Olympische Spelen hebben een imagoprobleem

Steeds meer mensen keren zich af van Olympische Spelen. Referendums spreken duidelijke taal. Een afrekening met het rijke, arrogante IOC.

Of er een wonder is geschied, zo uitbundig bericht het IOC dat liefst zes steden zich kandidaat hebben gesteld voor de Winterspelen in 2022. Een verdubbeling ten opzichte van ‘2018’. Maar de blijde boodschap verhult dat het IOC een probleem heeft. Een imagoprobleem.

Almaty, Beijing, Krakau, Lviv, Oslo en Stockholm, een mooi rijtje. Maar zonder München, uitgerekend de stad in het land van IOC-voorzitter Thomas Bach. En uitgerekend de stad die onder leiding van Bach de Winterspelen van 2018 misliep. Twee klappen voor de kersverse voorzitter.

De pijn zit ’m in de manier waarop München is afgewezen: door een referendum. De bevolking van München en omgeving wil de Spelen niet. De commentatoren zijn eensgezind: het was een afrekening met het IOC, die rijke, arrogante, afstandelijke organisatie die tijdens de Spelen twee weken een stad naar zijn hand zet. Het IOC beweert dat een stad economisch en sociaal beter wordt van Spelen, een argument waaraan vooral mensen in democratische landen sterk twijfelen.

En München is niet de eerste stad waarvan de bevolking zich in meerderheid negatief over de Spelen uitspreekt. Vorig jaar waren Wenen (Zomerspelen 2028) en St. Moritz/Davos (Winterspelen 2022) na een referendum genoodzaakt hun olympische ambities te begraven. En dan zijn er nog landen waar de regering om vooral economische redenen een kandidaatsstelling voorkwam. Rome moest zich om die reden terugtrekken uit de race voor de Zomerspelen van 2020. En natuurlijk Nederland, waar het tweede kabinet Rutte al bij de samenstelling een dikke streep door het Olympisch Plan 2028 zette.

In Oslo sprak de meerderheid van de bevolking zich uit voor de Spelen, al is 55 procent niet overtuigend. Noren die het weten kunnen beweren dat bij een landelijk referendum de kandidatuur zou zijn afgewezen.

De aanzwellende kritische houding in westerse landen duwt Olympische Spelen steeds vaker in oostelijke richting, ook naar landen die het niet zo nauw nemen met waarden als democratie of mensenrechten. De discussie rond de Spelen van 2008 in Beijing is amper verstomd of de stad kandideert zich voor de Winterspelen van 2022. En te midden van de opwinding over de antihomowet in Rusland, dat de Winterspelen in Sotsji volgend jaar houdt, melden zich Oekraïne en Kazachstan, voormalige Sovjet-landen waar homoseksuelen evenmin warm worden ontvangen. En dan heeft Kazachstan in Noersoeltan Nazarbajev ook nog eens een president met dictatoriale eigenschappen.

Maar zijn er alternatieven voor het Oosten? Zo lang zich geen Zuid-Afrikaanse stad kandideert is Afrika uitgesloten. Buiten Rio de Janeiro (Zomerspelen 2016) lijkt Zuid-Amerika kansloos, vooral op economische gronden. En bij de Verenigde Staten heeft het IOC moeite met de private opzet van Spelen: financieel (te) risicovol.