De scheidsrechter maakt nooit meer fouten:

Hoe voetbal minder primitief wordt, aldus Bernt Hugenholtz.

Het beste idee van 2013 is waarschijnlijk nog geheim. Inventie leidt immers zelden direct tot innovatie. Nieuwe ideeën moeten eerst worden getest en rijp voor productie worden gemaakt. Dat duurt vaak vele jaren.

Beter kijken we naar de daadwerkelijke toepassing van een nieuw idee. Dit jaar is dat de automatische doellijntechnologie. Na vele jaren discussie deed dit systeem dit jaar eindelijk zijn intrede. In de Britse Premier League zijn alle stadions sinds augustus 2013 uitgerust met het Hawk-Eye-systeem; op 28 september 2013 beleefde het systeem bij FC Utrecht-Roda JC zijn Nederlandse debuut.

Het elektronische haviksoog werkt met veertien camera’s die boven de doelen hangen en een flinke dosis artifical intelligence. Zodra Hawk-Eye een doelpunt constateert, krijgt de scheidsrechter via zijn horloge een trilsignaal.

Dat is heel wat, want de voetbalsport is een bastion van conservatisme en dat zit nieuwe ideeën in de weg. De spelregels stammen uit het Engeland van de negentiende eeuw en zijn sindsdien nauwelijks veranderd. Maar in de tussentijd heeft zich een revolutie voltrokken. De spelers zijn balvaardiger, sneller en sterker dan hun negentiende-eeuwse voorgangers, die ongetraind met lange broek en hoed het edele voetbalspel beoefenden. De maatschappelijke en economische belangen bij winst en verlies zijn oneindig veel groter.

Desondanks is er nog altijd maar één scheidsrechter die met behulp van twee grensrechters de spelregels moet handhaven. Een onmogelijke opgave. Dwalingen zijn dan ook schering en inslag en een belangrijke oorzaak van de verruwing van gedrag binnen en buiten de lijnen. Tot voor kort was de fluit het enige technische hulpmiddel van de arbiter. (uitgevonden in 1883). Dit jaar is daar het elektronische haviksoog aan toegevoegd.

Bernt Hugenholtz is hoogleraar Recht van de Intellectuele Eigendom aan de Universiteit van Amsterdam.