Verzamelaars zoeken dure foto’s op Paris Photo

De markt voor fotografie groeit snel. Dat is te zien op de 17de Paris Photo. Alle grote namen zijn present.

Net als galeriehouder Robert Koch na de zoveelste vraag van een goedbedoelende fotoliefhebber weer achter zijn flinterdunne laptopje zit, houdt een onopvallend ouder stel stil bij een hoekje vintageafdrukken uit 1927 van de Tsjech František Drtikol.

„Kost dat?”

Koch, die een bloeiende kunsthandel bestiert in San Francisco, springt weer op en noemt een bedrag met zes nullen. Het echtpaar geeft geen krimp. De man – van kleur verschoten ruitjesjasje, geitensik – wil weten of er nog meer is. Met een doos vol afdrukken komt Koch even later achter een gordijntje vandaan.

Alles draait op de gisteren voor het publiek geopende zeventiende editie van Paris Photo om de handel. Alleen de rijkste galeries kunnen zich een plekje onder de majestueuze koepel van het Grand Palais veroorloven. Een bescheiden standje kost snel 40.000 euro en dan zijn vervoer en verzekering nog niet betaald.

Dat is voor Koch, die ook werk van bijvoorbeeld Man Ray en Josef Sudek heeft meegebracht, geen probleem. „Je moet er hier bij zijn”, zegt hij tussen de zaken door. „Dit is de enige plek waar alle Europese fotoverzamelaars naartoe komen.” Paris Photo, dat dit jaar in april voor het eerst ook een beurs organiseerde in Los Angeles, is volgens hem het belangrijkste foto-evenement van het jaar.

Maar het is niet per se de plaats om nieuw talent te vinden. „Wie hier hangt, heeft het al gemaakt”, beaamt Marloes Krijnen, directeur van fotomuseum Foam in Amsterdam. „Paris Photo is bovenal belangrijk voor de contacten: iedereen is er.” Koch: „Je wilt overal nieuw werk vinden, maar hier zijn het de seven-figure pieces.”

Rondom de voor niet-verzamelaars met 28 euro entreegeld tamelijk dure beurs is in Parijs dezer dagen traditiegetrouw tot en met zondag ook een aantal kleinere tentoonstellingen georganiseerd – zoals Photo off in Belleville en Offprint Paris – waar de nog niet gevestigde namen exposeren. „Dat is eigenlijk veel leuker”, vindt de Nederlandse uitgever Maarten Schilt, die een boek met werk van Emmy Andriesse presenteert. Om op Paris Photo uit de kosten te komen moeten galeries het volgens hem vooral hebben van vintageprints van overleden fotografen. „Dan hoef je niet ook nog eens de kunstenaar te betalen”, rekent hij voor.

Ondanks de financiële crisis is de internationale verkoop van fotografie de laatste tien jaar meer dan verdubbeld. Werd in 2002 nog voor zo’n 50 miljoen euro verkocht, in 2012 was dat volgens marktanalist Artprice 115,5 miljoen. 2013 belooft voor de handel het beste jaar ooit te worden, zeggen de onderzoekers: voor (contemporain) werk van de Duitser Andreas Gursky en de Amerikanen Cindy Sherman en Richard Prince zijn recentelijk miljoenen neergelegd.

Mooi werk van Prince en van bijvoorbeeld ook Lee Friedlander (The Little Screens: tv-toestellen in zwartwitte jarenzestiginterieurs) is in een zijvleugel van het Grand Palais te zien bij een selectie uit de imposante collectie van de Duitse industrieel Harald Falckenberg. „Ik vind het concept vintage overdreven”, zei de trendsettende verzamelaar in een interview. „Mensen kopen het als juwelen, ik ben geïnteresseerd in ideeën.”