Poffertjes eten op z’n Russisch

In het kader van de Nederlands-Russische culinaire detente is het recept van vandaag opgelegd pandoer. Er is een treffende overeenkomst tussen de Russische blini en het Nederlandse poffertje. Beide zijn, volgens de regelen der kunst, bereid met boekweitmeel en verse gist. Een blini met haring behoort ook tot het gastronomisch repertoire, al zal dat in Rusland geen Hollandse nieuwe, maar een ingelegde of gerookte haring zijn.

Verhit de melk tot lauwwarm (40° C). Los eerst de gist en dan de suiker op in de melk. (Volg bij gebruik van gedroogde gist de aanwijzingen op de verpakking.) Laat de gistmelk op een warme plek rusten tot er aan het oppervlak belletjes zijn ontstaan. Zeef de bloem, het boekweitmeel en het zout in een hoge mengkom. Maak een kuiltje in het midden en giet daar het gistmengsel in. Roer het met behulp van een elektrische mixer – met de hand is Siberische dwangarbeid – tot een klontvrij beslag. Roer het ei en de zure room erdoor. Laat het beslag met een vochtige theedoek afgedekt op een warme plaats een uur rijzen. Het wordt een tamelijk stevig beslag.

Verhit de poffertjespan. Vul de met gesmolten boter bestreken kuiltjes tot iets onder de rand met het beslag. Draai ze om met een vork als de onderkant goudbruin is en de bovenkant niet meer vloeibaar is en kleine putjes begint te vertonen. Bak de andere kant goudbruin. Wip ze uit de pan.

Leg op elk poffertje een paar reepjes haring en wat sjalotsnippers. Maal er wat peper over. Leg er een dotje zure room op en bestrooi ze met fijn geknipte bieslook. Serveer ze als borrelhapje of amuse, of presenteer een portie poffertjes als voorgerecht. Een glaasje wodka of korenwijn erbij versterkt de detente.