De goeie ouwe paling is panda geworden

Wat hoort in dit rijtje niet thuis? Het kadetje oude kaas. Het bolletje halfom. De kroket. De uitsmijter. Het broodje paling.

Allemaal horen ze op de goeie ouwe Hollandse lunchkaart. Het kán dus gewoon niet waar zijn dat de paling nu opeens een ‘ernstig bedreigde diersoort’ is. Een paling is toch zeker geen panda?

Wen er maar aan, het is wél zo. De intrek van jonge paling – glasaal – in het IJsselmeer is nu nog maar 1 procent van wat er rond 1980 binnenkwam. En in heel Europa is er van de glasaal nog maar 1 tot 5 procent over. Daarom staat de Europese paling sinds in 2008 op de internationale Rode Lijst. Als ‘ernstig bedreigd’, de laatste trede op de ladder. Daarna volgt: ‘uitgestorven in het wild’. Die lijst is een serieuze lijst. De paling staat ook op de CITES-lijst van bedreigde diersoorten waarin de handel is verboden. Glasaal mag niet meer geëxporteerd worden buiten zijn Europese leefgebied (al heeft Frankrijk een tijdelijke ontheffing). Regelmatig worden smokkelaars opgepakt die weten dat een kilo glasaal op de zwarte markt in Azië 1.000 euro opbrengt. Het laatste broodje paling is een duur broodje geworden.

Niemand weet precies waarom het zo slecht gaat met de paling. Over het kweken van paling wil iedereen wel praten, maar de discussie over de palingstand ligt nogal gevoelig. Iedereen staat bedremmeld rond de lege palingfuik en niemand wil de schuld krijgen. Het is de aalscholver, zegt de visser. Nou nee, al in 1995 schreef het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij dat de aalscholvers in het IJsselmeer vooral baars en snoekbaars aten. Wat wel meespeelt, is de aanleg van dammen en sluizen. De Afsluitdijk en de Haringvlietsluizen zijn behoorlijk belemmerend voor de migratie van allerlei vissoorten. En waterkrachtcentrales zijn dat ook. Maar het hielp vooral niet dat Europese vissers tot 2009 naar schatting 97 procent van de glasaal opvisten.

Eindelijk krijgt de paling hulp. In Nederland mogen in de herfst geen palingen worden gevangen. En beetje bij beetje worden de gemalen en sluizen aangepast aan de trekbehoefte van de palingen. Maar intussen is één constatering heel simpel. De paling is bijna op.

Vroeger waren windmolens van hout. Vroeger at iedereen witbrood. Vroeger mocht je roken in de kroeg. Vroeger aten we paling.