Revolutie met drie smartphones op zak

Nergens in het Midden-Oosten is het internetgebruik zo groot. Politieke thema’s worden steeds vaker aangeroerd – ook door geestelijken, vrouwen en prinsen. De overheid past geen censuur toe. Nog niet. Een voorpublicatie uit het boek Saoedi-Arabië, de revolutie die nog moet komen.

dddd

De cijfers liegen er niet om: Saoediërs zijn topgebruikers van sociale media. Meer dan wie ook twitteren ze of bekijken ze YouTube-filmpjes. Menige jonge Saoediër, man of vrouw, loopt met twee of drie smartphones op zak en is voortdurend online. Inmiddels is meer dan de helft van de bevolking aangesloten op internet en dat aantal groeit met de dag.

Saoedi-Arabië is niet langer de gesloten maatschappij die het lang is geweest.

Het heeft lang geduurd voordat het koningshuis het gebruik van internet toeliet. In 1994 werden academische en medische instellingen en onderzoeksinstituten aangesloten op internet, pas eind jaren negentig kreeg ook het brede publiek toegang. Sindsdien is het hard gegaan.

Wat doen de Saoediërs dan online? Net als elders in de wereld wordt vooral entertainment, religie en sport besproken en bekeken. Onderzoek daarnaar, zeker in de Golfregio, staat nog in de kinderschoenen. De drang om zoveel uur per dag naar een scherm te kijken, komt wellicht door het gebrek aan offline-entertainment. Saoedi-Arabië heeft geen bioscopen en nauwelijks theaters, maar via internet is (bijna) alles toegankelijk. YouTube geeft de mogelijkheid om alles te zien wat we willen, hoor je dan ook vaak zeggen.

Maar het gaat niet alleen om het plezier. Er is weliswaar een tekort aan nauwkeurige data, maar de indruk bestaat dat politieke thema’s vaker dan vroeger via sociale media worden aangeroerd.

Een goed voorbeeld daarvan is het politieke kabaal dat regelmatig uitbreekt als het land geteisterd wordt door overstromingen. Neem Zwarte Woensdag, 25 november 2009, toen Jeddah en andere delen van de regio Mekka te maken kregen met stortregens en als gevolg daarvan kolossale modderstromen, die straten in rivieren veranderden. Het leidde tot een ravage in de stad en zeker 123 burgers vonden de dood – andere schattingen komen vele malen hoger uit. Dezelfde dag nog zag een Facebook-groep, ‘Volkscampagne Voor de Deelname aan de Redding van Jeddah’, het licht en binnen enkele dagen telde deze meer dan 40.000 leden.

De boze burgers hielden het stadsbestuur verantwoordelijk voor de abominabele infrastructurele planning – de stad heeft geen deugdelijk afwateringssysteem – en eisten dat er koppen zouden rollen. Binnen korte tijd werd Zwarte Woensdag een hot topic op diverse blogs en internetfora. Uiteindelijk stelde de koning een onderzoekscommissie in, die tot het ontslag leidde van zo’n vijftig functionarissen.

Moreel gevaarlijk

De laatste tijd manifesteren ook de geestelijkheid, feministes en leden van de koninklijke familie zich in de sociale media. Ondanks hun aanvankelijke bezwaren tegen het gebruik van massamedia (‘moreel gevaarlijk’) behoren geestelijken tegenwoordig tot de meest actieve internetters. Het zijn met name de zogeheten niet-officiële geestelijken – zij die niet behoren tot het religieuze establishment – die met sociale media hun invloed drastisch hebben weten uit te breiden. Vooral sinds de opstanden in Tunesië en Egypte is het aantal tweets uit die hoek enorm gestegen.

De visies onder deze internetpredikers ten aanzien van de opstanden elders in de Arabische wereld, of politiek protest in Saoedi-Arabië zelf, lopen erg uiteen: sommige scharen zich aan de zijde van de overheid, andere wijken daar expliciet van af. Uiteraard maken vrouwen ook intensief gebruik van de moderne communicatiemiddelen. Langzaam (maar zeker?) ondermijnen ze de strenge segregatie die zo kenmerkend is voor de Saoedische maatschappij. Jaren geleden gooiden jongens en meisjes briefjes met hun telefoonnummers naar elkaar als ze op de roltrap stonden of elkaar passeerden in een winkelcentrum. Dit soort clandestiene activiteiten is niet meer nodig: internet biedt nu royaal mogelijkheden om met elkaar in contact te komen. Desalniettemin blijft er nog een duidelijk onderscheid tussen de virtuele en de reële wereld, op een bijzondere wijze onder woorden gebracht door een jonge studente: „Ik had een boel vrienden van het andere geslacht via internet, maar het is toch anders als je elkaar in het echt ontmoet. (...) Als je in Saoedi-Arabië met iemand van het andere geslacht samen bent, is het bijna hetzelfde als seks hebben. Tja, helaas is dat zo.”

