Partijgenoten die toeren uithalen alsof het een sekte is

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week:Johan Driessen, de oud-persoonlijk medewerker van Geert Wilders.

Een half uurtje nadat Wilders en Le Pen woensdagmiddag hun zelfverklaarde ‘historische’ samenwerking bevestigden, nam ik de tram naar een buitenwijk van Den Haag. Ik ging naar Johan Driessen. Driessen (32) was jarenlang de persoonlijk medewerker van Geert Wilders, daarna Tweede Kamerlid (2010-2012). Hij reisde de wereld rond met de PVV-leider. In de optimistische jaren van de partij woonde hij bijna al het interne overleg van de leider bij, en beheerde hij de kas van de partij.

„Kom binnen”, zei Johan Driessen. Een onnadrukkelijke man met een opgeruimd gemoed. Hij was ongeschoren en droeg een trui. Hij schonk cola. „Zo”, zei hij, „de beslissing is gevallen.”

Die middag, toen de cameraploegen zich klaarmaakten voor het grote moment van Geert en Marine, was een persberichtje de wereld ingegaan. Pikant voor wie de PVV kent: Driessen, stond er, ging werken voor Louis Bontes, de verstoten oud-penningmeester van de fractie. De ene oud-vertrouweling van Wilders die samengaat met de andere: daar moest iets aan de hand zijn.

Zijn keuze hing samen, vertelde Johan Driessen, met zijn conclusie dat de PVV „uiteindelijk alle kenmerken van een sekte vertoont”. Een naar binnen gekeerde wereld met een eigen logica, losgezongen van de realiteit. Hij wilde één keer uitleggen hoe hij zichzelf in dit milieu kon verliezen. En hoe bevrijd hij zich nu voelde.

Het voornaamste dat je van de PVV moet begrijpen, zei Driessen, is hoe „onvoorstelbaar knullig” het er toegaat. Wilders is een begenadigd bespeler van het publieke debat, maar zijn omgeving „hangt van amateurisme aan elkaar”.

Niet alleen staat er, zodra de PVV zelf een toespraak van Wilders organiseert, altijd een vlag scheef of een medewerker in de weg. Ook ontbreekt het politici met wie Wilders zich omringt aan de meest elementaire kennis. Ooit, vertelde Driessen, versprak vicefractievoorzitter Fleur Agema zich: ze dacht, zei hij, „dat Wallonië een provincie van Vlaanderen is”.

En Driessen keek zijn ogen uit toen hij Wilders in 2009 hielp bij de selectie van kandidaat-Europarlementariërs. Ze vroegen de Limburgse Laurence Stassen of ze zich had verdiept in Europa. Jawel, zei Stassen volgens Driessen, ze had „gelezen over de As van het Kwaad”. Hûh? „Bleek ze de as Berlijn-Parijs te bedoelen.” Later klom Stassen op tot Europees delegatieleider van de PVV. „Zo’n moment dat ik dacht: waar ben ik in godsnaam in verzeild geraakt?”

Terug kon hij allang niet meer. Driessen, een oud-JOVD’er, was in zijn studiejaren (rechten in Nijmegen en Wenen) teleurgesteld geraakt in de VVD van Hans Dijkstal. Hij adoreerde Bolkestein en Fortuyn. En Reagan en Thatcher. Gezond rechts – het echte rechts, in zijn ogen. En Wilders had in een boekje, Kies voor vrijheid (2005), conservatieve kritiek op de VVD geformuleerd die hij van harte onderschreef.

Dus toen hij in 2007 zag dat de PVV een medewerker justitie en buitenlandse zaken zocht, reageerde hij prompt. Werken bij Wilders, een man die zelf als medewerker van Bolkestein was begonnen – een droom.

Hij gaf er een mooie baan voor op: Driessen werkte als advocaat, financieel procesrecht, bij het vooraanstaande BarentsKrans. Hij was 25 en naïef, zei hij, hij wilde iets groots doen. Tot zijn verrassing belde Wilders na het eerste gesprek zelf: de PVV-leider wilde hem als zijn persoonlijk medewerker. „Later”, zei hij schaterlachend, „begreep ik dat ik de enige sollicitant van enig niveau was.”

Hij deed werk dat hem enorm aantrok – en enorm afstootte. Het was allebei waar. Hij moest 24 uur per dag klaarstaan voor de leider, en trok voortdurend met hem op. Hij schreef veel van Wilders’ teksten, vaak samen met Martin Bosma. Hij leerde van Wilders hoe je media bespeelt, en waarom zoveel politici opbranden: zij kunnen, zei Wilders, hun optredens niet doseren.

