Al 203 heuvels

Nooit misten ze de Zevenheuvelenloop. Zes mannen die per jaar slechts een minuut langzamer lopen. Niet slecht.

Ze waren met vijfhonderd, in november 1984 – nu zijn er nog zes over. De mannen die nog nooit een Zevenheuvelenloop misten: 203 heuvels hebben ze al in hun bagage. De eerste keer mocht de loop maar 12 kilometer lang zijn van de atletiekunie, sindsdien loopt een steeds verder uitdijende massa 15 kilometer door en om Nijmegen. Zondag zullen het er 30 duizend zijn, onder wie voor het jubileum uitgenodigde eregasten uit het verleden als Nijboer, Ten Kate, Gebreselassie. Maar geen van die oude sterren heeft het uithoudingsvermogen van Kees Stunnenberg, Joop Coolen, Dannie Kok, Gertie Harleman, Ricardo Pengel en Chris Engelaar.

Hier lopen ze mooi in een waaier – het lijken wel wielrenners tijdens een ploegentijdrit – maar laten we eerlijk zijn: als rennende mannen elkaar kennen, maken ze er een wedstrijd van. Let vooral op Pengel, die nu verscholen in voorlaatste positie loopt, maar die al dertig jaar de snelste is van deze zes. Hij kwam vorig jaar na 1 uur, 23 minuten en 45 seconden over de finish, vier minuten voor Chris Engelaar, die ook hier in zijn schaduw rent. Ze hebben in de loop der jaren wel wat snelheid ingeboet: in 1985 deden ze een halfuurtje korter over de 15 kilometer. Een minuut verval per kalenderjaar, dat is niet slecht. En misschien lukt het Engelaar dit keer wel: zo lang mogelijk volgen, wachten, kijken. Tot honderd meter voor de finish: daar gaat hij pats-boem-erover. Dat is het plan; nu alleen nog doorlopen.