Dames, iets minder perfectie graag

Iedereen heeft wel een mening over vrouwen in leidinggevende functies. Waarom beklaagt eigenlijk niemand zich over het geringe aantal vrouwen dat visser is of op een boorplatform werkt?

Foto Bloomberg

Wie of wat zet vrouwen de voet dwars in hun weg naar de top? De feministische revolutie van zo’n jaar of veertig geleden heeft het leven van vrouwen ingrijpend veranderd (vrijheid, blijheid en zelfbeschikking), maar in de maatschappelijke topregionen blijft het tobben met de instroom. Politiek leiderschap, raden van bestuur van grote ondernemingen en spraakmakende talkshows worden gedomineerd door mannen, evenals het beroep hoogleraar. De ondervertegenwoordiging van vrouwen doet zich trouwens ook voor bij beroepen als machinebankwerker, visser en mijnwerker, maar dat wordt kennelijk als een minder nijpend probleem gezien.

In haar boek Lean In (2013) riep Sheryl Sandberg, chief operating officer bij Facebook, vrouwen op om in zichzelf te geloven en zich niet te laten afschrikken door tegenkrachten. Zij richt zich vooral op interne obstakels en minder op structurele barrières. En over de vraag waarom de vrouwelijke opmars niet opschiet (het zogenaamde ‘glazen plafond’) schreef Debora Spar het boek Wonder Women. Sex, Power And The Quest For Perfection. Het is een wat langdradige analyse van hoe de feministische belofte van vrijheid en macht verkeerde in de plicht tot perfectie.

Spar kruidt haar sociologische beschouwingen met persoonlijke ervaringen die verreweg de interessantste passages vormen, want de rest is voor degenen die de man-vrouw-discussies van de afgelopen dertig jaar een beetje gevolgd hebben overbekend materiaal. We weten onderhand wel wat Betty Friedan, Germaine Greer, Andrea Dworkin en Naomi Wolf aan de orde hebben gesteld.

De meest tot de verbeelding sprekende onthulling gaat over persoonlijke verzorging. Spar (geboren in 1963, hoogopgeleid, zware baan, getrouwd, drie kinderen) telt op hoeveel tijd ze hieraan besteedt: dagelijks een half uur voor douchen, make-up aanbrengen en haar kapsel in model krijgen, eens per twee weken een bezoek aan de manicure, een uur per maand benen harsen, eens per zes weken haar verven, eens per drie maanden kapper, vijf keer per week een uur naar de sportschool. Op jaarbasis is dat 282 uur basisonderhoud.

Haar man scheert zich onder de douche (vier minuten) en gaat een keer per maand naar de kapper – in totaal 30 uur per jaar. In de loop van een veertigjarige carrière komt dat voor Spar neer op bijna vijf werkjaren om er presentabel uit te zien. En dan zijn de uren professionele schaamhaarverwijdering en botoxinjecties (de rigueur voor moderne vrouwen) niet eens inbegrepen.

Baas in kleine vijver

Ook tijdopslorpend was het maandenlange kolven op het werk of op wc’s van vliegvelden, toen haar zwangerschapsverlof voorbij was, terwijl de borstvoeding doorging. Om maar te zwijgen van het rondchaufferen van de kinderen naar honderdeneen naschoolse activiteiten en het assisteren van die kinderen bij het maken van huiswerk en werkstukken en het houden van spreekbeurten.

Hoewel ze kinderopvang had en haar man gelijkelijk meedraaide in de binnendienst, gaf ze toch haar prestigieuze baan als professor Business Administration aan Harvard op (ze was daar lang de enige vrouw in een omgeving van mannelijke economen) om president van Barnard College, een meisjesuniversiteit te worden. Liever de baas in een kleine vijver dan zwemmen in de subtop van een grote vijver, en bovendien een stuk rustiger qua werkdruk en competitie.

Net als haar generatiegenoten, meisjes die opgroeiden in de jaren zeventig, kreeg Spar van haar ouders te horen dat ze ‘alles kon worden’ wat ze wilde en werd ze gestimuleerd om haar ambities te volgen. Meisjes krijgen die boodschap al decennialang mee, met duidelijk effect, want ze hebben intussen de jongens ingehaald in schoolprestaties, in veel studierichtingen zijn meer vrouwen dan mannen te vinden en vrouwen behalen sneller diploma’s.

