Slaapwandelen naar de ondergang

Toen de eurocrisis zo’n twee jaar geleden het hele bouwwerk van de Europese Unie deed wankelen, was de historicus Christopher Clark bezig aan het laatste deel van zijn boek over de Eerste Wereldoorlog, The Sleepwalkers, in het Nederlands vertaald als Slaapwandelaars; Hoe Europa in 1914 ten oorlog trok. Clark kan het niet laten om in de conclusie van zijn boek een parallel te trekken tussen toen en nu.

De politieke spelers in de eurocrisis, schrijft hij, waren zich er net als die in 1914 van bewust dat een catastrofale afloop mogelijk was. In die zin „zijn we tijdgenoten van de mannen van 1914”. Destijds was de uitkomst een verwoestende wereldoorlog. Hoe het nú afloopt weten we nog niet, en of de ondergang van de euro inderdaad een catastrofe zou zijn evenmin. Maar Clark geeft de herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog die ons volgend jaar te wachten staan wel bijvoorbaat een onheilspellende lading.

Historische vergelijkingen zijn in Nederland sinds een jaar of tien taboe. Vooral hoeft niemand meer met de Tweede Wereldoorlog aan te komen om een punt te maken, en al helemaal niet als argument voor Europese integratie. Laten we liever vooruitkijken, is hier het parool.

In Duitsland hebben ze daar minder last van, het verleden is er nu eenmaal te groot om te negeren. Die Schlafwandler wordt in Duitsland gretig op het heden betrokken, en niet alleen op de crisis in de eurozone. De Frankfurter Allgemeine Zeitung noemt het alom geprezen werk een waarschuwing voor deze tijd: „De apocalyps is mogelijk. Er is niet veel voor nodig om haar te ontketenen. Honderd jaar geleden was het een moordaanslag. Nu kan het de burgeroorlog in Syrië zijn.” De les van het boek is dat we „de explosieven onschadelijk moeten maken voor het te laat is”.

Wat dat concreet betekent mag iedere lezer zelf bedenken. Is het een aansporing om in de eurocrisis geen wilde risico’s te nemen? Dat zou een moraal zijn waar de Duitsers en Angela Merkel wel mee uit de voeten kunnen. Of gaan ze dan juist slaapwandelend de ondergang tegemoet?

Het boek van Clark, dat in september in Duitsland verscheen, is daar een besteller, waarvan nu wekelijks 20.000 exemplaren worden verkocht. Dat is niet zo gek als je bedenkt dat Clark behalve een waarschuwing ook goed nieuws heeft voor de Duitsers. Hij maakt korte metten met de stelling dat Duitsland de hoofdschuldige was aan de Eerste Wereldoorlog. Sinds begin jaren zestig was dat in Duitsland de dominante visie, gevoed door de onmiskenbare schuld van nazi-Duitsland aan de Twééde Wereldoorlog.

Volgens Clark was het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog het gevolg van een brede Europese crisis, en waren de hoofdrolspelers in de andere landen er even schuldig aan dat het zo gruwelijk uit de hand liep. Niet alleen Duitsland was agressief en achterdochtig, tegelijk zwak en erop gebrand om te tonen dat het sterk was. Al deze landen waren boosdoeners, zoals een opgeluchte krantenkop luidde boven een artikel over Die Schlafwandler.

Is ook op dat punt – de schuldvraag – een parallel te trekken met het heden en de eurocrisis? Zijn ook nu „alle landen boosdoeners”? En lopen de politieke leiders van nu ook allemaal, stapje-voor-stapje, af op de ondergang, „blind voor de werkelijkheid van de gruwelen die ze over de wereld zullen uitstorten”, zoals Clark schrijft over de hoofdrolspelers van de crisis van 1914?

Hoe verleidelijk het ook kan zijn dat soort vergelijkingen met honderd jaar geleden te maken, de verschillen tussen toen en nu zijn zeker zo groot als de overeenkomsten. Anders dan toen hebben we nu bijvoorbeeld „machtige supranationale instituties”, schrijft Clark, waarin we bij conflicten kunnen bemiddelen en naar oplossingen zoeken. Zoals, inderdaad, de Europese Unie.

Juurd Eijsvoogel schrijft iedere week op deze plaats over internationale kwesties