Als het gaat om vrouwenemancipatie springen de online-acties van Saoedische feministes in het oog, vooral rond het verbod op autorijden. Sommige vrouwen ergeren zich groen en geel aan de onafgebroken reeks vrouwonvriendelijke uitspraken door vooraanstaande predikers. De invloedrijke, blinde geestelijke Abdel-Rahman al-Barrak bijvoorbeeld omschreef vrouwen achter het stuur als ‘zij die de poorten naar het kwaad openzetten’. De geestelijke twitterkampioen Al-Arefe (@MohamadAlarefe) is ook tegen vrouwen achter het stuur, ‘want dat zou tot meer ongelukken leiden. Wanneer vrouwen in gevaar zijn, weten ze niet hoe te handelen. Hoe zouden ze ongelukken afhandelen?’.

Dit soort uitspraken maakt Saoedische feministes razend en inspireert tot acties die tien jaar geleden onmogelijk waren en die vooral een veel groter bereik hebben, althans virtueel.

Voor- en tegenstanders van de scheiding van mannen en vrouwen laten elkaar intussen niet met rust. Vrijwel elke dag is er wel weer een aanleiding, steeds vaker aangezwengeld via een online campagne.

Veel ophef veroorzaakte de Facebook-petitie die begin 2011 opriep tot ‘pure ziekenhuizen’ (alleen voor vrouwen). De petitie ontlokte vooral instemming: „Goed zo! Het moet maar eens afgelopen zijn met die artsen die tussen de benen van een meisje staan!” Uiteraard zijn er veel online activistes die hiervan gruwen, maar er zijn ook opvallend veel websites waar vrouwelijke bloggers zich juist uitputten in het verdedigen van de bestaande regelgeving en het opnemen voor de geestelijken.

Leden van de koninklijke familie zijn ook steeds zichtbaarder in cyberspace, vooral via Twitter. Tot voor kort voerde prinses Ameerah, de vrouw van prins Al-Waleed bin Talal, de lijst aan met ruim 800.000 volgers. Om onduidelijke redenen maakt haar man pas sinds maart 2013 gebruik van Twitter, maar inmiddels is hij al goed voor een miljoen volgers. Eind 2011 had de miljardair 300 miljoen dollar geïnvesteerd in deze toen nog prille vorm van microblogging. Ook hooggeplaatste leden van de koninklijke familie zitten intussen op Twitter, inclusief kroonprins Salman bin Abdel-Aziz Al Saud, die na zijn eerste tweet, begin dit jaar, meteen al 200.000 volgers had (en inmiddels ruim 470.000).

Als het gaat om nieuwtjes – en vooral schandalen – over leden van het Huis van Saud, is @mujtahidd (letterlijk: ‘scrupuleus’) een spectaculaire bron van informatie. Niemand die precies weet wie hij is – iemand uit de familie zelf die op een zijspoor is gezet? Deze twitteraar is doorgaans goed geïnformeerd over pikante zaken die normaal gesproken binnenshuis blijven. Alhoewel @mujtahidd zijn pijlen op meerdere personen binnen de koninklijke familie richt, is Abdel-Aziz bin Fahd, de jongste zoon van wijlen koning Fahd, zijn favoriete doelwit. Deze met geld smijtende playboy krijgt er met grote regelmaat van langs onder het motto: ‘Ik voer een agressieve strijd tegen vuile corruptie, een strijd die ermee begint te onthullen wie corrupt zijn en die eindigt met hun ontslag.’

Vormen van censuur

Laten de gezagsdragers dit allemaal zomaar over hun kant gaan? Het is opmerkelijk dat Saoedi-Arabië internetproviders niet opdraagt allerlei vormen van censuur in te bouwen, al kan dat elke dag veranderen. Misschien is er zoveel ruimte omdat het de overheid een kijkje geeft in wat er onder de bevolking leeft en tegelijkertijd een uitlaatklep biedt voor frustraties. Het is opvallend dat zich vooral via YouTube een groep van angry young filmmakers heeft ontwikkeld. Een aantal heeft de status van mediaster bereikt, zoals Omar Hussein met zijn succesvolle 3al6ayer (in het Arabisch uitgesproken als al-Tayer – In het voorbijgaan), die wel vergeleken wordt met Jon Stewarts Daily Show. Net zo bekend is de satirische show La Yekhtar (Hou de deksel erop), geproduceerd door Fahad Albutairi. Deze Albutairi produceerde ook onlangs het immens succesvolle YouTube-filmpje ‘No Woman, No Drive’.

In een van streng religieuze sentimenten doordesemde maatschappij als de Saoedische doen humor en satire het erg goed. Grenzen zijn er natuurlijk wel, al is niet altijd duidelijk wanneer die overschreden worden. Regelmatig worden burgers opgepakt en wordt hun Twitter- en/of Facebook-account afgesloten. Mensenrechtenactivisten zijn het vaakst de dupe, zoals Waleed Abu al-Khair en Khaled al-Nasser. Zij worden hinderlijk gevolgd door de Saoedische overheid en hun account wordt bij tijd en wijle geblokkeerd. Anderen, zoals Abdullah al-Hamid en Mohammed al-Qahtani, betaalden een hogere prijs voor hun activiteiten via internet: zij werden begin 2013 tot respectievelijk elf en tien jaar gevangenisstraf veroordeeld.

