Eurolanden moeten wennen aan Brussels nieuwe rol

Het kabinet-Rutte komt met de schrik vrij, nu de Europese Commissie haar zegen heeft gegeven aan de begrotingsplannen voor 2014. De extra ombuigingen van 6 miljard euro brengen het begrotingstekort slechts terug tot 3,3 procent van het bruto binnenlands product, en dus niet tot 3 procent of lager, zoals in principe door Brussel wordt vereist. Maar het blijkt voorlopig toch voldoende.

Wel is er, zo zegt de Europese Commissie, geen enkele ruimte voor fouten. En over de structurele component van het Nederlandse beleid, die de houdbaarheid van de begroting op de langere termijn moet waarborgen en de economie meer potentie moet geven, valt nog wel wat uit te leggen.

Ook de andere eurolanden mogen door met hun huidige plannen, zo stelt de Europese Commissie, die voor het eerst de nieuwe bevoegdheden aanwendt die haar in mei dit jaar zijn gegeven.

Onder het zogenoemde two-pack mag Brussel een oordeel geven over zowel de begrotingspolitiek van een lidstaat als het bredere economische beleid. En hoewel de Raad van Ministers in Brussel het laatste woord houdt over eventuele sancties of boetes, lijkt het proces nu toch, in theorie, voor een deel onttrokken aan de politiek. Juist de aanloop naar het oordeel, zoals dat van gisteren, geeft ruimte aan onderhandelingen tussen de Commissie en de nationale regeringen. Concessies kunnen daar worden bedongen en gedaan. Het proces zelf, zo wordt gehoopt, disciplineert de lidstaten al voldoende. De Nederlandse regering kan niet anders dan daarin meegaan. Niet alleen omdat het einddoel verstandig is, maar ook omdat juist Nederland een van de landen is die het sterkst hebben aangedrongen op deze stevige, nieuwe rol voor de Commissie.

Opvallend is wel dat de hele Europese klas gisteren overging, waarvan een groot deel met een zesje. Enerzijds mag wellicht niet van de Commissie worden verwacht dat zij al de eerste maal erg streng is. Aan de andere komt de betrachte soepelheid ook goed uit. De economie van de eurozone groeide, bleek donderdag, met een uiterst magere 0,1 procent en Frankrijk zakte zelfs weer terug in een krimp. De inflatie is in de eurozone inmiddels nog maar 0,7 procent, hetgeen vorige week nog tot zorgen leidde bij de Europese Centrale Bank.

Het herstel van de eurozone als geheel, als van herstel al gesproken mag worden, is dan ook geenszins overtuigend. Om onder deze omstandigheden, met een verwachting van verdere magere groei in 2014, nóg een een pakket bezuinigingen over veel lidstaten uit te storten, zou onverstandig zijn geweest.

Toch gloort er enige hoop aan de einder. Zowel Ierland als Spanje kondigde donderdag aan van het financiële infuus af te kunnen dat tijdens de kredietcrisis en de eurocrisis bij hen moest worden aangelegd. Met andere woorden: andere lidstaten van de Europese Unie en de Europese Centrale bank hoeven vanaf volgend jaar niet meer met leningen of anderszins bij te springen. En Ierland en Spanje zijn zelf in elk geval voorlopig van eisen en intensieve bemoeienis van Europa met hun beleid af.

Het optuigen van de bankenunie, te beginnen met hopelijk overtuigende stresstests en, indien noodzakelijk, vermogensversterking voor de banken is een belangrijke volgende stap.

En dan is er nog de coördinatie van het economische beleid, waarbij Duitsland zal moeten wennen aan de kritiek dat zijn overschot op de betalingsbalans te groot is. Of Brussel daarin gelijk heeft? Het gaat er eerst om dat Berlijn accepteert dat de Europese Commissie, volgens plan, voortaan een stem heeft in deze discussie. Dat geldt ook voor Nederland, overigens, waarvan het overschot op de betalingsbalans relatief nog veel groter is dan het Duitse.

Zo zal heel de eurozone moeten wennen aan de nieuwe realiteit die gisteren zijn première had: een functionerende muntunie kan niet zonder verregaande coördinatie van het begrotings- en het economisch beleid. Dat was een mooi streven op papier. Nu wordt het zaak dat de lidstaten het in praktijk ook daadwerkelijk accepteren.