Biobrandstof door blauwalgen

Een raadsel: het leeft in zout water, haalt zijn energie uit zonlicht en kooldioxide en produceert biobrandstof. Wat is het? Het antwoord: het beste idee dat ik in 2013 ben tegengekomen.

Synthetisch biologen verkrijgen steeds meer controle over de bouwstenen van de natuur – het DNA – om daar vervolgens ‘nieuwe’ nuttige micro-organismen mee te ontwerpen. Op een symposium, dat was gewijd aan deze thematiek, hoorde ik een verhaal van Andreas Angermayr van de Universiteit van Amsterdam.

Angermayr is een van de onderzoekers die cyanobacteriën (blauwalgen) herontwerpt om ze biobrandstoffen te laten maken. Wat maakt deze beestjes nu zo bijzonder ten opzichte van andere micro-organismen die gebruikt kunnen worden voor de productie van biobrandstof?

Ten eerste overleven cyanobacteriën, in tegenstelling tot andere micro-organismen, door middel van fotosynthese. Om in hun energiebehoeften te voorzien hebben ze dus genoeg aan zonlicht én CO2. Ten tweede hebben cyanobacteriën geen biomassa nodig om brandstof te maken, maar produceren ze eigenhandig het gewenste product. Daardoor speelt het ‘geen-voedsel-in-de-tank-probleem’ hier geen rol. Een mooie bijkomstigheid is dat in het productieproces zuurstof als bijproduct ontstaat. Ten slotte is het handig dat de beestjes kunnen worden gehouden in tanks met zeewater, waar we meer dan genoeg van hebben. Met algen kun je ook onder deze gunstige voorwaarden biobrandstof maken, maar cyanobacteriën zouden een veel grotere opbrengst hebben.

De beloften zijn niet gering. Of de wetenschap erin zal slagen deze in te lossen, moet blijken. De vraag is of politiek en maatschappij in staat zijn om het negatieve stigma van biobrandstoffen te doorbreken. Of wacht de cyanobacteriën hetzelfde lot als genetisch gemodificeerde organismen: de GMO-OMG!-reflex?