Maar hij merkte ook dat in de PVV-leider een bange man schuilt. „Als hij politiek onder vuur ligt, gaat hij onder de tafel zitten.” Een man die moeizaam academici om zich heen duldt. Martin Bosma, zei Driessen, vertrouwde hem ooit toe dat Wilders op dit punt een minderwaardigheidscomplex heeft. Zelf maakte Driessen mee dat Wilders een beleidsnotitie, die Driessen ondertekende met zijn meestertitel, ongewijzigd doorstuurde naar de fractie. „Behalve dat hij ‘mr.’ voor mijn naam schrapte.”

Zijn opkomende twijfels verdwenen zodra Driessen, als zo vaak, met Wilders op het vliegtuig stapte. Israël, de VS, de UK, Denemarken, weer de VS: zo ging dat maar door. Netanyahu ontmoeten in de Knesset, naar het Congres in Washington, lunchen in het House of Lords. „Als iemand internationaal zoveel aandacht krijgt”, zei Driessen, „ga je zijn zwaktes wegdenken.”

Hoewel hij ook op die trips momenten van gêne kende. Bij voorbeeld toen Wilders het meegereisde PVV-Kamerlid Sietse Fritsma een daverende schop onder tafel gaf, toen Fritsma tegen Avigdor Lieberman, nu minister van Buitenlandse Zaken van Israël, te enthousiast deed over een plan alle Palestijnen de Dode Zee in te jagen. Of die keer dat Wilders’ Amerikaanse anti-islamvriendin, Pamela Geller, de PVV-delegatie vrolijk meenam naar de film in New York. „Zitten we in die bioscoop, valt Geert na een kwartier in slaap.”

Driessens vertrouwensrol was zo groot dat hij ook de bankrekening van de Stichting Vrienden van de PVV beheerde. De rekening waarop Wilders politieke giften ontving. Het ging volgens hem, in weerwil van de beeldvorming, vooral om kruimelwerk. „Tientjes van particulieren.”

Maar toen Wilders in 2009 werd vervolgd wegens haat zaaien, was er groot geld nodig om Bram Moszkowicz te betalen.

Wilders haalde de helft op in de VS, zei Driessen. Ze gingen op bezoek bij islamcriticus Daniel Pipes van denktank Middle East Forum. Een man die volhoudt dat Obama opgroeide als moslim. Toen het gesprek met Pipes bij inzamelen aanbelandde, zei Driessen, sommeerde Wilders hem „even buiten een colaatje te gaan drinken”. Nadien vertrouwde de leider hem toe dat Pipes voor Wilders aan het werk ging. „Daar is ongeveer een ton op binnengekomen.”

Gelijktijdig vroeg Wilders steun van Nederlandse particulieren. Ook zo kwam „ongeveer een ton binnen”, zei Driessen.

Het was alleen overbodig. Tijdens het strafproces herinnerde Wilders zich ineens dat hij ooit een rechtsbijstandverzekering sloot, beaamde Driessen een eerder bericht in Vrij Nederland. Die polis, in bezit van deze krant, bleek een groot deel van Moszkowicz’ factuurbedrag te dekken.

„Dus dat ingezamelde geld is nooit aan de verdediging van Geert besteed”, zei Driessen. Hij zag dat ook Wilders dit moeilijk vond. „Geert wist dat dit niet in de haak was: gewone burgers geld vragen voor jouw verdediging – en het niet aan dat doel uitgeven.” Maar terugstorten was praktisch ondoenlijk. En waar het geld is gebleven? „Geen idee.”

Intussen bleek het andere Nederland waarover Wilders zo vaak publiekelijk sprak, de PVV-leider zelden bezig te houden. Peilingen en effectbejag – daar ging het hem om. In de periode 2006-2010 had de partij negen zetels en groeide de SP in de peilingen. Dus ging oud-VVD’er Wilders pleiten tegen bezuinigen op zorg en uitkeringen. „Hij zei me letterlijk: ‘Slaat natuurlijk nérgens op, maar ik moet het zeggen’.”

Bij de deze week beklonken coalitie met Le Pen is het niet anders, denkt Driessen. Hij is volgens hem niet echt geïnteresseerd in haar. Of haar programma. Hij wil, niet langer een Haagse machtsfactor, „gewoon weer de aandacht op zich vestigen”. Samenwerking met de Oostenrijkse FPÖ van Strache, die openlijk flirt met antisemitische uitingen, kan dus ook. „Het gaat Geert alleen om Geert.”

Wilders stimuleerde Driessen in 2010 de Tweede Kamer in te gaan. Op verkiezingsavond feliciteerde hij zijn medewerker met een tedere sms. „Iets van: ‘Ik weet dat ik je vader niet ben, maar zo voelt het wel vanavond’.”

Meteen erna merkte Driessen dat Wilders hem als zijn dienaar bleef behandelen. Op het internet waren onder zijn naam valselijk extreemrechtse uitingen gedaan. Driessen wilde aangifte doen. „Ik ben nog jong”, zei hij tegen Wilders. „Ik moet langer mee, ik kan dit niet laten passeren.”

