De kliniek van Joana

‘We doen alles in deze instelling om patiënten beter te maken, álles, zegt psychiater Ivo van Outheusden. Maar men moet zich realiseren dat dit heel zieke patiënten zijn. „Veel patiënten komen beter uit deze instelling maar helaas niet alle.” Sommige mensen, zegt hij, hebben driedubbele pech in het leven: dat ze een zware psychiatrische stoornis hebben, dat medicijnen niet werken en andere therapieën ook niet.

Hij kan niet ingaan op Joana’s situatie wegens de privacy maar Van Outheusden wil wel algemene vragen beantwoorden over het beleid van de kliniek. Hij is behandelaar-directeur van Inforsa waar de Kliniek Intensieve Behandeling aan de rand van Amsterdam onder valt. Joana woont er ruim een jaar. Er zijn maar vijf van zulke klinieken in Nederland – ze zijn bedoeld om uit te vogelen wat er aan de hand is met de allerzwaarste psychiatrisch patiënten die in de gewone psychiatrie vastliepen. Vervolgens worden ze met een ‘behandelplan’ (medicijnen, leefstijl, behandeling) doorgestuurd naar de langdurige zorg of begeleide woongroep. Gemiddeld verblijft de patiënt er een jaar.

De therapeutische ruimtes in de kliniek zijn mooi. Er is een muziekkamer vol percussie-instrumenten, toetsenborden en gitaren. Er zijn twee creatieve ruimtes, er is een binnentuin. Maar Joana komt er niet.

Waarom hoeft een patiënt niet naar buiten voor frisse lucht als die dat niet wil? Waardoor hij, of zij, soms maandenlang binnen zit. Waarom hoeft hij niet toe te laten dat de kamer wordt schoongemaakt? Waarom hoeft een patiënt niet te bewegen als hij niet wil? Waardoor hij maandenlang niets onderneemt.

De behandelaars dwingen niets af, legt Van Outheusden uit. Dat wíllen ze niet omdat het doorgaans leidt tot spugen of slaan. „Je gaat iemand niet aan zijn haren naar buiten slepen.” Maar dwang is ook op de lange termijn contraproductief, zegt hij. „Deze mensen hebben we al veel afgepakt: hun vrijheid, want de meesten wíllen helemaal niet opgesloten zitten. En sommige wíllen geen medicijnen. Die twee dingen dwingen we af. Maar het laatste restje autonomie, over hoe je je dagelijks leven invult, willen we ze niet afpakken. We proberen een relatie met patiënten op te bouwen en hun vertrouwen te winnen. Daar past niet bij dat je iemand voortdurend dwíngt iets te doen. We proberen patiënten wel te motiveren. Dan bieden we bijvoorbeeld activiteiten aan op hun kamer.” De behandelaars, zegt Van Outheusden, balanceren voortdurend tussen autonomie (het recht van de patiënt om ‘nee’ te zeggen) en het overnemen van beslissingen.

Natuurlijk zijn er grenzen. „We laten iemand niet helemaal vervuilen. Sommige patiënten hebben geen enkel gevoel meer. In de buitenwereld kan een enkeling zo vies worden dat zijn kleren aan het lichaam vastgroeien. Dat laten we hier niet toe. Maar we overtuigen iemand liever zich te wassen en hun kleren te verschonen dan dat we dat forceren.”