Laten we in een rustig herfstweekend de euro afschaffen

Om de euro uit te gevarenzone te halen, moet de EU een echte federatie worden. Maar aangezien dat politiek gezien onhaalbaar is, kunnen we de euro maar beter afschaffen, betoogt François Heisbourg. „Ik offer graag de euro op, als daarmee de EU gered kan worden.”

Foto’s Steven Wassenaar

Om de Europese Unie te redden, moeten we zo snel mogelijk met de euro stoppen. Voor een overtuigd Europees federalist als François Heisbourg is dit een verrassende boodschap. Heisbourg, een voormalig Frans diplomaat en hoogleraar, is voorzitter van de gerenommeerde denktank International Institute for Strategic Studies (IISS) in Londen en verbonden aan de Fondation pour la Recherche Stratégique in Parijs. Als prominent lid van het Europese academische establishment wordt de Franse socialist vaak door politici geraadpleegd. Tot nog toe heeft hij de euro steeds verdedigd. Nu spoort diezelfde Heisbourg Frankrijk en Duitsland aan om de munt op te breken en te vervangen door achttien nationale munten.

In het boek La Fin du Rêve Européen (het eind van de Europese droom), dat in september verscheen en in Europa flink wat stof doet opwaaien, legt Heisbourg uit dat de euro alleen kan functioneren als ze een soort Europese staat achter zich heeft. Een federale staat met een ministerie van Financiën, een centrale bank die zonodig geld bijdrukt om de munt te schragen en een stevig budget. Dat heeft de euro allemaal niet. En Heisbourg concludeert dat ze die voorlopig ook niet krijgt.

In een lang telefoongesprek vanuit zijn woonplaats Parijs vertelt Heisbourg (Londen, 1949), zoon van een Luxemburgs diplomaat, dat veel mensen geschrokken zijn van zijn boek. „Als je tegen de euro bent, ben je meestal ook tegen de EU. Ik ben een Europees federalist. Een overtuigd Europeaan. Ik was wel de laatste van wie ze verwachtten dat hij de euro zou willen afschaffen.”

Waarom wilt u dat?

„Wat een munt nodig heeft, zijn drie belangrijke dingen. Ten eerste een stevig budget, van minimaal 10 procent van het bbp. Amerika heeft 24 procent, Europa amper 1 procent. Om dit geld bijeen te krijgen moet je Europese belastingen heffen. Ten tweede heb je een sociaal vangnet nodig voor alle inwoners van de muntunie. In Amerika heb je voedselbonnen, centrale gezondheidszorg, enzovoort. In Europa: niets van dat alles. Alles is bij ons nationaal gebleven. Ieder heeft zijn eigen ziektekostensysteem en pensioen. Als je naar een ander land verhuist, raak je soms alles kwijt. Daardoor zijn de verschillen tussen landen ook te groot. Ten derde moet je een mechanisme hebben dat ervoor zorgt dat een stad of deelstaat die uit evenwicht raakt, niet de hele federatie in de problemen brengt. Alle grote wereldeconomieën met één munt hebben dit: Amerika, India, Brazilië. Europa niet.

„Toen de euro werd opgericht, wisten veel mensen dat we hier op een dag aan zouden moeten, om de munt een goed fundament te geven. Velen geloofden dat we daaraan zouden gaan werken. Ik ook. Maar het is niet gebeurd. Dat maakte ons kwetsbaar. Deze crisis toont dat aan: we komen er maar niet uit. Het probleem is dat de munt de drie federale elementen die ik net noemde, het hardst nodig heeft precies op het moment dat wij haar die elementen niet kunnen geven. Geen denken aan dat Europese burgers nú instemmen met een Europese begroting van 10 procent of meer. Of een centrale Europese pot om reddingsacties uit te betalen, als banken failliet dreigen te gaan. De burgers zien de oplossing juist als probleem. Sterker, ze grijpen de perikelen van de euro aan om de bestaansgrond van de EU in twijfel te trekken. Dan moet je intellectueel de moed hebben om te zeggen: dit leidt nergens toe, laten we ermee ophouden.”