Tot een flink eind in hun werkende bestaan gaan mannen en vrouwen min of meer gelijk op, al is er nog steeds sprake van inkomensongelijkheid, maar wanneer het om echte topfuncties gaat die de kantoortijden te buiten gaan, haken vrouwen massaal af. Actief zoeken naar vrouwen en voorkeursbeleid bij sollicitaties ten spijt wordt de magische grens van zestien procent vrouwelijke aanwezigheid niet doorbroken. Wettelijke quota zou de volgende stap zijn (in Scandinavië toegepast), maar daar bestaat weerstand tegen, niet in de laatste plaats bij vrouwen zelf die een baan willen krijgen vanwege hun verdiensten en niet vanwege hun sekse.

Mannen ervaren geen noemenswaardige problemen met het combineren van volstrekt gangbare levensdoelen als daar zijn: werk, partner, kinderen. Vrouwen hebben er wel moeite mee en hoe hoger ze stijgen, hoe zwaarder het wordt. Spar bespreekt de mogelijke oorzaken hiervoor: de fysieke lasten van zwangerschap en baren, de neiging van vrouwen om de baas te spelen over het huishouden en de kinderopvoeding naar zich toe te trekken, de drukkende plicht om sexy/aantrekkelijk te blijven en het bijbehorende lichaamsonderhoud, de behoefte om aardig gevonden te worden, verscheurde loyaliteit tussen werk en gezin.

In dit verband verwijst ze naar Anne-Marie Slaughter, die in het veelbesproken essay ‘Why Women Still Can’t Have It All’ beschreef hoe ze een hoge functie bij de Obama-regering in Washington opgaf en terugkeerde naar haar eerdere baan aan de universiteit van Princeton, waar haar gezin nog steeds woonde, omdat haar tienerzoon dreigde te ontsporen op de middelbare school. Dat doe je dan als moeder. Het belang van je eigen kind gaat toch net even voor het landsbelang. Terecht merkt Spar op dat zorgtaken voor baby’s en jonge kinderen veel makkelijker te outsourcen zijn dan voor tieners. Die hebben op niet netjes te agenderen momenten ineens hun moeder in de buurt nodig.

Meer oestrogeen

Vaders hebben vanzelfsprekend ook een zorg- en opvoedingstaak. Probleem in de gezinnen met ambitieuze carrièremoeders is dat die vrouwen doorgaans geen huisman willen, maar een man op hun niveau. Down daten klinkt in theorie aardig, in de praktijk willen ambitieuze vrouwen geen man met een onaanzienlijk baantje en alle tijd voor huishouden en kinderen. Zo iemand zou een uitkomst zijn, maar ze kijken erop neer.

Ook de Nederlandse Kirsten van den Hul buigt zich over vrouwelijke achterstanden, niet op de analyserende manier van Spar en Slaughter, maar in de ‘Yes, we gaan ervoor!’ trant van Sheryl Sandberg. Haar boek (S)hevolution. De eeuw van de vrouw heeft de montere toon van een key note motivational speech op een wereldverbeteringsconferentie. Van den Hul werkt dan ook als change agent voor bedrijven op het gebied van diversiteit en verandering.

Meer aan de weg timmerende vrouwen zijn volgens Van den Hul dringend geboden (ook hier niets over meer vrouwen op het boorplatform, als glaszetter of in de hoogovens), niet vanwege feministische of politiek-correcte dogma’s, maar vanuit utilitaire overwegingen: diversiteit werkt beter.

Aanvankelijk ontkende Van den Hul het bestaan van sekseverschillen, maar inmiddels denkt zij daar anders over en meent ze dat de verschillen elkaar juist op een nuttige manier aanvullen. Volgens haar wordt de patriarchale, hiërarchische samenleving geleidelijk vervangen door een horizontaal netwerk. De nadruk verschuift van ‘hebben’ naar ‘delen’, van winst naar nut. Minder testosteron, meer oestrogeen.

Zou het waar zijn? Ik twijfel. Kennelijk doen bedrijven met zowel mannen als vrouwen in de top het beter dan bedrijven met alleen mannen, omdat de vrouwelijke neiging tot voorzichtigheid en behoudzucht een tegenwicht vormt tegen de mannelijke neiging om onverantwoorde risico’s te nemen.

Tja, op de een of andere manier staat het stereotype van de voorzichtige vrouw en de roekeloze man me niet aan. Moet een goede topmanager m/v niet zowel risico’s aandurven als op het goede moment op de rem trappen? En wat heeft sekse daar eigenlijk mee te maken?

(S)hevolution is vooral een pamflettistisch boek, waarin de weg naar een harmonieuze m/v-toekomst wordt gewezen. Spar probeert ook de moed erin te houden, maar zo lang vrouwen geobsedeerd blijven door perfectie op alle fronten (je zou ook kunnen zeggen: zich gedragen als vrouwen), kan het nog wel even duren voordat gelijkheid aan de top bereikt is.