Feest in Turkije

‘Volg onze verrichtingen, moedig ons aan en duim voor ons.” Dat schreef Anish Giri kort voordat hij met het Nederlandse team naar Warschau ging voor het landenkampioenschap van Europa, dat Nederland in het niet nog niet eens zo verre verleden twee keer heeft gewonnen, in 2001 en 2005.

Giri dacht misschien dat alle schakersogen op de WK-match in Chennai gericht zijn en dat een nadrukkelijke bede om steun daarom nodig was. Die morele steun zal ook wel gekomen zijn van de Nederlandse schaakgemeente, maar in het begin hielp het niet.

In de eerste ronde verloor Nederland van het veel zwakkere Oostenrijk. Dan word je beloond doordat je in de de volgende ronde tegen een zwak team mag spelen, en inderdaad werd toen Wales met 4-0 verpletterd.

Maar in de derde ronde verloor Nederland van Israël. Meestal geen schande, want Israël is een sterk schaakland, maar in Warschau was het met een derderangs team opgekomen.

Nog erger was de nederlaag van Rusland tegen Turkije in de tweede ronde. In alle teamwedstrijden is Rusland met afstand het sterkste land, maar heel vaak gaat het dramatisch mis. De teamleden zeggen dan later dat ze het niet begrijpen, omdat er zo’n prettige, kameraadschappelijke sfeer was. Misschien zou de Sovjetknoet weer moeten worden ingevoerd.

Ik zag dat er sinds de zestiende eeuw maar liefst twaalf oorlogen tussen Rusland en Turkije waren, dus een zekere rivaliteit tussen die landen ligt voor de hand. Er zal groot feest zijn geweest bij de Turkse schakers.

De held van de wedstrijd was Dragan Solak, een Serviër die nu voor Turkije speelt. Hij versloeg Alexander Grisjtsjoek.

Na zijn ontsnapping in de vierde matchpartij tegen Magnus Carlsen had Anand het over de tijdnood waarin hij was gekomen: „Voor Grisjtsjoek is dat heel gewoon, maar ik ben er niet aan gewend om nog maar een minuut bedenktijd te hebben.”

Heel gewoon voor Grisjtsjoek misschien, maar ook hij kan dan instorten.

Dragan Solak – Alexander Grisjtsjoek, EK teams, Warschau 2013

1. e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 e6 4. Lxc6 bxc6 5. d3 Pe7 6. h4 Dc7 7. h5 e5 Ze zijn al op onbekend terrein. 8. Pbd2 f6 9. Ph4 g5 10. Phf3 d6 11. Pf1 h6 12. Pe3 f5 13. g4 fxg4 14. Ph2 Lg7 15. Pexg4 0-0 16. Le3 Le6 17. Dd2 Kh8 18. 0-0-0 Pg8 19. c4 De7 20. De2 d5 21. Ld2 dxc4 Een verantwoordelijke beslissing, omdat straks zijn pionnen op c5 en e5 zwak worden. 22. dxc4 Df7 Hij valt twee pionnen aan, maar betaalt er een prijs voor. 23. Lc3 Na 23. b3 wilde zwart waarschijnlijk met 23…a5 verder gaan. 23…Lxc4 24. De3 Tae8 25. b3 Lb5 26. Td6 Dxh5 Met zijn vlag op vallen speelt hij met vuur. 27. Tg1 Df7 28. Dxc5 Df4+ 29. Kb2 h5 30. Th1 Dxe4 31. f3 Df4 32. a4 Le2 De wilde, maar waarschijnlijk correcte aanval 32…Lxa4 33. bxa4 Tb8+ kon hij niet meer doorrekenen. 33. Tg6

Zie diagram boven

Een chaotische stelling. 33…Pf6 Dit is een grove fout, want wit had nu meteen kunnen winnen met 34. Dxa7. 34. Pxe5 Ook niet slecht, al zou zwart nu met het kwaliteitsoffer 34…Txe5 nog kunnen vechten. 34…Kh7 35. Phg4 Lxf3 Als zwart hier 35…Txe5 doet, kan wit onder meer winnen met het fraaie 36. Txg7+ Kxg7 37. Lxe5 Dd2+ 38. Ka3 hxg4 39. De7+ en zwart gaat mat. 36. Txg7+ Kxg7 37. Dxa7+ Zwart gaf op.