Literatuur mag weer Strips Literatuur

Geen zorgen, u mag weer met de handen boven de dekens lezen. Het is voorbij, het jaar waarin het enige boek waarover werd gepraat een erbarmelijk slecht geschreven pseudopornotrilogie was – en waarin alle uitgevers hun stinkende best deden om ook een boek volgens de formule van E.L. James te publiceren: wat verlangen naar onderworpenheid, een handvol kinky bedattributen, een alfamannetje, en klaar was Kees. Al moest het natuurlijk allemaal ook nog heel kreupel van stijl zijn.

Terwijl de boekenbranche zich nog volop in de ranzigheid wentelde, stond dit voorjaar ineens Stoner van John Williams op nummer één in de bestsellerlijsten. Een ‘gewone’ roman van een dode Amerikaanse schrijver, dat bleek ineens het boek te zijn dat iedereen wilde lezen. Binnen een paar maanden heroverde zo de echte literatuur de bestsellerlijsten. Jan Brokken bereikte plotseling voor hem unieke verkoopcijfers, voor het eerst in mensenheugenis leidde een Nobelprijs (die voor Alice Munro) tot een succes buiten het ramsjcircuit en het boek dat werkelijk alle aandacht kreeg, Het puttertje van Donna Tartt, mikt op honderdduizenden klanten, maar is ontegenzeggelijk literatuur – en bij vlagen geweldig geschreven. Je zou het antiporno kunnen noemen. De bekroning van de terugkeer van de literatuur in de gunst van de boekenkoper kwam vorige maand, toen zelfs Simon Carmiggelt nog een bestseller haalde.

Arjen Fortuin