Wijt u de groeiende euroscepsis aan de problemen rond de euro?

„Nee. De euroscepsis was er al eerder. In 2005 stemden Fransen en Nederlanders bij het referendum over de Europese grondwet al tegen. Maar je moet vaststellen dat de bestaande scepsis over het Europese project en de scepsis over de munt nu vermengd raken. Ze versterken elkaar. Tegenstanders van Europese integratie grijpen de eurocrisis aan om te zeggen: zie je wel dat er niets van deugt? In zeker zin is de euro de kanker van de EU geworden. Die moeten we eruit snijden, voordat het hele lichaam geïnfecteerd raakt. Want dat dreigt. Eurosceptische partijen hebben nu nog nergens een meerderheid. Dat is een wonder. Burgers worden al vijf jaar geplaagd door werkloosheid, politieke besluiteloosheid, enzovoort. Toch hebben velen engelengeduld en blijven het gematigde politieke midden trouw. Maar hoe lang nog?”

Tot de komende Europese verkiezingen in mei?

„Dat wordt een slachting. De Italianen, Britten, Fransen en niet te vergeten de Nederlanders gaan hun politici afstraffen.”

Wilt u de euro nog vóór de verkiezingen afschaffen?

„Ja.”

In Brussel en Frankfurt zegt men dat de eurocrisis minder erg wordt en dat er weer wat economische groei is. Bent u niet voorbarig?

„Die informatie klopt, maar ik denk dat dit een tijdelijke fase is. De crisis laait zeker weer op. De euro heeft een structureel probleem. Eén windvlaag en het gedoe begint weer. Daarom denk ik dat dit een ideaal moment is om, tijdens een rustig herfstweekend, de euro te vervangen door nationale munten. Als je zo’n operatie in turbulente tijden uitvoert, is de kans op chaos groter.”

U schrijft dat Duitsland en Frankrijk die inwisseloperatie stilletjes samen moeten voorbereiden. Waarom?

„Europa draait om Duitsland en Frankrijk. Als zij het voorbereiden krijgen ze de rest wel mee. Duitsland zal het nooit alleen doen. Na twee wereldoorlogen wil het niet weer met zevenmijlslaarzen door Europa.”

Waarom mogen andere landen pas op het laatst worden ingelicht?

„Voorkennis is funest. En als je hier met zijn achttienen over onderhandelt, krijg je precies het soort halfbakken besluit waar we vanaf moeten.”

Elk land heeft de exit-draaiboeken al klaarliggen, neem ik aan?

„Natuurlijk. Nationale banken hebben die afgelopen jaren gemaakt. Die trekken ze zo uit een la.”

Waarom zou Duitsland van de euro af willen? Het land groeit en exporteert zich suf.

„Duitsland boert goed. Als enige, eigenlijk. Duitsers hebben het altijd over de crisis in het zuiden. Waarom zouden zij dan stoppen met de euro?

„Ik denk dat Berlijn moet inzien dat deze situatie op termijn onhoudbaar is. De hele eurozone is scheefgetrokken. Duitsland heeft een overschot op de betalingsbalans van tegen de 7 procent. Dat is meer dan China! Ze mogen volgens het Stabiliteitspact maar 6 procent hebben. Eurocommissaris Olli Rehn stelt nu een onderzoek in. Maar denk niet dat hij het land gaat straffen. Politiek is dat ondenkbaar. Gevolg is wel dat het Stabiliteitspact, dat landen in evenwicht moet houden, door Duitsland wordt opgeblazen. Zolang de Duitsers de vaart erin hebben, worden de anderen automatisch op achterstand gezet. Met de euro worden de verschillen tussen landen alleen maar groter. Dit is hopeloos.”

Als de euro verdwijnt, krijgt Berlijn dan de rekening voor de noodsteun aan Griekenland en anderen?

