Overactieve Jamie Cullum moderniseert jazzklassiekers

Het is al weer tien jaar geleden dat de nu 34-jarige Britse zanger/pianist Jamie Cullum op zijn gympen de heilige huisjes van de jazz omgooide. De toen eigenwijze twintiger die ‘jazz weer cool maakte’, scoorde, maar had de laatste jaren een nieuw geluid uit te vinden. Uiteindelijk verstevigde hij zijn sound tweeledig: van breed beïnvloede pop met een jazzhart tot gemoderniseerde jazzklassiekers.

Ook al is zijn recente cd Momentum geen recordbreker gebleken, Jamie Cullums live-reputatie is onverminderd solide met drie uitverkochte shows in Nederland. Maar in al zijn gretigheid, danig onder de indruk van het weer zeer ontvankelijke Paradiso, verliep de concertopening rommelig. Cullum wilde veel, maar worstelde met de dosering en overdracht. Gejaagd en wat onbezonnen ging hij met zijn veelzijdige kwartet door de eerste nummers, zoals Same Thing, terwijl het geluid ook nog slecht rondzong. Bij Cole Porters Just One of Those Things kreeg Cullum grip op zowel zijn spel als zang.

Als altijd toonde de zanger zich tijdens zijn optreden een overactief, alles gevend, onvermoeibaar podiumdier. Hij stuiterde over het hele podium, sprong van zijn vleugel, en sloeg met verve op minidrums. Zijn modernisering van oude jazzklassiekers, soms rommelend met breakbeats, levert steeds weer verrassingen op. Nu legde hij een aardig lusje tussen I Could’ve Danced All Night en Daft Punks Get Lucky, waarbij hij de snarenbak gebruikt ter begeleiding.

Bij de gemoderniseerde versie van Love For Sale, voorzien vaneen zompige dreunbeat, trok de kleine zanger enthousiast zijn publiek in. Daar stond dan juist een ingetogen solo-pianoversie van de Beatles-klassieker Blackbird tegenover.

Amanda Kuyper