Bedrijf onderwijst liever zélf

De bedrijfsvakscholen uit de Middeleeuwen keren terug. Vooral technische bedrijven hopen zo meer jongeren voor techniek te interesseren. NedTrain heeft ook een eigen school.

Jongeren aan het werk in de TechniekFabriek, de bedrijfsschool van NedTrain. Wie de opleiding succesvol afrondt, is zeker van een baan bij het treinonderhoudsbedrijf.

Hij perst een enorm ijzeren treinwiel met kracht vast op de as waarom het moet draaien. Hij, Han van der Star (23), staat voor een proefopstelling in het praktijklokaal van de bedrijfsvakschool van NedTrain, het onderhoudsbedrijf van de Nederlandse Spoorwegen. Buiten is te zien hoe treinen wegrijden en aankomen op station Zwolle.

Van der Star behoort tot de eerste groep die vorig schooljaar begon aan de bedrijfsvakschool van NedTrain: de TechniekFabriek. Het eerste jaar ontving hij een stagevergoeding en was hij vooral op deze leslocatie in Zwolle. Nu is hij tweedejaars en werkt hij vooral op de servicelocatie van NedTrain in Arnhem, waar hij in wisselende diensten treinen controleert en zo nodig repareert. Dit jaar ontvangt hij al salaris. En als hij de opleiding succesvol afrondt, is hij zeker van een baan bij het treinonderhoudsbedrijf.

NedTrain is niet het enige bedrijf dat een eigen vakschool heeft opgezet. Terwijl in de jaren negentig van de vorige eeuw bedrijfsvakscholen massaal sloten, beginnen nu steeds meer technische bedrijven opnieuw een eigen school. Er zijn er inmiddels zeker vijftig en het aantal groeit. Ze hebben last van het tekort aan technisch geschoold personeel en hopen met een baangarantie meer jongeren voor techniek te interesseren. Ze vinden bovendien dat de theorie op ROC’s vaak te weinig aansluit bij de specialistische praktijk binnen hun bedrijven.

„Veel technische bedrijven hebben dus geen vertrouwen meer in de werving en de kwaliteit van de technische opleidingen van de ROC’s”, constateert Wim de Graaf (61), coördinator van het Lectoraat Mechatronica aan de Avans Hogeschool in Breda en eigenaar van het bedrijf Wigracomp dat ook bedrijfsvakopleidingen opzet. „Ze gaan maar weer zelf opleiden.”

Bedrijfsvakscholen vinden hun oorsprong in de Middeleeuwen waar binnen gilden een vak werd geleerd, vertelt hij. Eerst was je leerling, dan gezel en ten slotte meester. Na de Industriële Revolutie namen bedrijven de taak van gilden over. Ze leidden in een bedrijfsschool hun eigen vakmensen op. Leerlingen die waren aangenomen op de bedrijfsvakschool van bijvoorbeeld Stork, Philips, RDM of Unilever zaten goed. Ze waren verzekerd van een baan voor het leven.

ROC’s namen werk van vakscholen over

In de jaren negentig van de vorige eeuw stopten veel bedrijven met hun vakschool omdat die te duur werd. Inmenging van de overheid maakte opleiden bovendien ingewikkeld. De overheid legde steeds meer nadruk op goed algemeen vormend onderwijs voor de hele bevolking. Dat betekende dat vakken als Nederlands, Engels, rekenen en burgerschap in elke vervolgopleiding verplicht werden. De overheid legde de taak te examineren neer bij Regionale Opleidingscentra (ROC’s) en verplichtte een bepaald aantal klokuren theorieonderwijs.

ROC’s namen het werk van de bedrijfsvakscholen over. In ruim vijftien jaar tijd ontwikkelden ze zich door vele fusies tot gigantische instellingen met vele managementlagen. Inmiddels leveren ze leerlingen af waar allerlei technische bedrijven, naar nu blijkt, niet blij van worden. De Graaf: „Veel ROC’s laten technische leerlingen bergen papierwerk produceren en hebben te weinig oog voor het handwerk in de dagelijkse praktijk. Ze luisteren slecht naar de wensen van bedrijven met leerwerkplekken. Dat is onverstandig.”