Op dit moment zag Driessen terug wat hij eerder zo vaak zag: dat Wilders „in essentie niets geeft om de mensen die zich voor hem uit de naad werken”. Wilders wilde geen aangifte: niet in het belang van de PVV, niet in belang van hem. Het belang van Driessen kon daar nooit tegenop. „Ik had het kunnen weten”, zei hij. „Geert zei vaak: ‘Ik houd meer van katten dan van mensen’.”

Het ging, achteraf, definitief mis toen Driessen in de formatie van Rutte I intern tegen de gedoogrol bleef pleiten. De nieuwe fractie van 24 leden kon dit nooit dragen, dacht Driessen. „Er zaten mensen tussen die Geert niet eens kende.” En er was geen partij. „Ik wist dat hij van mijn opstelling baalde. Ik wist niet dat dit nooit zou overgaan.”

Er kwam bij dat Driessen, met zijn vriend Joram van Klaveren, intern een rechtsere koers bepleitte, vooral inzake uitkeringen en zorg. „Weg met die SP-flauwekul.” Ze kregen steun van vijf van de 24 fractieleden. „Maar het gevoel werd breder gedragen.” Nog steeds. „Bezuinigen op defensie en wel een land van rollators subsidiëren: wie kan dat zijn rechtse vrienden uitleggen?”

Wilders wilde de vriendschap met Van Klaveren, ook oud-VVD'er, na de verkiezingen van 2012 breken, denkt Driessen. Van Klaveren stond verkiesbaar, Driessen belandde op plaats 22 („elf plaatsen onder staatsman Dion Graus”) en viel erbuiten.

„Geert duldt geen tegenmacht”, zei Driessen. „Dus haalde hij Joram en mij uit elkaar.” Ook dit herkende hij uit de eerdere vertrouwelijke gesprekken. „Geert vergelijkt zich graag met ‘de intrigant’ uit Asterix”, zei Driessen. „Hij vindt het fijn mensen uit elkaar te spelen.”

Hij overwoog de laatste maanden zijn PVV-loopbaan te hervatten met een plaats op de lijst voor het Europarlement. Geert had het hem aangeboden, hij voerde er gesprekken over, maar gaandeweg dacht hij: ik trek dit niet meer. Zeker toen hij zag hoe Bontes uit de partij werd gewerkt. De zoveelste loyale soldaat die werd afgeserveerd.

Zijn conclusie: de PVV is er voor Wilders, maar Wilders is er niet voor de PVV. Al het werk dat mensen in en voor die fractie verrichten, „staat alléén in functie van de voortzetting van de loopbaan van Geert”. That’s it. „Een eigen rol, een eigen mening, een eigen positie – Geert kan dat niet hebben.”

Zeker vier mensen die in de fractie zitten, zei hij, zouden vandaag nog opstappen mits ze een uitweg hadden. Hetzelfde geldt, zei Driessen, „voor talrijke medewerkers”.

Gevolg is dat de partij „nog steeds een boom zonder wortels” is. „Vroeg of laat valt die neer.” Het zegt eigenlijk alles, denkt hij, „dat Geert tien jaar terug voor zichzelf is begonnen en nog steeds geen partij heeft weten te vormen.” Mensen met talent denken nu „wel tien keer na voordat ze met hem in zee gaan”.

Omdat steeds meer PVV’ers dit ontdekken, en weinig oud-PVV-Kamerleden een baan op hun niveau vinden, verslechtert de sfeer zienderogen. Het voorlopige dieptepunt, beaamde Driessen, was het oud-Kamerlid dat onlangs werd betrapt omdat het onder valse naam roddels uit de partij aan Wilders mailde. Het Kamerlid hoopt op een verkiesbare plaats voor het Europarlement, vandaar. „Toeren die mensen alleen uithalen in een sekteachtige omgeving”, zei Driessen.

Dus toen hij deze week, Marine Le Pen was net in Den Haag gearriveerd, een arbeidscontractje bij Louis Bontes tekende om hem als medewerker bij te staan, gaf dat Johan Driessen een gevoel van enorme opluchting. Bevrijd uit de PVV-gevangenis. Bontes heeft geen plannen voor een eigen partij, dat wist hij, en dat vond hij prima. Als Bontes uit de Kamer verdwijnt, keert Driessen terug naar de advocatuur.

„Ik wil alleen nog iets afmaken”, zei hij. Zes jaar werkte hij in de beslotenheid van de PVV op het Binnenhof, en dwong Wilders hem overal afzijdig van te blijven. „Ik kon niemand laten zien wat ik kan en wie ik ben.”

En straks kijkt hij, grappig vond hij dat, vanuit zijn nieuwe werkplek uit op de kamer van Wilders. „Ik denk dat ik hemelsbreed op tien meter afstand zit.” De dienaar van weleer komt nog even laten zien dat hij zich niet heeft laten vermorzelen. „Ik ben er nog, Geert.”