Dolgedraaide wetenschap?

Biochemicus en NRC-columnist Piet Borst heeft zich gestoord aan de vier wetenschappers die zich ‘Science in transition’ noemen. Ze stellen de wetenschap ten onrechte in een kwaad daglicht, vindt hij.

Een groepje van vier onderzoekers heeft de publiciteit gezocht met een klemmende boodschap: het wetenschapsbedrijf is dolgedraaid. Dat begon met een ingezonden brief in deze krant, waarin de spreekbuis van de vier ‘rebellen’, Frank Miedema, meldde dat „de wetenschap geen zuivere koffie meer schenkt” (16 juli ). Nu komt deze bende van vier met een manifest dat in NRC Handelsblad van 2 november is samengevat. De kop van een interview met Miedema in de Volkskrant geeft de essentie weer: ‘De prikkels in de wetenschap zijn net zo pervers als bij de banken’. Pervers? Schenkt de wetenschap geen zuivere koffie meer? Klopt dat?

Ik vind van niet en, merkwaardigerwijs, vinden Miedema en makkers dat eigenlijk ook niet. Wie de moeite neemt om hun lange manifest te lezen ziet dat „in de praktijk van wetenschap verschillen van inzicht uitgezeefd worden totdat een robuust eindproduct ontstaat”.

En zo is het. Na controverses, verkeerde interpretaties en dwaalsporen door foutieve of opgeklopte gegevens, komt de waarheid uiteindelijk boven drijven. Wie de waarheid wil weten kan niet zonder wetenschap. Er is geen alternatief om uit te vinden hoe iets werkelijk zit.

Als Miedema c.s. dat in de kern ook vinden, waarom dan toch deze luidruchtige publieksactie die het wetenschapsbedrijf in een kwaad daglicht stelt? Hun jammerklachten richten zich op uitwassen die de kern van de wetenschap niet raken. Zij zetten zich af tegen een mythisch beeld van de wetenschap met „onfeilbare kennis en onkreukbare hogepriesters”. Dat lijkt mij een mythe waar geen zinnig mens in gelooft. De wetenschap heeft altijd ambitieuze mensen met sterke ego’s aangetrokken. Toen ik vijftig jaar geleden als onderzoeker begon, waren de botsingen veel feller dan nu. Ondanks concurrentie, vetes, vuile streken soms, wordt er altijd resultaat geboekt. Wat in de leerboeken staat klopt.

Miedema c.s. willen ook dat „wetenschappers meer in gesprek met de samenleving” gaan. Dat lijkt mij deels onnodig, deels onuitvoerbaar. Onnodig, want we worden als onderzoekers in het biomedische veld al aangestuurd door de samenleving. Dat gebeurt vrij direct door kapitaalkrachtige charitatieve instellingen die onderzoek willen naar kanker, diabetes of hart- en vaatziekten. Indirect grijpt het parlement in door onderzoekswensen bij NWO neer te leggen (nu de stimulering van topsectoren). Dat is inspraak op afstand en die werkt. Meer directe inspraak is onuitvoerbaar. Je kunt het publiek niet laten stemmen over onze proeven in het lab, zoals Hertzberger al heeft uitgelegd in deze krant (9 november).

Wat mij en mijn wetenschapsmaten niet zint in deze publiciteitszoekerij van Miedema c.s. zijn drie zaken: in de eerste plaats wordt de suggestie gewekt dat de wetenschap grotendeels niet deugt: „de grijstinten overheersen”. Dat is overdreven en gevaarlijk in een tijd dat wetenschappelijke feiten door belangengroepen worden weggezet als meningen van andere belanghebbenden. Onze klinische collegae worstelen met een vloed van internet-onzin, die hun patiënten in verwarring brengt. Dan moeten wij niet de suggestie wekken dat we niet ondubbelzinnig vast kunnen stellen wat werkt en wat niet. Wetenschap is het enige dat ons behoedt voor bijgeloof en onderbuikconclusies.

In de tweede plaats benoemt Miedema het belangrijkste probleem niet: door excessieve bezuinigingen is er nu veel te weinig geld voor fundamenteel onderzoek in Nederland en dat schaarse geld wordt ook nog eens niet optimaal besteed door de afgedwongen samenwerking met het bedrijfsleven. Waar zelfs excellent onderzoek niet kan worden gehonoreerd, waar de carrièreperspectieven van jonge onderzoekers verdampen, loopt het soms uit de hand: opkloppen van onderzoeksresultaten, unfaire competitiemethoden, lobbyen voor eigen parochie, etc. Dat hoort niet, maar het is wat onnozel om over de uitwassen te klagen zonder de oorzaak te benoemen.

In de derde plaats komt Miedema vooral aanzetten met problemen die wij als onderzoekers zelf op moeten lossen. De samenleving kan dat niet voor ons doen. „Natuurlijk keuren we een flutpromotie goed, anders lopen we 90.000 euro mis” , meldt Miedema in de krant, maar de lezer kan daar niets mee. Miedema moet zelf in actie komen. Als decaan van een medische faculteit kan hij zorgen dat er geen flutpromoties worden goedgekeurd en dat naïeve promovendi niet op flutprojecten worden gezet zonder deugdelijke begeleidingscommissies, zoals helaas nog steeds in Nederland gebeurt. Hij kan wel klagen dat er „geen zuivere koffie wordt geschonken” in de wetenschap, maar laat hij liever zorgen dat die koffie drinkbaar blijft. Kortom, de bende van vier zou in eigen tuin moeten schoffelen, in plaats van publiekelijk te jammeren over al dat onkruid.