Column

Bij het eeuwfeest van de kunstmest

Bij de verjaardag van sommige historische momenten weten we precies hoe we ons moeten gedragen. Het begin van een oorlog is vijfenzeventig jaar geleden, dus kijken we droef en leggen een krans. Het einde van een oorlog is vijfenzeventig jaar geleden dus zijn we blij en organiseren een concert. Het Vredespaleis bestaat honderd jaar: een goede gelegenheid voor een feestelijke receptie. John F. Kennedy is vijftig jaar dood: Dallas houdt een moment stilte.

Dan hier een ingewikkelde: honderd jaar geleden maakten we voor het eerst op industriële schaal kunstmest. Mooi of droef? Minuutje stilte, of feestelijke receptie?

Het is moeilijk te onderschatten wat kunstmest teweeg heeft gebracht. Grofweg kun je het als volgt uitleggen: de hoeveelheid mensen die de aarde kan dragen, wordt beperkt door de hoeveelheid planten die de aarde voortbrengt. En de hoeveelheid planten wordt beperkt door de hoeveelheid voedingsstoffen.

Stikstof is de meest beperkende voedingsstof. De lucht bestaat voor 80 procent uit stikstof, maar in ontoegankelijke vorm. Het vastleggen van die stikstof is een traag proces. De toegankelijke vormen (ammonium, nitraat, ureum) moeten daarom continu worden aangevoerd in de vorm van mest. En zelfs dat was begin negentiende eeuw niet genoeg. De menselijke honger naar stikstof was zo groot dat er vogelpoep (guano) uit Peru werd geïmporteerd. De hoeveelheid mensen die op aarde paste, was zo groot als de hoeveelheid stikstof die kon worden aangesleept.

Dit veranderde door de uitvinding van Fritz Haber. Hem lukte het om – met heel veel aardgas, hoge temperatuur en druk – uit lucht een toegankelijke vorm van stikstof te maken: ammonia. In 1913 opende BASF de eerste kunstmestfabriek, in Ludwigshafen, Duitsland. Een revolutie. Chemie die gelijkstaat aan manna-regen. De eeuwige bottleneck voor al het leven op aarde was overwonnen door de mens. De hoeveelheid productie per hectare schoot omhoog en de hoeveelheid mensen op aarde ook. Er wordt geschat dat één op de twee stikstofdeeltjes in ons lichaam het resultaat is van dit chemische proces. De helft van de mensen op aarde leeft van de lucht. Allemaal dankzij Haber.

Hoe moeten we daarop terugkijken? Fritz Haber verdient in ieder geval geen krans. Dat was zo’n zeldzame figuur die brille met oneindige wreedheid combineerde. De vader van de kunstmest is tevens vader van de chemische oorlogsvoering. Hij was persoonlijk verantwoordelijk voor de gruwelijke Duitse gifgasaanvallen in WO-I. Ik kan u van harte aanbevelen meer over zijn leven te lezen.

Maar zijn uitvinding, kunstmest, moeten we die dan vieren? Op het eerste gezicht niet. Kunstmest leverde een enorme hoeveelheid vervuiling op. Behalve de mens profiteerden een heleboel andere soorten ook van al die extra stikstof in het grondwater, giftige groene bacteriën bijvoorbeeld. Glasheldere meren werden troebel, de visstand gingen achteruit, lucht- en water raakten vervuild.

Dit valt in het niets bij de vervuiling doordat twee keer zoveel mensen op aarde rondlopen dankzij kunstmest. Overbevolking is zo ongeveer de belangrijkste factor bij elke grote milieubedreiging. Mensen kunnen nog zoveel zonnecellen op hun dak zetten en water opvangen in regentonnen, het zijn allemaal dwerginitiatieven zodra ze besluiten een kind op de wereld zetten.

Toch groeit in geen enkel model de wereldbevolking ongeremd door. Dat komt deels doordat nieuwe grenzen aan de horizon opdoemen, zoals aan water, fosfaat en fossiele brandstoffen. Maar er is ook een ander soort grens. Die grens heet rijkdom. De bevolkingsgroei neemt af. Niet omdat er voedseltekort is, maar omdat rijkere landen, met hoger opgeleide vrouwen en lagere kindersterfte, over het algemeen kleinere gezinnen hebben. Uiteindelijk zal de wereldbevolking daardoor zelfs krimpen.

Het zou een mooie toekomst kunnen zijn: dat de hoeveelheid mensen op aarde helemaal niet meer beperkt wordt door voedselschaarste en hongersnoden. Maar dat de bevolking in evenwicht komt, omdat mensen uit welvaart besluiten aan geboortebeperking doen. Dat lijkt me een humane wereld. Op zo’n wereld wil ik wel leven.

Daarom drink ik toch maar een glaasje op de verjaardag van de industriële kunstmest.