Saar: niet de mooiste, maar wel beschikbaar

Dat was best chaotisch gisteren, de ontvangst van de cijfers over de economische groei. Niet de presentatie, daar was niets mis mee. Het Centraal Bureau voor de Statistiek doet zoals gewoonlijk zijn werk uitstekend en stuurt de resultaten met toelichting de wereld in. Maar de cijferbrij is kennelijk zo ingewikkeld dat de ontvangers ervan in de war raken. Het NOS-journaal bijvoorbeeld rapporteerde een economische groei van 0,1 procent van kwartaal op kwartaal (hierna te noemen: qq), dankzij een exportgroei met 2,1 procent. Fout. Het ministerie van Economische Zaken liet minister Kamp verheugd maar voorzichtig reageren in een bericht waarin werd gesproken van groei na vier kwartalen krimp. „In het tweede kwartaal kromp de economie nog.” Fout. Het CBS stelde dat kwartaal bij naar nulgroei. Best pijnlijk voor het departement waar het CBS zelf onder valt. En zo waren er meer, veel meer, fouten en misverstanden.

De belangrijkste reden daarvoor? Vroeger rapporteerde het CBS de economische groei op jaarbasis (yy), dus ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar geleden. Maar de tijden zijn veranderd. Mede onder invloed van de Angelsaksische manier van presenteren, gaat het nu om de groei qq. Daar komt ook de definitie van een recessie vandaan (ten minste twee kwartalen krimp qq achtereen).

De fout die door een groot aantal mensen en media wordt gemaakt is dat de economische groei qq wordt opgeschreven en uitgezonden, maar de opsplitsing van de cijfers (consumptie, investeringen, export) vervolgens yy wordt gedaan. Die gegevens hebben niets met elkaar te maken. Want, nee, de economische groei qq in het derde kwartaal was niet dankzij de exportgroei van 2,1 procent yy. De exportgroei qq, hier relevant, was nul.

Dan is er nog het probleem met qq zelf. Als dat je dat zomaar meet, dan krijg je ontoelaatbaar forse uitslagen: bijvoorbeeld een enorme groei van kwartaal drie naar kwartaal vier (grote uitgaven in december), gevolgd door een gigantische krimp van kwartaal vier naar kwartaal een van het volgende jaar. Daar heb je niets aan en dus moeten er ingewikkelde seizoenscorrecties worden toegepast – mede een oorzaak van het ‘statistisch residu’ dat de cijfers van gisteren vertroebelde.

Maar het is niet anders: qq is de internationale trend, of je wil of niet. Dan moet de opsplitsing van de cijfers qq dus ook maar meer naar voren worden gehaald, en die van yy wat dieper weggestopt – om misverstanden te voorkomen.

Maar hou je dan geen heel kleine cijfertjes over? Ja. De Amerikanen hebben daar sinds jaar en dag een oplossing voor. Die ‘annualiseren’ hun kwartaalcijfers. Dat betekent dat wordt gedaan alsof de gerapporteerde groei zich vier kwartalen lang had voorgedaan. Van onze 0,1 procent groei van gisteren, om precies te zijn 0,086 procent, kan worden gezegd dat de economie 1,00086 maal zo groot was als in het tweede kwartaal. Had deze groei zich vier kwartalen lang voorgedaan, dan was de economie dus 1,00086 tot de vierde macht groter geworden. Dat geeft 1,00346, dat weer kan worden terugvertaald als, afgerond, 0,3 procent.

De bbp-cijfers worden zo dus eerst seizoensgecorrigeerd en daarna geannualiseerd: voor analisten is dat gesneden koek: zij kennen het als seasonally adjusted annualized rates (SAAR). Hoe zou de rapportage van gisteren er, berekend vanuit de ruwe data van het CBS, op deze manier hebben uitgezien? 0,3 procent economische groei dus, waarbij de import met 1,1 procent toenam en de export met 0,0 procent gelijk bleef. De consumptie kromp met 1,4 procent, maar de investeringen groeiden met 8 procent.

Misschien moet het voortaan maar op deze manier, want geef toe: dit is misschien wat hijgerig, maar eenduidig is het wel. En het voorkomt voortaan een boel misverstanden.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.