‘Ik pleeg roofbouw, maar werk geeft me energie’

Gerard van den Tweel

(69) is ondernemer en eigenaar van onder meer Albert Heijnwinkels, Gall & Gall-slijterijen, hotels en groothandels.

Foto Maurice Boyer

Inborst

„Ik kom uit een gezin met zes kinderen. We mochten allemaal studeren, een broer is jurist geworden, een ander patholoog-anatoom. Ik wilde het familiebedrijf overnemen. Met handel kan ik meer geld verdienen, zei ik. Wij woonden boven de kruidenierswinkel in Nijkerk, na schooltijd hielp ik met zakken rijgen, kazen draaien, lege flessen sorteren. Later bracht ik bestellingen rond bij de elite. Ik had er plezier in en was geboeid door het proces: inkopen, verkopen en dan wat overhouden. Ik kon goed met mensen omgaan en begreep ook heel goed hoe belangrijk dat is.”

Voldoening

„Het gaat uiteindelijk niet om het geld, maar om de kick van het ondernemen. Een kans zien, overtuigd raken en het dan tot een succes brengen. Ook als alles en iedereen tegenwerkt. En liever af en toe een verkeerde beslissing dan geen beslissing. Mensen verklaarden me voor gek toen ik miljoenen op Curaçao investeerde, maar ik zag kansen. In 2007 opende Albert Heijn Zeelandia. Inmiddels heb ik op de Antillen vijf supermarkten, twee groothandels en een autowasstraat. Dat honderden mensen daar nu een baan hebben, dat geeft mij nou arbeidsvreugde.”

Wederkerigheid

„Als het je goed gaat, moet je iets terugdoen voor de maatschappij. Ik ben hoofdsponsor van de Nijkerkse voetbalclub NSC, steun de kerk, schenk aan de Voedselbank. Eigenlijk help ik iedereen die aanklopt. Uit naastenliefde, maar ook uit eigenbelang. Het is prettig om gedragen te worden. Als de huisvrouwenbond vraagt om een bijdrage, zeg ik geen ‘nee’, want het zijn mijn klanten. Het is geven en nemen. Om die reden ben ik ook actief voor de VVD. Ik was 25 jaar gemeenteraadslid, nu adviseer ik en ben voorzitter van de kandidaatstellingscommissie. Als je kritiek hebt, moet je ook helpen om zaken te veranderen.”

Last

„Het moeilijkste van ondernemen is de eenzaamheid. Natuurlijk kan ik overleggen met mijn managementteam en met mijn zoons, die in het bedrijf werken. Maar het is mijn onderneming, het zijn mijn centen, dus ik moet beslissen. Van grote investeringen heb ik soms slapeloze nachten, ik ben tenslotte verantwoordelijk voor 1.500 medewerkers. De wereld is veranderd sinds 2008, alle zekerheden zijn verdwenen. Ik heb meer crises meegemaakt, maar deze duurt lang. Verplichtingen aan de bank blijven, mijn vastgoed daalt in waarde. Ik ben een optimist, het gaat al beter, maar het moet nog heel veel beter gaan.”

Afweging

„Ik werk 100 uur per week, in mijn bedrijf, in bestuursfuncties. Iedere twee weken vlieg ik op en neer naar de Antillen. Zodra dat te veel wordt, stop ik er helemaal mee. Een tussenweg is er niet voor mij, dat zou een grote bron van frustratie zijn. Ik weet dat ik roofbouw op mijn lichaam pleeg, maar mijn werk geeft me zoveel energie. Het is mijn leven. Ik probeer mijn rust te nemen, proost met champagne, maar drink een colaatje, zo hoop ik het nog lang vol te houden.”

Verdriet

„Mijn jongste zoon Ferry is overleden toen hij zestien was. Met een van mijn medewerkers is hij met een auto uit de bocht gevlogen, tegen een boom. Een verschrikkelijk ongeluk. Dan verandert er veel, van binnen, maar het leven gaat ook door. Mijn vrouw had het er heel moeilijk mee, ik heb met mijn vuist op tafel moeten slaan: je moet vechten voor de andere kinderen. Gelukkig zijn we er goed doorheen gekomen, maar het is nooit meer hetzelfde geworden. Ik ben nog harder gaan werken, om er niet aan te hoeven denken.”

Vooruitzicht

„Als het goed is, ga ik in 2015 met een spaceshuttle vanaf Curaçao de ruimte in. De dampkring door, tot 100 kilometer van de aarde en dan in een glijvlucht van duizenden kilometers terug. Dat lijkt me een machtige belevenis. De 70.000 euro heb ik er graag voor over. Ik geloof heilig dat de shuttle een normaal vervoermiddel wordt. Het is snel en milieuvriendelijk, in de glijvlucht gebruik je geen brandstof. Ik verheug me er echt op, mijn vrouw vindt het eng. ‘Reken erop dat je me nooit meer terugziet’, heb ik gezegd. ‘Dan kan het altijd meevallen.’”