Reorganisatie justitie vertraagt afhandeling van strafzaken

Door reorganisaties bij politie en rechtbanken blijven duizenden zaken liggen bij het Openbaar Ministerie.

Openbaar Ministerie (OM) en rechtbanken hebben dit jaar minder zaken afgerond dan vorig jaar. Tegelijk is sprake van „een lichte afname” van het aantal misdrijven dat de politie het OM aanleverde.

Dat staat in een brief over ‘prestaties in de strafrechtketen’, die minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Opstelten wil juist dat criminaliteit sneller wordt bestraft. Politie, OM en rechtspraak moeten daartoe beter met elkaar samenwerken. Dat er nu meer zaken blijven liggen, is volgens de minister tijdelijk. Het vloeit voort uit de reorganisatie van politie en de gerechtelijke organisatie. Vorig jaar bracht hij het aantal rechtbanken terug van negentien tot elf. De geografische indeling ervan werd zo gelijkgetrokken aan de nieuwe regio-indeling van de politie.

Bij het Openbaar Ministerie steeg het aantal zaken dat klaarligt om door de rechter behandeld te worden dit jaar met ongeveer 7.200 stuks, schrijft Opstelten. Dat zijn voor de helft overtredingen en voor de helft misdrijven, zwaardere delicten. Jaarlijks behandelt het Openbaar Ministerie zo’n 250.000 misdrijven.

Ook bij het Openbaar Ministerie zelf is het aantal zaken gestegen waarbij een officier van justitie nog moet besluiten op welke manier een verdachte wordt vervolgd. De hoeveelheid te beoordelen misdrijven steeg met 6.700 zaken, het aantal overtredingen met 11.000.

Opstelten schrijft dat rechtspraak en OM „heldere afspraken” moeten maken over wanneer een zaak klaar is om er een zitting over te houden. Bovendien stelt hij het OM „in staat tijdelijk extra capaciteit aan te trekken voor het afhandelen van de te beoordelen zaken”. Hoeveel geld hij daarvoor uittrekt, is niet duidelijk. Volgende week bespreekt de Tweede Kamer de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie.