Harde Italiaanse kritiek op Opstelten

Maffiabestrijders zien Nederlands plan om liaisonofficier uit Rome terug te trekken als ‘geschenk aan maffia’

Prominente Italiaanse maffiabestrijders beschouwen het Nederlandse kabinetsbesluit om de verbindingsofficier van politie en justitie in Rome terug te trekken als een grote vergissing en „een geschenk aan de maffia”.

Zij reageren zaterdag in het radioprogramma Argos op het besluit van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) om de liaisonofficieren te herschikken. Opstelten schreef op 9 oktober aan de Kamer dat hij onder andere de post in Rome wil sluiten.

Vrijdag waarschuwde de Italiaanse schrijver en onderzoeksjournalist Roberto Saviano in een gesprek met deze krant dat de macht en de invloed van de maffia worden onderschat. Dat geldt met name voor de ’ndrangheta, de Calabrese maffia, die al jarenlang de cocaïnehandel in Europa domineert.

Liaisonofficieren vergemakkelijken het contact tussen politie en justitie van verschillende landen. In een land als Italië, met zijn bureaucratische structuur en grote nadruk op persoonlijk contact, kan dat een groot verschil maken. Dat geldt eens te meer voor politiek gevoelige zaken, zeer complexe onderzoeken, of zaken waarin voor een ‘lek’ wordt gevreesd.

Opstelten schreef de Kamer dat dit contact ook kan verlopen via Europol, de organisatie in Den Haag waar Europese politiediensten trends bestuderen en informatie uitwisselen.

Italiaanse maffiabestrijders zijn het daar niet mee eens. Schrappen van de liaisonofficier „is de grootste fout die je uit strategisch oogpunt kunt maken”, zei Nicola Gratteri, een belangrijke ’ndrangheta-bestrijder, tegen Argos. „Juist nu men praat over globalisering van de maffia’s, juist nu men praat over de Italiaanse maffia’s die de centrale wereld (Europa; red.) domineren, is het een aanzienlijke klap voor de strijd tegen de maffia om deze mensen weg te halen.”

De nationale anti-maffiaprocureur, Franco Roberti, onderstreepte de belangrijke rol die liaisonofficieren de afgelopen jaren hebben gehad. „We moeten nog zien of Europol in de praktijk [het wegvallen daarvan] kan compenseren”, zei Roberti. „Alles wat de strijd ook maar enigszins verzwakt, is objectief gezien een cadeau aan de maffia.”

Bij Europol hebben de aangesloten landen elk een eigen vertegenwoordiging. Verzoeken om rechtsbijstand gaan daar over meer schakels en langs een bureaucratischer weg. Bovendien is er minder persoonlijk contact. Het gevaar bestaat dat er daardoor minder effectief wordt gewerkt.

De Nederlandse Kamerleden Jeroen Recourt (PvdA) en Peter Oskam (CDA) zetten in de radio-uitzending van Argos vraagtekens bij Opsteltens plan. Oskam vertelt dat hij als rechter-commissaris in Amsterdam heeft ervaren hoe belangrijk de één-op-één contacten ook voor de Nederlandse justitie zijn als die rechtshulp nodig heeft in het buitenland, zoals het afluisteren of oppakken van verdachten.

In Nederland is recentelijk een aantal kopstukken van de ’ndrangheta opgepakt. In 2005, 2006 en 2009 werden de drie gebroeders Strangio opgepakt; zeker een van hen was betrokken bij de geruchtmakende moordpartij in Duisburg, in 2007. Twee maanden geleden is in een snackbar in Nieuwegein Francesco Nirta gearresteerd, een wereldwijd gezocht kopstuk van de ’ndrangheta.

Argos onthult dat de Italiaanse justitie al in juli om arrestatie van Nirta had gevraagd. Nederland zag hier toen „onvoldoende brood in om dit verder op te pakken”, zegt Wilbert Paulissen, hoofd van de Landelijke Recherche.

De Italianen schreven toen een woedende brief. Maar de relatie werd weer hersteld toen Nirta twee maanden later alsnog werd aangehouden, met zeker veertig kilo verdovende middelen en vier andere verdachten.