Als Joana niks wíl doen, dan hoeft dat niet Joana’s moeder

Joana (22) zit sinds tweeënhalf jaar in een gesloten psychiatrische afdeling. Het gaat steeds slechter met haar. Ze zegt bijna niets meer en haar kamer ruikt naar urine en zweet. De kliniek wil haar niet dwingen iets te doen. Haar moeder haalt haar er het liefst weg.

Door onze redacteur Frederiek Weeda

Het gaat vandaag iets beter met Joana dan vorige week. Ze keek haar moeder een paar keer aan toen die wat vroeg. Ze zweeg niet volledig. Ze zei ‘nee’, toen haar moeder vroeg of ze iets wilde drinken. En ‘nee’ toen ze vroeg of ze de groeten zou doen aan oma. Maar ze zéi tenminste iets. Maandenlang was dat niet gebeurd.

Haar kamer is wel even vies als vorige week. Het ruikt er naar urine en zweet en het raam kan niet open. De wc is vies. De vloer ligt bezaaid met handdoeken waar bruine vegen op zitten. Dat is geen poep, zei een begeleider later tegen haar moeder, dat is bloed want Joana is ongesteld. En trouwens, gisteren was haar kamer nog veel viezer.

Hanneke Joosten (49) komt net uit de gesloten inrichting voor psychiatrisch patiënten aan de rand van Amsterdam waar haar 22-jarige dochter Joana sinds een jaar woont. Een blokkendoos, van buiten, die ook kantoor had kunnen zijn. Haar dochter zat zoals altijd in joggingbroek en trui vanonder haar capuchon voor zich uit te staren. Geen make-up, niks. Het is het wekelijkse bezoek van Hanneke, op zondagmiddag, aan haar tweede kind – ze heeft er vier. De tweeling komt hier vrijwel nooit op bezoek, haar oudste zoon ook niet. Te confronterend. Joana’s biologische vader woont al jaren in Brazilië.

Joosten heeft de verslaggever uitgenodigd omdat ze wanhopig is over de situatie van haar dochter. Joana hoeft niks van haar behandelaars – behalve medicijnen slikken – en doet dus ook niks. Ze beweegt niet, eet ongezond, praat met niemand. Ze is bijvoorbeeld al weken niet buiten geweest, vertelt Hanneke. Want het leven in de inrichting draait om vrijwilligheid en ‘eigen verantwoordelijkheid’: als je niet naar buiten wilt, hoeft dat niet. Als je niks wilt doen, hoeft dat niet. Als je je kamer niet wilt schoonmaken, hoeft dat ook niet.

Joana lijdt aan schizofrenie. Hoewel, in het jaar dat ze hier zit, is die diagnose niet officieel gesteld. Ze wordt nog onderzocht. Het is een soort werktitel.

Ze is opgenomen op grond van een rechterlijke machtiging – onvrijwillig dus. In de 2,5 jaar dat ze nu in (twee) inrichtingen zit, heeft ze zes verschillende anti-psychotica geslikt. Niet één had een goed effect. Sterker, van één middel, begin dit jaar, werd ze heel agressief. Joosten: „Ik had al gezegd tegen haar behandelaars dat ze er agressief van werd, het viel me op. Toen werd de dosering verdubbeld, om te kijken of dát effect had. Ze ging door het lint, sloeg haar kamer kort en klein. Toen ik aankwam, zat ze als een wild beest in de separeercel. Niemand durfde bij haar in de buurt te komen. Ze zeiden: durft u? Ik zei: Natuurlijk! Het is mijn dochter.” Met dat medicijn is men toen gestopt.

Joana was een mooi meisje dat op het vwo zat en hele dagen danste voor de spiegel in haar slaapkamer. Op haar negentiende kreeg ze een psychose. Ze ging al een tijdje niet meer met haar vrienden om, hield zich steeds vaker afzijdig tijdens familiebijeenkomsten. Ze trok zich steeds langer terug op haar slaapkamer. En toen liep ze een keer weg, midden in de nacht. Haar moeder hoorde haar vertrekken en ging er achteraan. Joana bleef maar rennen langs een drukke weg. Toen haar moeder en vriend haar eindelijk konden tegenhouden en in de auto zetten, probeerde ze twee keer uit de rijdende auto te springen. Dat was de psychose. De politie moest erbij komen en haar handboeien omdoen, haar moeder moest bovenop haar zitten om haar te bedwingen. Ze werd opgenomen en heeft nooit meer thuis gewoond.

Aanvankelijk had Hanneke hoop dat de pillen, en een deskundige psychiatrische behandeling, haar dochter zouden helpen. Maar Joana is alsmaar zieker geworden. Toen ze eerst werd opgenomen, was ze verbaal sterk. Ze kon de rechter al snel overtuigen dat ze naar huis moest. Dat is toen niet gebeurd – de rechter luisterde toch naar haar moeder en de psychiater. Ze is opgenomen gebleven. En nu is er niks van over. Ze heeft geen contact met mensen, leest niks, ligt eigenlijk de hele dag op bed. „Als ik dat had geweten, had ik haar altijd thuis gehouden”, zegt Joosten.

In oktober vorig jaar was er opeens hoop. Een psycholoog onderzocht Joana en zei dat ze mogelijk autistisch is en dat ze dat door haar hoge intelligentie altijd heeft kunnen verbergen. Joosten: „Ik vond het aannemelijk. Ik herkende wat die psycholoog zei. Maar een paar weken later zei de psychiater: nee, het kan geen autisme zijn. Ik heb er nooit meer iets van gehoord.”

Joosten vecht al een paar jaar voor alternatieve behandeling: meer beweging, stimulans en: betere voeding, wat ze belangrijk vindt. Joana en twee van haar andere kinderen zijn allergisch voor zuivel maar in de inrichting krijgt Joana gewoon zuivel. „Gelukkig ben ik haar bewindvoerder en mentor, anders had ik als moeder van een meerderjarige helemaal niets in te brengen gehad.”

Sinds kort wil de behandelend psychiater Joana ‘elektroshock therapy’ geven. Dat is een methode uit de jaren dertig van de vorige eeuw die sinds 2000 wordt toegepast bij ernstige psychiatrisch patiënten wanneer medicijnen niet werken. De behandelend psychiater noemt het volgens Joosten „een logische stap”. Maar Joosten wil er niets van hebben. „Laat ze in hemelsnaam eerst andere dingen proberen. Om te beginnen: een gezonde leefstijl afdwingen.”