Duitse geest en weetjes

Bernard Hulsman grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft zijn eerste indruk.

Richard Wagner (1813-1883) is in zijn geschriften net zo wijdlopig als in zijn muziek, zo blijkt uit zijn Geschriften over kunst, politiek en religie [1] , een vertaling van zijn tien belangrijkste geschriften. Zijn stuk over Beethoven, geschreven in 1870 als een denkbeeldige feestrede ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van ‘het genie’, telt bijvoorbeeld 78 bladzijden. De eerste twintig zijn gewijd aan de opvattingen over muziek van de filosoof Schopenhauer. Pas na lange omcirkelingen komt Wagner uit bij de componist die ‘het wezenlijke van de Duitse geest’ tot uitdrukking heeft gebracht.

Wagner is verzot op herhalingen. In zijn muziek mogen die dan soms leiden tot de ‘vreugde van repetitie’, in zijn proza irriteren ze vooral. Zo schrijft hij in zijn tirade ‘Het Jodendom in de muziek’ keer op keer dat de Jood niet in staat is ware kunst te maken.

In zijn ook al lange inleiding legt vertaler Philip Westbroek uit dat Wagner een tweeslachtige houding innam tegenover Joden. Hoewel hij vond dat alle Joden kunstprutsers zijn, liet hij zijn de première van zijn opera Parsifal dirigeren door de Joodse dirigent Herman Levi, omdat hij het beste was.

Wagner is niet de enige bekendheid die de plank wel eens missloeg. In Alles wordt anders. Of toch niet? [2] heeft de Duitse voormalige tandarts Jürgen Brater 150 verkeerde voorspellingen verzameld en van commentaar voorzien.

Lang niet alle uitspraken zijn voorspellingen. Zo zei nazikopstuk Hermann Göring in 1940: „Als er ook maar één vijandelijk vliegtuig over Duits grondgebied vliegt, verander ik mijn naam in Meier.” Al op 12 mei 1940 bombardeerde Engelse vliegtuigen Mönchengladbach, schrijft Brater, en later in de oorlog zouden geallieerde bommenwerpers half Duitsland platgooien. Maar Göring bleef tot zijn zelfmoord in 1946 Göring heten.

De bundel flaters eindigt slap met een aantal uitspraken en toelichtingen van trendwatchers als Vincent Everts die beweert: „Alternatieve energie wordt veruit de goedkoopste energie.”

„Hun sound bevalt ons niet en in elk geval is er geen vraag naar gitaarmuziek”, zei Dick Rowe van platenmaatschappij Decca die The Beatles in 1962 niet contracteerde. Vier jaar later waren The Beatles de populairste popgroep ter wereld. Muziekverzamelaar (en uitgever en Elsschot-biograaf) Vic van de Reijt wijdt in zijn nieuwe bundel Vic van de Reijt’s Groot 45-toerenboek [3] een heel hoofdstuk aan Nederlandse covers van Beatlesliedjes. Zo werd ‘I Want To Hold Your Hand’ in de versie van Willy Parker en Hans Charles, die het overigens nooit verder schopte dan bladmuziek, ‘Maak je daarom niet kwaad’.

Veel van Van de Reijts stukken over Nederlandse singles zijn al eerder verschenen in onder meer Het Parool. Ze staan vol weetjes over de honderden plaatjes waarvan de hoezen in het mooi vormgegeven boek staan afgebeeld.

Gelukkig blijkt Van de Reijt niet een popschrijver die alles even mooi vindt: „De popmuziek tussen 1970 en 1977 vond ik ruk, met uitzondering van David Bowie en Roxy Music (en op de achtergrond J.J. Cale).”

De Belgische verzamelaar Kris Dierckx verzamelt geen singles, maar elpeehoezen met (bijna) blote vrouwen erop. Hij begon er tien jaar geleden mee, schrijft hij in de inleiding, toen hij in een garageverkoop in Zoerle-Parwijs stuitte op enkele bloothoezen. Zijn eerste aankopen deed hij schichtig, maar in de loop der jaren schaamde hij er zich steeds minder voor. Nu brengt hij zijn verzameling, voorzien van bijna wetenschappelijk commentaar, uit in een serie van vier boeken die hij schaamteloos ‘Hits en Tits’ heeft gedoopt.

Het eerste deel, Hoezenpoezen [4], laat zien hoe de hoezen van vooral saxofoon- en accordeonmuziek vanaf de jaren vijftig steeds bloter werden. De tijden blijken veranderd: de huidige beginnende Amerikaanse ster Miley Cirus, die nu wereldwijd aandacht trekt met haar bijna blote verschijningen, zou veertig jaar geleden geen enkel opzien hebben gebaard.

Wonder [5] is het boek bij de gelijknamige tentoonstelling in culturele buitenplaats Kranenburgh over oude en nieuwe kunst uit het kunstenaarsdorp Bergen (N-H). Het is beslist geen catalogus, maar een aanvulling op de expositie. Bekende auteurs, zoals Joost Zwagerman, Youp van ’t Hek en Cyrille Offermans, hebben voor de bundel stukken over Bergen geschreven. Sommige, zoals Adriaan van Dis die er zijn jeugd doorbracht, sparen Bergen niet. „Ik vrees dat het huidige Bergen een dodelijke omgeving voor een schrijver is”, schrijft hij. „Voor je het weet raak je verstrikt tussen de geldmensen en de rijbroektrutten.”