Klagende Franse belastingvluchtelingen

Een Française met goede kruiwagens die in juli naar New York verhuisde, probeerde haar kind op het Frans lyceum te krijgen – de Franse internationale school met vestigingen overal ter wereld. Onmogelijk, kreeg ze te horen. De school werd overspoeld door verzoeken, maar er kwamen vrijwel geen plekken meer vrij. Zelfs niet voor Fransen die al in een ander land op deze school hebben gezeten en normaal voorrang krijgen. Waarom? Franse expats proberen, vanwege de economische malaise in hun land, hun terugkeer uit het buitenland zo lang mogelijk uit te stellen.

In Brussel worden hele buurten, om van het Lycée Français nog niet te spreken, gekoloniseerd door Franse belastingvluchtelingen. Normaliter zijn Fransen enorme chauvinisten. Maar deze lieden klagen non-stop over de belastingen in Frankrijk, die alsmaar stijgen. En over de vastgeroeste arbeidswetgeving, de hoge sociale lasten en het negativisme in Frankrijk. De meesten van hen hebben geld en kunnen een stootje hebben. Maar als een land zo veel van zijn beste mensen kwijtraakt, is er wel iets mis. Jongeren vluchten het Kanaal over, naar Londen. Creatievelingen en ondernemers vertrekken naar Amerika en Azië. De vermogende bourgeoisie verkast, met geld, naar België.

De Franse economische stagnatie is goed nieuws voor Brusselse makelaars en middenstand. Maar voor Europa is het slecht nieuws. Heel slecht. Frankrijk is één van de twee pilaren waar de Europese constructie, met euro en al, op rust. Niemand betwist dat Frankrijk probeert hervormingen door te voeren, om zijn economie weer fit te maken. Duitsland, de tweede Europese pilaar, heeft dat onder bondskanselier Schröder gedaan, meer dan tien jaar geleden. Vooral door loonmatiging en flexibilisering van arbeidswetten heeft de ‘zieke man van Europa’ nu de best draaiende economie. Duitsland kan tegen andere eurolanden zeggen dat het destijds het goede voorbeeld heeft gegeven, en precies weet hoe pijnlijk die sociale ingrepen zijn. Alleen: deze episode kostte Schröder wel de kop. Ook in Portugal, Spanje, Italië en andere landen bliezen regeringsleiders na hervormingen de aftocht. Dit is het schrikbeeld van Franse presidenten.

Toen Nicolas Sarkozy president werd, zou hij het Franse varkentje wel even wassen. Maar steeds als de Fransen boe riepen, dacht hij aan zijn tweede termijn en deinsde hij terug. Het grootste deel van zijn pensioenhervorming schrapte hij zelf weer, na massademonstraties. Wel besteedde hij veel energie aan btw-verlaging voor restaurants, al wist iedereen dat het weinig uithaalde – salarissen en bureaucratie waren het probleem, niet de btw. Onder Sarkozy vertrokken veel fabrieken naar lagelonenlanden.

Toen kwam Hollande, discipel van de ‘grote Europeaan’ Jacques Delors. Hij doet zijn best, maar aarzelt op cruciale momenten. Dus verhoogt hij de belastingen steeds. Totdat het volk ook hiertegen in opstand komt. Ook probeert de president zijn partij bijeen te houden. Als de minister van Financiën een plan bedenkt, schiet die van Buitenlandse Zaken het vol gaten. Hollande doet de arbitrage en geeft iedereen een brokje, anders rollen de ministers weer over straat.

Duitsland raakt geïrriteerd. Op een bijeenkomst in Parijs, deze week, over jeugdwerkloosheidsprojecten waar helemaal geen geld voor is, spraken Merkel en Hollande elkaar van tevoren niet eens. Europa draait om gelijkwaardigheid van Duitsland en Frankrijk. De verhouding is al langer scheef. De bondskanselier en de president hielden lang de schijn op. Dat dit niet goed meer lukt, is een veeg teken. Het betekent dat de echte Europese crisis, de politieke, pas net begint.

Caroline de Gruyter schrijft op deze plek elke week over Europa en politiek.