„Ja, maar de rekening krijgen ze sowieso. Niet alleen vanwege de leningen aan deze landen. Maar vooral ook omdat zij die leningen destijds hebben verstrekt om hun eigen banken te redden. Duitsland en Frankrijk leenden Griekenland geld om zichzelf te helpen. Hun banken en pensioenfondsen hadden zoveel geld in Griekenland gestoken, dat het goedkoper was Athene geld te lenen dan die banken met staatssteun overeind te houden. Duitse burgers hebben hier geen benul van. Maar we hebben het over honderden miljarden euro’s. Meer dan 10 procent van het Duitse bbp.”

Geen wonder dat Berlijn alles doet om de euro overeind te houden.

„Maar ze doen niet genoeg! Dit is de kern van het probleem. Ze kunnen eindeloos nieuwe afspraken bedenken over Europese begrotingsdiscipline. Ze mogen nieuwe Europese verdragen optuigen – maar feit blijft dat Duitse burgers er niets meer van begrijpen en wíllen begrijpen, en de hakken in het zand zetten. Alles wat nodig is om van de euro weer een gezonde munt te maken, gaat de Duitsers te ver. Zelfs de bankenunie komt niet verder dan wat toezicht. Zo blijft het kwakkelen met de euro, wat betekent dat politici bezig zullen blíjven met onpopulaire oplapmaatregelen. Dit maakt mensen alsmaar anti-Europeser. We zitten in een vicieuze cirkel. Daar moeten we uit. Ik offer graag de euro op, als daarmee de EU gered kan worden.”

Wanneer begon u aan de euro te twijfelen?

„In 2010, toen Griekenland in de problemen kwam. Wat Griekenland toen meteen nodig had, was bezuinigingen en hervormingen, fikse kortingen voor crediteuren en een terugkeer naar de drachme, zodat Athene kon devalueren om de onvermijdelijke recessie kort te houden. Dit werkt overal, van Thailand tot Brazilië. Maar bij Griekenland mocht dit niet. De euro is een huis met alleen een voordeur, zonder ramen. Je komt er niet meer uit. Griekenland, de bakermat van de Europese geschiedenis, kreeg te horen: in de euro blijven, anders zetten we jullie uit de EU!

„Athene moest alles oplossen met bezuinigen en hervormen. Wat wij de Grieken hebben aangedaan, is onmenselijk. En politiek dom. We hebben een hele generatie hun toekomst afgepakt. Waarom konden we ze geen verlof geven uit de euro, voor tien, vijftien jaar? Toen ik erachter kwam dat wij dit vooral deden om twee Duitse en drie Franse banken voor omvallen te behoeden, besefte ik: wat wij doen, is niet wat een normale federatie zou doen. Dit is onder de tafel, omdat het op de legitieme manier niet lukt. Zo ben ik tot de conclusie gekomen dat we de euro moeten opgeven.”

En als er iemand opstond die rustig uitlegt ...

„Ach welnee, iedereen die zegt dat we meer macht aan Barroso en Van Rompuy en Schulz moeten geven, wordt omver gekegeld, in uw land en in het mijne. Ook al kunt u het uitleggen, het komt niet meer aan. Deze mannen worden gezien als deel van het probleem, niet deel van de oplossing. Zelfs in Luxemburg, het meest pro-Europese land dat ik ken, heeft de heersende partij klop gekregen bij de verkiezingen.”

Niet vanwege Europa, maar vanwege een nationaal afluisterschandaal dat premier Juncker te lang liet aanslepen.

„Akkoord, maar wat zeiden de mensen in Luxemburg? ‘Juncker was bezig de euro te redden en daarom zorgde hij niet voor ons’. Zoiets hebben Luxemburgers hun premier nog nooit verweten. Als we nog jaren zo doorgaan, knallen we tegen een muur. Dit gaat niet langer.”

Hoe groot is de schade als we de euro afschaffen?