Marije Hulsbosch van de MBO Raad, de brancheorganisatie van de ROC’s, wordt moe van de discussie dat onderwijs en arbeidsmarkt slecht op elkaar zouden aansluiten. „Mbo-scholen zitten bijna dagelijks met bedrijven om tafel om naar hun wensen te luisteren. Maar het mbo moet van de overheid steeds breder opleiden. Het wordt te duur kleine, specialistische opleidingen in de lucht te houden”, zegt ze. „En als bedrijven studenten dan toch specialistisch willen scholen, zetten ze een bedrijfsvakschool op. Samen met een mbo-school. Want die hebben ze nodig voor scholing en examinering. Dus bij bedrijfsvakscholen werken bedrijven en mbo-scholen nog altijd samen. Alleen net op een andere manier.”

In Zwolle zegt manager van de bedrijfsvakschool van NedTrain Koen Sueters het als volgt: „Op het ROC leren leerlingen schema’s uit boeken. Maar wij willen dat ze vooral aan treinen sleutelen. Dat ze vanuit de praktijk de theorie leren.”

130 aanmeldingen, 30 plekken

Dat was voor NedTrain een belangrijke reden om na de sluiting van de eigen vakschool in de jaren negentig uit kostenoverwegingen, nu toch weer een eigen opleiding te beginnen. Verder speelden de krapte op de technische arbeidsmarkt een rol. In combinatie met het vergrijzende personeelsbestand. De gemiddelde leeftijd van de 1.500 monteurs in dienst van NedTrain is 55 jaar.

En het werkt. Voor het komende jaar zijn er al weer 130 aanmeldingen, terwijl er maar dertig opleidingsplekken te vergeven zijn. Dat geeft NedTrain de kans streng te selecteren op technische vaardigheden, gedrag en houding. Sueters: „ROC’s moeten iedereen aannemen, maar omdat wij de opleiding betalen en een salaris bieden, kunnen wij kiezen.”

De TechniekFabriek mag niet zelf examineren. Dat doet ROC Twente. Ook verzorgen docenten van ROC Twente op locatie in Zwolle de verplichte basisvakken. Sueters: „Wij willen dat zij alle vakken zo praktisch mogelijk benaderen. Ook het vak burgerschap, bijvoorbeeld. Geen standaardles over discriminatie. Maar een les die aansluit bij ervaringen van leerlingen op de werkvloer.”

Mannen die jarenlang in het treinonderhoud hebben gewerkt, geven de praktijkvakken. Hendrik van der Tuin (35) bijvoorbeeld. Hij werkte eerst als draaistelmonteur en later als elektromonteur bij NedTrain: „Ik weet precies wat er op de werkvloer moet gebeuren. Dus ik kan de leerlingen op maat afleveren.”

Zelf kwam Van der Tuin via een uitzendbureau bij NedTrain binnen. Hij had zeven jaar in garages gewerkt en nog nooit een draaistel (het wagentje waarop treinen rusten) van dichtbij bekeken. Hij ontdekte in de praktijk pas hoe boeiend hij treintechniek vond. „De jongens die van onze bedrijfsvakschool komen, kiezen er bewust voor met treinen te werken. Ze zijn stuk voor stuk gemotiveerd.”

Leerling Han van der Star heeft geen zolder vol modeltreintjes, zoals sommige van zijn klasgenoten. Nee, hij volgde na zijn vmbo in eerste instantie een opleiding autotechniek. Maar daarna vond hij geen baan. En toen zag hij een advertentie van de TechniekFabriek van NedTrain. Hij ging naar de open dag, was meteen enthousiast en kwam door de selectieprocedure.

Nu slijt hij vele dagen op het met hekken omsloten rangeerterrein in Arnhem. Vaak ’s nachts of in het weekend, omdat dan de meeste van de 3.000 treinen van de NS stilstaan. Hij controleert de stroomafnemers bovenop de treinen, de lucht- en oliefilters in de compressor van de locomotief, de remschijven. Als hij een trein heeft goedgekeurd, tekent hij voor de veiligheid. „Een hele verantwoordelijkheid.”