‘93.000 kinderen gebruiken antidepressiva’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

Tim, Fleur, Anass. Ze kwamen het afgelopen jaar in het nieuws omdat ze op jonge leeftijd zelfmoord pleegden. Was het te voorkomen geweest, is in zulke gevallen de vraag. En daarbij wordt vooral gekeken naar de school: wat kan die doen om depressieve leerlingen te helpen?

Daarover gaat ook het boek Depressieve leerlingen van Ard Nieuwenbroek, dat deze week verscheen. Volgens de psychotherapeut is depressiviteit onder kinderen een groeiend probleem. Er zijn zelfs depressieve kleuters en peuters. En er zijn harde cijfers: het gebruik van antidepressiva is onder jongeren sneller toegenomen dan onder andere leeftijdsgroepen. „Er zijn nu 93.000 kinderen tussen de 0 en 17 jaar die lijden aan een depressie en met medicijngebruik overeind blijven”, schreef Trouw, dat de auteur deze week interviewde over zijn boek.

93.000 kinderen die antidepressiva gebruiken, dat is nogal wat. Niet voor niets zet Trouw het getal boven het artikel. Maar zou het kloppen?

Waar is het op gebaseerd?

Trouw verwijst in het artikel naar het jaarrapport van de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK). Ook Ard Nieuwenhuis verwijst in zijn boek naar deze stichting. De SFK verzamelt en analyseert gegevens over medicijngebruik in Nederland. Zij maakt daarvoor naar eigen zeggen gebruik van informatie van 95 procent van alle apotheken. Die leveren medicijnen aan 15,3 miljoen personen in Nederland.

En, klopt het?

In het jaaroverzicht van de SFK staat niet hoeveel antidepressiva er door 0 tot 17-jarigen worden gebruikt in Nederland. Maar een woordvoerder kan de cijfers wel snel geven. Inderdaad blijkt het gebruik van antidepressiva onder jongeren te zijn gestegen. In 2007 waren er 7.300 personen in de leeftijd van 0 tot en met 17 jaar die antidepressiva van de apotheek kregen. Vorig jaar waren dat er 9.300.

Dat is heel wat minder dan 93.000, om precies te zijn een factor 10. „Er moet een nul af”, zegt Ard Nieuwenbroek, de auteur. „We hadden in de research een double check moeten doen en het is een omissie dat we dit niet hebben gedaan.”

Nog een kleine nuancering: de SFK houdt bij hoeveel mensen „minstens één verstrekking” van een geneesmiddel hebben gekregen in een jaar. Sommigen zullen de antidepressiva het hele jaar hebben gebruikt, anderen maar een paar maanden. Eigenlijk kun je die niet zo maar bij elkaar optellen en zeggen: die zijn nu allemaal depressief. Want een deel is misschien al weer genezen, als een ander deel nog moet beginnen met gebruiken. Je moet dus zeggen: 9.300 kinderen hebben in 2012 antidepressiva gebruikt.

Auteur Ard Nieuwenbroek noemt 9.300 „nog steeds een opmerkelijk getal”. „Er is wél sprake van een behoorlijke groei.” Hij is dan ook niet bang dat de fout gevolgen heeft voor wat hij verder in zijn boek betoogt: dat scholen meer kunnen doen om depressiviteit bij leerlingen te herkennen en hen te helpen bij het krijgen van de juiste zorg. Hij verwijst naar een publicatie uit 2009 waarin wordt gesteld dat 5 tot 8 procent van de tieners en adolescenten kampt met depressiviteit. Voor kinderen zijn antidepressiva een uiterste redmiddel, zegt Nieuwenbroek. „Die worden alleen voorgeschreven als het niet anders kan, als het echt gaat om een levensbedreigende depressie.”

Conclusie

Vorig jaar waren er 93.000 kinderen tussen 0-17 jaar die antidepressiva kregen, schrijft psychotherapeut Ard Nieuwenbroek in zijn zojuist verschenen boek Depressieve leerlingen. Uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen blijkt dat het in 2012 ‘slechts’ om 9.300 kinderen gaat, een factor 10 minder. De auteur laat weten een rectificatie toe te voegen aan het boek. We beoordelen de stelling als onwaar.

Ook een bewering langs zien komen die je graag gecheckt zou willen zien? Mail nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nextcheckt