Moet het monopolie op het recht bij rechters en advocaten blijven?

Het meest innovatieve idee in de rechtspleging van 2013 moet uiteraard internet-based zijn, potentieel massabereik hebben en een bodemtarief.

Want wat is het probleem? Kort gezegd - het officiële rechtbedrijf wordt almaar duurder, ontoegankelijker en langzamer. Het strafrecht verliest zelfs marktaandeel. In 2004 kregen de rechtbanken 230.000 strafzaken. In 2012 waren dat er nog 86.060. Intussen klagen strafrechters steen en been over stijgende werklast, terwijl een overbelast Openbaar Ministerie zichzelf maar net boven water houdt. De behandelduur neemt toe, ook in andere sectoren. Het aantal rechters, officieren en advocaten groeide. En dus ook de kosten. Tegelijk nemen de alternatieve afhandelingsmogelijkheden spectaculair toe.

Het is een wereldwijd fenomeen, betoogde de Tilburgse hoogleraar privaatrecht Maurits Barendrecht in 2011, toen hij aantrad bij het Haagse onderzoeksinstituut Hiil/Innovating Justice. Het monopolie van de rechtspraak staat onder druk. Elders binnen, maar vooral ook buiten de overheid gaat het sneller, voorspelbaarder en vaak goedkoper. Burgers en instellingen leveren kennelijk zonder moeite in op de hoge prijs van de onafhankelijke rechter.

Voor het rechtbedrijf blijven de dure megazaken over. Procesdossiers worden dikker, pleitnota’s langer, wetgeving ingewikkelder, de roep om specifieke kennis luider. Er wordt steeds meer energie en geld aan steeds minder zaken besteed. Het maatschappelijk bereik van de officiële rechtspleging neemt af. Strategische en praktische keuzen dringen zich op. Deugen de procedures en werkprocessen nog? Trekt de Staat de juiste zaken aan? Wat is de meerwaarde van de rechtspleging echt?

Aangezien dergelijke vragen een maatje te groot zijn voor dagelijks gebruik, wordt de status quo verdedigd. Meestal met juridische argumenten. De toegang tot het recht komt in gevaar zonder voldoende ruim gesubsidieerde advocaten, hoorden we deze week. Vorig jaar zeiden rechters hetzelfde over de verhoging van griffierechten. Iedereen moet bij de rechter terecht kunnen. Dat is ‘immers’ een grondrecht: toegang tot de rechter als vanzelfsprekende blanco cheque. Dat is immers beschaving, de kern van de rechtsstaat, etc.

Dat schiet dus niet op. We zijn in een situatie waarin veel advocaten nooit een andere advocaat zouden kunnen inhuren, gezien hun tarieven. En waarin veel kenners van het rechtbedrijf anderen adviseren er zo ver mogelijk vandaan te blijven gezien de kosten en de onzekerheden.

De echte vraag is of het monopolie op rechtsbedeling wel bij advocaten en rechters moet blijven. Barendrecht vergeleek de krampachtige discussie rond de toegang tot het recht al met heimwee naar het overheidsmonopolie op telefonie. De samenleving ontwikkelt eigen kanalen. Media ontwikkelen zich als podium waar burgers zelf geschillen laten beslechten. In consumentenprogramma’s, bijvoorbeeld. De Nederlandse ‘reizende rechter’ van de NCRV is geen uitzondering. In Mozambique bestaat een succesvolle ‘mobile judge’ op tv die arbeidsconflicten beslecht. Talloze geschillen worden inmiddels informeel online beslecht, met hulp van slimme interfaces. Burgers breken dankzij internet ook het monopolie op juridische informatie van de experts af.

Binnen de rechtspraak komt de digitalisering ook op gang, zij het voorzichtig. Dan doel ik niet op de mammoetoperatie om het klassieke procesrecht met al zijn termijnen te digitaliseren. Dat komt neer op het automatiseren van een klassiek zeilschip. Wat wel kwalificeert als innovatief is het ontsluiten van de kantonrechter via internet. De nieuwe e-kantonrechter biedt een geheel digitale procedure met een uitspraak binnen 6 weken. Ook de nieuwe Reizende Burenrechter is een antwoord op de vraag naar eenvoud en snelheid. Dit ‘proces’ is eveneens digitaal, in een nieuwe dialoogvorm. Er komt pas een vonnis als de rechter zelf de situatie ter plaatse onderzocht, een voorlopig oordeel gaf, waarna de strijdende buren alsnog kunnen schikken.

Aan de internet-horizon wenken inmiddels juridische beslismachines, zònder rechter. De meest veelbelovende lijkt modria.com. De veilingsite Ebay lost er jaarlijks een miljoen conflicten mee op. Modria zegt dat ‘online geschil beslechting’ beter is dan het luie ‘niet goed, geld terug’ beleid waarmee klanten nu worden afgekocht. Intelligente geschilbeslechting kan geld besparen, goodwill opleveren en bovendien waardevolle feedback. De belangrijkste les die de bouwers trokken is dat een beslismachine simpel en snel moet zijn. Geen tijdrovende termijnen, extra waarborgen of moeilijke stappen. De moderne burger wacht zelfs liever korter op een negatieve beslissing dan langer op een positieve. Als die tenminste effectief is. Rough justice is vaak genoeg, is de verrassende conclusie.

In de rechtshulp zijn Doe Het Zelf websites in opkomst. Duitsland kent frag-einen-Anwalt.de waar advocaten hulpvragen online beantwoorden. Voor iedereen zichtbaar – en met een database met antwoorden per rechtsgebied. De burger stelt zelf een tarief vast (vanaf 25 euro), waar aangesloten advocaten op in kunnen gaan. In de VS bestaat het als LawGuru.com Daar antwoorden advocaten gratis – hun belang is contact leggen, voor de vervolgvragen. In Nederland is juridische zelfhulp op internet niet onbekend. Wie voor kleine zaken naar de strafrechter moet kan bij juridium.nl voor 150 euro een ‘doe het zelf pleidooi’ laten schrijven. De Hema biedt sinds kort een eenvoudig samenlevingscontract of testament aan voor 125 euro. Zo moet het dus. Tijd om de burger mondig te maken en het recht sneller en simpeler. De Hema dus, met het online testament voor de massamarkt. Het beste idee van 2013!

De auteur is juridisch redacteur