„Groot, laat daar geen misverstand over bestaan. De schok zou enorm zijn. Maar als we het ordentelijk doen, zijn de gevolgen misschien te overzien. Dan denken mensen: het wordt tenminste gemanaged. Misschien denken ze zelfs: goed dat de politici dit zelf doen en het niet op een explosie laten aankomen. Ik denk dat de chaos op deze manier minder groot is dan wanneer je de boel op zijn beloop laat en de euro uit zichzelf explodeert. Als het dan toch moet, kun je het beter in goede banen leiden. Banken moeten een paar dagen dicht, zoals op Cyprus in maart. Je moet ook zorgen dat er geen kapitaalvlucht komt. Al gauw zullen veel landen devalueren. Dat geeft hun lucht – zeker landen als Spanje, die hun economieën helemaal hebben hervormd. Het zou ook Italië goed doen; 30 procent devaluatie zou de export een enorme zet geven. Rationeel gesproken zou dat het beste zijn wat het land in tien jaar is overkomen.”

En Frankrijk?

„Dat staat er moeilijker voor. Het heeft nauwelijks hervormd. Dat moet allemaal nog gebeuren. Nu scoort het Front National door te zeggen: we dansen naar de pijpen van Brussel en Berlijn. Dat kunnen ze zonder euro tenminste niet meer zeggen. Het enige wat in Frankrijk veel beter zit dan in andere eurolanden, is de demografie. We vergrijzen minder.”

Wat betekent het voor Nederland?

„Nederland is een interessant geval. Het maakte altijd deel uit van de Deutschmark-zone, met landen als Oostenrijk, België, Denemarken en Tsjechië. Jullie zijn allemaal afhankelijk van de Duitse economie. Althans, dat zegt men. Maar is dat zo? Want dan zouden jullie nu moeten groeien als kool. Maar alleen Oostenrijk groeit, de rest niet of nauwelijks. Er is dus geen transfer meer van rijkdom van Duitsland naar omringende landen. De theorie van de ‘Duitse motor’ klopt niet meer. Duitsland verdient aan de euro, maar deelt dat niet meer met anderen. Ook dit bevestigt mijn vermoeden dat Duitsland het Stabiliteitspact om zeep aan het helpen is. Het zou, kortom, best kunnen dat het afschaffen van de euro ook Nederland lucht geeft. Het is een goed gerund land. Ik zie geen reden waarom het jullie in de toekomst slecht zou gaan.”

Zonder euro, schrijft u, kunnen Europeanen weer optimistisch worden en oog krijgen voor de goede dingen van Europa. Welke dingen bedoelt u?

„Vooral de interne markt en de uitbreiding, wat mij betreft. Ik denk vaak aan een beeld dat de Duitse oud-minister Joschka Fischer gebruikte. Europa is met de euro een rivier overgestoken. Halverwege steekt een storm op. Je moet of snel doorvaren naar de andere, federalistische oever, of teruggaan naar wat je had. Midden op de rivier blijven kan niet. Toch is dat wat wij doen. Veel mensen zullen opgelucht zijn dat we terugvaren.”

Maar de interne markt zal toch ook veranderen? Banken en bedrijven kunnen zonder euro en sterke Europese controle-organen niet groot blijven.

„We hadden een Europese bankenunie nodig omdat alle banken pan-Europees waren. Toezicht en resolutie kunnen dan niet nationaal blijven. Maar de laatste jaren zijn heel wat banken genationaliseerd. Veel banken zijn kleiner geworden. Dat maakt het makkelijker om de euro op te breken dan een paar jaar geleden.”

U schrijft dat de euro op termijn zelfs een doorstart kan maken. Meent u dat?

„Ja. Ik hoop het. We weten nu wat een Europese munt nodig heeft. We weten hoe we het níet moeten doen. Als we de euro nu opheffen, maken we een kans dat er over tien jaar politieke bereidheid is om het serieus opnieuw te proberen met de goede federale fundamenten. Als we de euro niet opheffen, kun je er zeker van zijn dat die bereidheid er over tien jaar niet is.”

François Heisbourg: La Fin du Rêve Européen. Uitgeverij Stock, 195 blz. € 18. (Nog geen Nederlandse vertaling beschikbaar)