Column

Marcel Kinderen

Het was een bericht in de regionale krant: in de bossen bij Apeldoorn komt een monument voor ongewild kinderloze mensen. Doel: dat de rondwandelende vreemdeling zich realiseert dat het krijgen van kinderen niet vanzelfsprekend is. Een van de initiatiefnemers, een pastor, over het stille leed van de ongewild kinderlozen: „Telkens die confrontatie met kinderen in je omgeving. Er zijn stellen die daar overheen komen, maar ook stellen waarvoor het een crisis wordt.”

Ik ben niet ongewild kinderloos, eerder onbewust, en ik wil de ongewild kinderlozen hun leed natuurlijk niet afpakken, maar hun lijden is niet exclusief. De confrontatie met kleine kinderen en hun ouders is voor niemand leuk, behalve voor de ouders zelf.

Ik ken er genoeg, vrienden die je de kinderen zo ongeveer in het gezicht smeren. Mijn beste vriend neemt tegenwoordig zijn zoontjes mee naar het voetbalstadion. Bij het bierdrinken na afloop houdt hij ze stil met chocolademelk met slagroom. De helft van de tijd is hij bezig met het schoonpoetsen van de gezichtjes.

Vorige week kreeg ik een mail van een goede vriendin. Jammer dat ik niet naar het afzwemmen van haar dochtertje was komen kijken, waarvoor toch ruim te voren een uitnodiging was verstuurd. Vroeger was je blij als je oma op je verjaardag kwam. Tegenwoordig worden familie, vrienden en de hele buurt uitgenodigd voor het afzwemmen.

Een tijdje terug vond ik mezelf terug in een gymzaal in Malden, waar het dochtertje van mijn zus meedeed aan de musical ‘Het geheim van het dierenlicht’. Het duurde tweeënhalf uur omdat alle kinderen een rolletje moesten hebben. In een onnavolgbaar verhaal belandde een groep kinderen via een dierenwinkel in een betoverd land, waar iedereen snoep at. Ik snapte er niets van. Gelukkig filmde mijn zwager de hele voorstelling zodat we het op zijn verjaardag nog een keer terug kunnen kijken. Na afloop werden de kinderen als prinsjes en prinsesjes vereerd. Er waren er die cadeautjes kregen. Zelf gaf ik mijn nichtje geld, de ervaring leert dat ze daar toch het meest blij van worden.

Een monument vind ik overdreven, erkenning voor het aangedane leed is voldoende.