Nieuwe media, nieuwe genres

Op 25 oktober liet Wilbert Spooren, de nieuwe Nijmeegse hoogleraar Taalbeheersing van het Nederlands, in een boeiende oratie zien dat nieuwe media als Twitter en Facebook leiden tot het ontstaan van nieuwe genres. Allerlei officiële instituties – banken, politie, gezondheidszorg – wenden zich via de nieuwe media tot het publiek, en leren door schade en schande dat deze media hun eigen eisen aan de communicatie stellen. Voor taalbeheersers als Spooren vormen deze nieuwe genres een Fundgrube. Zij onderzoeken hoe officiële instellingen effectief gebruik kunnen maken van sociale media. Uit dat onderzoek blijkt dat ‘institutionele tweets’ veel variatie kennen, die nauw samenhangt met het doel ervan: wijkagenten willen het publiek informeren, bankmedewerkers willen klanten trekken, artsen willen patiënten helpen.

Ook taalonderzoekers hebben het afgelopen jaar de rijkdom van de nieuwe media ontdekt. Zij zijn vooral geïnteresseerd in niet-institutionele berichten: de snelle, informele en spontane mededelingen die zo kenmerkend zijn voor de sociale media. Het taalgebruik daarvan benadert de spreektaal, dus de ‘natuurlijke’ taal. De meeste berichten zijn afkomstig van jongeren. Naar hun taalgebruik kon tot nu toe geen grootschalig onderzoek worden gedaan. Daaraan is behoefte, want het taalgebruik van jongeren is bepalend voor het Nederlands van de toekomst: taalverandering begint immers bij de jeugd.

De nieuwe media kenmerken zich door nieuwe spellingen en afkortingen (wrm, ff, srry, dalijk, LOL), en door nieuwe taalvormen en grammaticale constructies, zoals Ben aan opgestaan dus srry haha xd. Zinnen blijven onaf. Nadruk wordt uitgedrukt in de spelling (heeeel groot). Emoticons en hashtags worden als stijlmiddel ingezet. Het genre van de sociale media maakt kortom gebruik van een nieuwe stijl. Taalkundigen willen achterhalen welke elementen kenmerkend zijn voor die stijl, en wat de reden van hun ontstaan is. Zijn de nieuwe taalvormen bewuste creaties, zijn ze inherent aan de nieuwe media, of tonen ze aan dat de jeugd niet meer kan spellen?

Om dit soort vragen te beantwoorden hebben verschillende taalkundigen in Nederland en België grote tekstbestanden aangelegd uit de sociale media. Zo hebben Antal van den Bosch van de Radboud Universiteit Nijmegen en Erik Tjong Kim Sang van het Netherlands eScience Center in maart de website twiqs.nl gelanceerd. Hier kunnen onderzoekers Nederlandse tweets van 16 december 2010 tot heden doorzoeken. Dit levert allerlei interessante gegevens op. Het aantal vermeldingen van politieke partijen in tweets voorspelt verkiezingsuitslagen. Het ontstaan van een epidemie blijkt uit het aantal malen dat griep of hooikoorts ter sprake komt; via de woonplaats van twitteraars kan het verloop van de epidemie op een kaart worden gevolgd.

Het Meertens Instituut en de Universiteit Twente hebben dit jaar een speciaal programma, TweetGenie, gelanceerd voor het onderzoek naar tweets. Dit computerprogramma leidt het geslacht en de leeftijd van Nederlandse twitteraars af uit hun taalgebruik. Uit het onderzoek bleek dat woorden als doei, lief, leuk, vriendinnen, xx, nagels typerend zijn voor vrouwen, terwijl bro, bier, fifa, nice, game en kerel mannentaal is. Kenmerkend voor jongerentaal is school, haha, gewoon, echt. Oudere mensen schrijven vaker goedemorgen, sterkte, prachtig, dank.

Via tweets kunnen regionale taalverschillen worden opgespoord. Zo blijkt dat ‘alweer’ vooral in Nederland wordt gebruikt en ‘weeral’ in Vlaanderen, maar ook in Zeeland en Nederlands-Limburg. Dialectenquêtes zijn tijd- en geldrovend is, en Twitter biedt de dialectologen een mooi alternatief voor onderzoek naar de hedendaagse grenzen van dialectverschijnselen.

Ook voor onderzoek naar etnische variatie blijken sociale media bruikbaar. In een binnenkort te verschijnen publicatie presenteren de Leuvense onderzoekers Tom Ruette en Freek Van de Velde een tekstbestand van 10 miljoen woorden uit Marokkaans-Nederlandse chatkanalen, het zogenoemde Morrocorp. Hieruit konden zij destilleren welke woorden en grammaticale vormen typerend zijn voor het Marokkaans-Nederlands: groetwoorden als salaam, ewa, vloeken als wollah, hmdl (voor hamdoullah), en een constructie als een mooie verhaal.

Al het genoemde onderzoek had als voornaamste doel aan te tonen dat tekstbestanden uit de sociale media geschikt zijn voor taalkundig onderzoek. Zo was al bekend dat een constructie als een mooie verhaal kenmerkend is voor etnisch Nederlands; dat dit voorkomt in Morrocorp, bewijst dat chattaal ook voor andere vraagstellingen representatief is.

Een groot probleem voor het stellen van nieuwe onderzoeksvragen aan teksten uit de sociale media is de enorme spelling- en vormvariatie die deze teksten vertonen. Computerprogramma’s die zijn ontworpen om traditionele teksten te analyseren, hebben hier moeite mee. Die variatie lijkt op het eerste oog onvoorspelbaar. Maar dat is schijn: naarmate er grotere tekstbestanden worden samengesteld en de computerprogramma’s worden verfijnd, zal duidelijker worden dat er onderliggende patronen en regels bestaan voor de spelling en grammatica van korte tekstberichten. Voor de taalkunde van het Nederlands van nu en morgen in al zijn varianten vormen de nieuwe media een nagenoeg onontgonnen goudmijn.