Brussel beseft dat landen bezuinigingsmoe zijn

Eurocommissaris Olli Rehn is mild voor eurolanden met een begrotingstekort boven de 3 procent, zoals Nederland. Hij „gelooft in de kracht van de samenwerking”. De vraag is of dat verstandig is.

Het opgeheven vingertje van Jan Kees de Jager zijn ze in Brussel niet vergeten. Op het hoogtepunt van de eurocrisis bleef de voorganger van minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem onderstrepen dat Europese normen heilig zijn. Landen met een begrotingstekort van meer dan 3 procent moesten de schouders eronder zetten. De Europese Commissie mocht op dit punt niet verslappen.

Nu is Nederland zelf zo’n land. Heel erg zelfs: volgend jaar valt het begrotingstekort opnieuw te hoog uit: 3,3 procent. Maar anders dan je zou verwachten gaat Brussel hier coulant mee om. Eurocommissaris Olli Rehn (Budget en Monetaire Zaken) gaf gisteren zijn zegen aan de Nederlandse ontwerpbegroting voor volgend jaar. Het is een zeer strakke begroting, die volgens Rehn „geen enkele bewegingsruimte” biedt voor het verwerken van tegenvallers. Er zitten ook veel maatregelen in waarvan het bezuinigingseffect onzeker is. Maar de tekst kan ermee door. Nederland hoeft nu pas in 2015 aan de Europese norm te voldoen.

Is dat niet meten met twee maten? In zekere zin wel, ware het niet dat Rehn gisteren voor alle eurolanden die hij de maat nam mild was. Als de regels strikt zouden zijn toegepast, in de geest van Jan Kees de Jager, zouden slechts twee landen zijn geslaagd: Duitsland en Estland. Gisteren ging iedereen over: het ene land kreeg meer kritiek dan het andere, maar „het is geruststellend dat geen enkele ontwerpbegroting ernstig tekortschiet”, aldus een verklaring van de Europese Commissie.

Het laat zien hoe de toon is veranderd. De technocratische benadering die tijdens de eurocrisis in zwang was (geen genade) heeft plaatsgemaakt voor een warmere, politieke insteek (niet slecht). Brussel beseft dat landen bezuinigingsmoe zijn. „Ik geloof in de kracht van samenwerking”, zei Rehn tijdens een persconferentie. „Ik dreig niet met sancties.”

Dijsselbloem nam de uitgestoken hand graag aan. „De commissie heeft het afgelopen jaar gebruik gemaakt van de mogelijkheid om landen met economische tegenslag iets meer tijd te geven. Ik denk dat dit goed en verstandig is.” En nee, Rehn heeft Nederland gisteren geen „zesje” gegeven. „Dit lijkt me wel een zeven, we voldoen aan wat van ons verwacht wordt.” Zo moest Nederland 6 miljard euro extra bezuinigen om Rehn tevreden te houden en met het vorige maand met oppositiepartijen gesloten begrotingsakkoord is dat het geval.

Is de commissie niet te coulant? Daarover wilde Dijsselbloem zich niet uitlaten. Dat doet hij pas volgende week vrijdag: dan komen de ministers van Financiën uit de eurolanden onder zijn voorzitterschap opnieuw bijeen, om Rehns rapportcijfers te bespreken. Maar het lijkt uitgesloten dat de ministers dan zullen zeggen dat de eurocommissaris niet streng genoeg voor ze is geweest.

Dat regels geen regels meer zijn is wel te begrijpen: als de stortvloed aan Europese cijfers en rapporten in de afgelopen dagen iets duidelijk maakte, dan is het wel dat nog steeds veel onduidelijk is. Er lijkt sprake van herstel in de eurozone, maar de cijfers waarmee dit wordt gestaafd zijn zo mager, dat een tegengestelde conclusie nooit ver weg is. Het herstel is kwetsbaar. Donderdag werd bekend dat de Franse economie onverwacht is gekrompen in het derde kwartaal. Zelfs de Duitse exportmachine lijkt te haperen: in hetzelfde kwartaal zakte de economische groei daar af, tot 0,3 procent.

Na jaren van geploeter hunkert Europa naar een feestje. De vlag ging dan ook uit toen donderdag bekend werd dat Spanje en Ierland binnenkort geen Europese miljardensteun meer nodig hebben en zonder extra geldinjecties weer zelfstandig de kapitaalmarkt op kunnen. Rehn sprak van „een goede dag voor Europa” en Dijsselbloem van een „heugelijke gebeurtenis” die bewijst „dat bezuinigen werkt”. Ook Klaus Regling, de baas van het Europese noodfonds EFSF, was optimistisch, al drukte hij de feestvreugde wat door te benadrukken dat de leningen – 67,5 miljard euro aan Ierland, 40 miljard aan Spanje – de komende decennia ook moeten worden terugbetaald. Het „vermogen tot terugbetalen” van beide landen zal twee keer per jaar worden onderzocht, aldus Regling.

De echte spelbreker was Griekenland. De onderhandelingen met de Europese Commissie, het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Centrale Bank over de Griekse begrotingen voor volgend jaar en voor 2015, verlopen moeizaam en zijn zelfs al twee keer onderbroken. De partijen zijn „miljarden van elkaar verwijderd”, zegt een EU-functionaris dichtbij de onderhandelingen. Zonder harde afspraken over bezuinigingen en (belasting-)hervormingen komt een volgende hulptranche van 1 miljard euro aan Griekenland in gevaar. Dijsselbloem zei dan ook dat het land „dringend” met betere, meer overtuigende plannen moet komen. Maar hij zei het zonder opgeheven vingertje.