Liebestod staat ver van ons af

Ze zijn een echtpaar én ze staan beiden, als operazangers, aan de internationale top. Zaterdag zingen ze voor het eerst samen de titelrollen in Wagners Tristan und Isolde.

Sopraan Eva-Maria Westbroek en haar man, tenorFrank van Aken, zingen voor het eerst samenTristan und Isolde. Foto Matthias Creutziger

De straten lijken net de Efteling, waarschuwt Eva-Maria Westbroek. „Raar, alsof je door een decor loopt.” Dat een trompettist het thema uit Star Wars door de in frisse pastels wederopgebouwde straten toetert, draagt daaraan bij. „Maar de omgeving is prachtig. We fietsen veel.”

Zoals vandaag, met hondje Ruby achterop in een knalrood winterjasje. Met de succesvolle generale repetitie net achter de rug en nog twee dagen gaans voor de première van Wagners Tristan und Isolde is er tijd voor een pelgrimage naar het graf van tenor Ludwig Schnorr von Carolsfeld (1836-1865). Hij was de allereerste die Wagners Tristan zong, waarna hij op 29-jarige leeftijd stierf. „Volgens de legende kwam dat door de zwaarte van de rol”, zegt Frank van Aken, die straks dezelfde rol zingt. „Maar wat ons vooral hier naartoe trok was het gegeven dat zijn Isolde, Malvina Garrigues, óók in het echt zijn vrouw was. Een echtpaar dat Tristan und Isolde zong, net als wij; dat is bijzonder.” Ze hebben een bloemetje op het graf gelegd. Westbroek: „Het was een kunstlelie. Maar ik vond hem er toch gezellig uitzien.”

Sopraan Eva-Maria Westbroek was al internationaal succesvol toen ze met Sjostakovitsj’ Lady Macbeth van Mtsensk bij De Nederlandse Opera (2006) ook hier doorbrak. Nu zingt ze overal aan de belangrijkste huizen, van Berlijn tot New York. Na de Isolde van deze maand, de zwaarste Wagnerrol voor haar stemtype, volgt meteen een tweede roldebuut als Janáceks Káta Kabanová onder Sir Simon Rattle in Berlijn. Pas daarna is er tijd voor vakantie en om even thuis te zijn in Den Haag. Tussentijds doen ze het met bellen. En de familie komt natuurlijk naar de première vanavond. Westbroek: „Mensen zeggen tegen mij en Frank vaak dat we nog steeds zo ‘normaal’ doen, maar dat moet ook gewoon echt wil je een zwaar vak als het onze leuk houden. Rattle reageert zelfs niet op de aanspreektitel Maestro. ‘Oh, je had het tegen mij? Maestro komt volgende week. Tot dan moet je het met mij doen’.”

Voor Westbroek is Isolde een roldebuut. „Natuurlijk maakt dat het extra spannend”, zegt ze. „En het is ook wel een extreem veelomvattende rol.” Die ze graag zingt hoor, daar niet van. Maar haar hart ligt bij het Italiaanse repertoire, nog steeds. „Ik hou ontzettend van opera’s over echte mensen. Ik vermoord je, boem, van dat lekker naturalistische drama. De libretto’s van Wagner, met al die humorloze gezwollen heldenverering, vind ik lastig. Qua tekst dan. De muziek is onovertroffen.” Van Aken, die de eveneens zeer zware Tristan-rol eerder zong in Frankfurt, valt haar bij. „Elkaar eens even lekker vinden in de dood, wat hier gebeurt, is nou niet iets wat heel dichtbij ons ligt.”

Wat hielp waren de lessen van de zeer ervaren Wagnerkenner en -coach Richard Trimborn in München, die in deze opera met vele dirigenten samenwerkte en deze nu maat voor maat met Westbroek en later ook Van Aken doornam. „Hij zorgde er vooral voor dat mijn fantasie wakker werd”, zegt ze. „Dan pakte hij een landkaart erbij. Waar zou Tristan aan land zijn gegaan? Of hij sloeg een akkoord aan, en koppelde de muzikale wending dan aan de betekenis in het verhaal. Op die manier gaat alles leven.”

Boksen

In een restaurant onder hun appartement is er ’s avonds bier met gebraden ganzenbout, een Saksische Sint Maarten-specialiteit. Fit worden kan morgen weer. Twee keer per week naar de sportschool moet, vinden beiden: een opera van vijf uur eist conditie. Het liefst, zegt Westbroek, had ze hier in München iemand om mee te boksen, zoals in Londen en New York. „Ik chatte net nog met een oude bokscoach. ‘Heb je daar wel een zak om tegenaan te meppen?’, vroeg hij. Hij kent me goed; hij weet dus dat ik het soms heerlijk vind om alle spanning van me af te slaan, haha.”

Van Aken: „En dan zijn we nu gelukkig in Dresden. In Nederland zou ik zeker nog gespannener zijn.”

Het samen werken, samen zingen, samen ontwaken en samen wonen is ook echt alleen een maar stressverminderende factor, vinden ze. Van Aken: „Als zanger ben je zo vaak zo lang alleen. Nee, dit is echt een luxe. We leiden ook hier een monnikenbestaan. Maar dan wel samen.”

En op de avonden dat ze niet zingen? Westbroek: „Voor lezen ben ik dan toch vaak te moe. Of beter: nog te veel bezig met de opera.”

Van Aken: „We laten de hond uit, eten in het plaatselijke bierlokaal. Of Eef kookt. En daarna komt het er vaak op neer dat ik op Facebook een beetje wezenloos op de like-knop zit te drukken, terwijl zij Grey’s Anatomy kijkt.”

Voor Nederland? Geen plannen. Westbroek zal terugkeren bij De Nederlandse Opera, Van Aken is in eigen land nog steeds goeddeels onbekend. „Maar echt: ik ben daar niet mee bezig. Ik ben ook de enige niet. Neem Robert Holl: een ster in Oostenrijk en Bayreuth. Ook hij heeft nooit bij De Nederlandse Opera gezongen.”

Bovendien, benadrukken ze, Duitsland heeft zoveel goede kanten. Westbroek: „De humorloosheid blijft onwennig, maar de integere, compromisloos toegewijde manier waarop iedereen hier in zo’n operahuis functioneert – daar kan ik als ik elders ben juist heel erg naar terugverlangen.”

Van Aken, volmaakt persiflerend: „Toll gemacht, unsere Mannschaft! In Nederland leveren we overal van dat zeurderige commentaar op. Hier lullen ze hun team gewoon naar de finale. En die trotse mentaliteit geldt óók de cultuur.”

Tristan und Isolde. Première: 16/11 Semperoper Dresden. Aldaar t/m 14/12.