Mijn metrohond kent de weg

Omdat ik er na vele honderden ritjes nog nooit een was tegengekomen, had ik de verhalen over zwerfhonden die zelfstandig reizen met de Moskouse metro naar het rijk der stadsfabelen verwezen. Het zijn wel mooie verhalen. „Toen metrostation Proletarskaja naderde, keek hij naar buiten, constateerde dat het de juiste halte was, stapte uit en nam resoluut de linkeruitgang”, schreef oud- correspondent Jelle Brandt Corstius zeven jaar geleden over een „aan lager wal geraakte golden retriever”, die hij kennelijk was tegengekomen.

Zo zouden er vele tientallen zwerfhonden zijn die weten hoe ze de metro moeten nemen om bij de markt met de lekkerste hapjes te komen. „Is het waar?”, vroeg bezoek uit Nederland steeds. „Ik heb het nooit gezien”, antwoordde ik altijd. Tot vorige week.

Het is duidelijk: deze teef, die er aan alle kanten uitziet alsof ze onlangs een nestje heeft gekregen, reist zonder begeleiding. Ze ligt half voor een zitplek op de grond, waardoor die plek eerst leeg blijft. Reizigers kijken, maar houden afstand. Ze heeft een forse bek vol tanden. Ze houdt het midden tussen een herder en een labrador.

„Ik blijf zitten”, zeg ik tegen mijn reisgezelschap als onze halte nadert. Ik voel me net de hoofdpersoon uit Gogols Dagboek van een gek (‘Laat ik dit hondje eens volgen, zei ik tegen mezelf, om te zien wat het voor hondje is en wat het zoal denkt’). Maar dit is de enige kans om het met eigen ogen te zien: kent deze metrohond de weg, zoals de legendes vertellen? En waar leidt die weg dan heen?

We zitten op de ringlijn die de twaalf haltes rond het centrum van Moskou met elkaar verbindt. Kleur op de metrokaart: bruin. Omdat de treinstellen op dit spoor rondjes rijden zonder eindpunt, is de bruine lijn favoriet bij diegenen die de metro niet gebruiken om ergens te komen, maar als warm onderdak waar je even weg kan soezen. Dronkemannen en daklozen.

Een heerschap dat eruitziet alsof hij in zijn leven wel wat heeft meegemaakt stapt in. Voorzichtig laat hij zich over de liggende hond heen op de vrije zitplaats zakken en klopt het dier vriendelijk op haar zij. Mensen lachen. De sfeer in de wagon wordt ineens gemoedelijker. De hond laat zich op haar buik aaien, totdat de man haar voorpoot vastpakt. Dan gromt ze en toont haar tanden. De man glimlacht. Er zit nog pit in. Hij stapt weer uit.

Zes stops verder stapt de hond zelf eindelijk uit. Halte Park Kultury. Zou ze hier dan wonen? Terwijl de passagiers de roltrap omhoog nemen, begint ze omstandig haar achterwerk te likken. Dan zoekt ze een rustig plekje achter een pilaar en doet buiten het zicht van de metro-opzichters een weke drol op het marmer. Dan loopt ze terug naar het perron waar ze uitstapte en pakt de volgende metro. Daar gaat ze weer liggen, met ogen dicht.

Ze lijkt behoorlijk ziek. Moet ik haar eigenlijk helpen? Wat moet je met een zieke zwerfhond in Moskou? „Niet naar de politie brengen!”, roepen dierenbeschermers op websites die ik open op mijn telefoon. Die zouden zwerfhonden direct laten afmaken. „Ook niet naar ons brengen! Ook niet bellen! Wij zitten vol!”

De hond heeft een halsband, maar die durf ik niet te pakken. Ik denk aan mijn huisarts, die elke keer lachend begint over hoe mijn vriend en ik samen hondsdolheidprikken kwamen halen, nadat we in één week in twee Russische steden waren gebeten.

Een kwartier later zijn we opnieuw bij mijn eindbestemming. De hond ligt uitgeteld op haar zij. Ze kan niet naar de politie, ze kan niet naar de opvang. Ze is zoals de dronkemannen en daklozen op deze lijn. Hopelijk vindt ook zij een warm plekje voor de nacht, als de metro over een paar uur sluit.