De overheid maakt willekeurig gebruik van bepalingen zoals: ‘het is verboden inbreuk te maken op religieuze waarden’, ‘het publieke belang te schaden’, of ‘verdeeldheid onder burgers te veroorzaken’. Bijgevolg worden af en toe websites geblokkeerd. Soms ook worden hele internetdiensten uit de lucht gehaald, zoals in juni 2013 met het internetbel- en berichtenprogramma Viber gebeurde, waarmee 10 miljoen gebruikers werden gedupeerd. Twitteraar @jabertoon reageerde treffend: „Het ergst van de blokkade van Viber is niet de blokkade zelf, maar dat het volk behandeld wordt als een stel kinderen.”

Hebben de sociale media ‘revolutionaire’ kracht?

De behoorlijk grote groep ‘cyberoptimisten’ daargelaten, uiten steeds meer mensen kritiek op technologisch fetisjisme (‘hoe meer sociale media, des te beter’). Evgeny Morozov, peetvader van het ‘cyberrealisme’, bijvoorbeeld, die niet moe wordt uit te leggen dat niet internet de mens vrij maakt, maar dat mensen dat zelf doen. Internet kan daarbij een hulpmiddel zijn, maar niet meer dan dat, en het wordt net zo goed gebruikt door zittende regimes – soms zelfs behendiger dan de oppositie dat doet. Het gaat daarbij niet alleen om de vele controlemogelijkheden die een regime tot zijn beschikking heeft, maar ook om het internetgebruik door overheidsfunctionarissen zelf (of via hun al dan niet betaalde vertrouwelingen). Zij doen hun best om discussies in een bepaalde richting te sturen. Soms lukt dat, soms niet. Saoedi-Arabië vormt daarop geen uitzondering. In oppositiekringen herkent men die twitterende ambtenaren onmiddellijk: ze worden gekscherend ‘eierhoofden’ genoemd, naar hun profielplaatje dat doorgaans in de vorm van een ei leeg blijft.

Dag van Woede

Net zoals elders is ook in Saoedi-Arabië de onderliggende sociale en politieke dynamiek belangrijker dan (nieuwe vormen van) technologie. Die dynamiek bepaalt of een oppositiebeweging ontstaat en levensvatbaar wordt of niet. Sociale media werken hooguit als versneller van zo’n proces. Dat is diverse malen pijnlijk duidelijk geworden in de Saoedische context naar aanleiding van de Facebookpagina die begin 2011 opriep tot een algemeen landelijk protest – geïnspireerd door de massale opstanden in Tunesië en Egypte.

Dat een anonieme Facebook-pagina de regering er vervolgens toe dwong een indrukwekkende politiemacht op de been te brengen, inclusief helikopters in de lucht, zegt natuurlijk wel iets over de kracht van sociale media. Net zo belangrijk is evenwel het gegeven dat er op 11 maart 2011 slechts één demonstrant kwam opdagen op de geproclameerde Dag van Woede, later cynisch door sommige Saoediërs als Dag van Kalmte aangeduid. Saoedi-Arabië heeft geen ervaring met moderne collectieve actie zoals zich die elders in de Arabische en islamitische wereld wel heeft gemanifesteerd.

De Saoedische socioloog Khaled al-Dakhil vat het samen: „De straat in Saoedi-Arabië is nóóit het toneel van protest geweest.” Dit geldt overigens uitdrukkelijk níét voor de Oostelijke Provincie waar het straatprotest juist een onlosmakelijk onderdeel is van uitingen van onvrede onder het shi’itische deel van de bevolking. Al-Dakhil voegt er terecht aan toe dat „de politieke en economische situatie natuurlijk lang niet zo belabberd is als in Egypte”.

Saleh al-Khatlan, politicoloog aan de Koning Saud Universiteit, denkt er het zijne van. „Misschien zijn mensen wel rationeler dan wij geneigd zijn te denken. Ze calculeren voordat ze de straat op gaan zoals hun Arabische broeders elders deden. Ze kijken om zich heen. En wat zien ze dan?”

De steun voor de koning, en de aversie tegen potentiële demonstranten, is aanzienlijk. Voor iedere activistische blogger die is opgepakt of die het leven zuur wordt gemaakt, zijn er wel tien internetdiscussiefora waar men zich uitput in het tonen van loyaliteit aan de koning en de Saoedische monarchie. Sommige van die fora hebben 50.000 tot 100.000 gebruikers.

Een week voor de geplande demonstratie van maart 2011 bereikte het publieke debat een dieptepunt met een fatwa van de even extremistische als regimegetrouwe geestelijke Saad al-Buraik: „Sla de hersens in van hen die demonstraties organiseren of eraan deelnemen.”