van en over vrouwen. Een heel plankje Marilyn Monroe. Met de poppen gooien. Essays over journalistiek. Herfsttij der Middeleeuwen. The Complete Prose of Woody Allen. Enzovoort. Als het boek voor mij maar betekenis had of, indien ongelezen, nog steeds mijn nieuwsgierigheid wekte.

Wat ook bleef: bijzondere persoonlijke cadeautjes, vaak met lange handgeschreven motivering op het titelblad, en de uit elkaar vallende erfstukjes van mijn oma, fan van Annie M.G. Schmidt en groot verslindster van ‘bestellers’, zoals zij ze noemde. Acht verhuisdozen vulde ik met waar ik voortaan kennelijk zonder kon, en intussen mijmerde ik over het vervolg. Welke onbekenden ging ik hiermee wel niet verrassen, en: wat zou ik eraan verdienen? Genoeg voor een mooie winterjas. Of laarsjes?

De sombere antiquair hielp me in een paar minuten uit de droom. En, marktbewegingen en digitale toekomst en de zorgwekkende ondergang van het boekenvak be damned, ik voelde me afgewezen. Overtollig.

Stel je voor, straks: nergens meer een boek te vinden. En ook geen krant, tijdschrift, cd of dvd, want die zijn allemaal passé verklaard. Hoe ‘lezen’ we elkaar dan nog? Hoe weet je bij wie je op de koffie zit als zelfs geen reisgids, Telegraaf, cd van Maria Callas of Sopranos-dvd-box je een hint geeft? Het leek me ondoenlijk, en vooral: kaal. Allemaal in een identieke, door Apple en Nespresso gesponsorde iglo – je moet er niet aan denken.

Een etentje in zo’n letterloos, modern huis stelde me gerust. Tennisrackets bij de kapstok, kunst aan de muur, een gitaar in de woonkamer – we hadden genoeg om over te praten. Tijdens het eten knipte de heer des huizes zonder op te staan opeens Lou Reed aan, een gedeelde, betreurde held. Ik had geen idee hoe hij dat deed of waar het geluid vandaan kwam, maar mooi mysterieus was het wel.