Onze Anne

Dinsdag verscheen Anne Frank verzameld werk, waarin voor het eerst alles wat Anne geschreven heeft (de verschillende versies van haar dagboeken, gedichten, brieven, verhalen) bij elkaar is gebracht. Terwijl ik in de prachtige Ets Haim-bibliotheek aan het Mr. Visserplein minister Bussemaker hoorde spreken over hoe Annes dagboek het belangrijkste oorlogsdocument ter wereld is, vroeg ik me af of wij Nederlanders – en met name wij Amsterdammers - zelf ook doordrongen zijn van het belang van Anne Frank. Laat ik die vraag in elk geval voor mezelf beantwoorden. Uiteraard heb ik Het Achterhuis gelezen, ik denk 20 jaar geleden, en uiteraard deed dat me wat. Maar, zoals dat gaat met schatten in je eigen stad, word je er soms ook per ongeluk onverschillig van. De Nachtwacht? Wel eens gezien. Joints? Wel eens gerookt. De grachten? Mooi, hoor. Het Achterhuis? Wel eens gelezen. Vroeger. Anne Frank Huis? Nooit geweest. En ja, daar schaam ik me voor.

Jarenlang werkte ik als serveerster op een rondvaartboot – het mooiste bijbaantje dat er bestaat – en behalve dat het fijn was dat ik mooi uitzicht had tijdens het werken, was het ook goed om de stad te bekijken door de ogen van toeristen. Omdat ik zelf toen nog niet zoveel van de wereld had gezien, leerde ik door hen veel over andere landen en daardoor automatisch ook over Amsterdam. Zo herinner ik me dat er eens een man was die vertelde hoe absurd op tijd onze trams en treinen reden in tegenstelling tot het openbaar vervoer in Moskou. Iemand uit New Delhi begreep maar niet waar we al ons vuilnis toch verstopten. In zijn stad lag dat gewoon op straat. Natuurlijk had je knetter stonede toeristen die er niet over uit konden dat je hier zomaar wiet kon kopen (de vraag is hoe lang nog), maar het meest enthousiast was men over onze kunstschatten; Van Gogh, Rembrandt, Vermeer, en over de koddige grachten. Toch, de hoofdprijs voor populairste attractie van Amsterdam was onmiskenbaar voor Anne Frank. Toeristen, ongeacht van welke leeftijd, uit welk deel van de wereld en stoned of niet, vielen zowat flauw als we langs het Anne Frank Huis voeren. Ik overdrijf niet. En let wel: we voeren er alleen nog maar langs. Vanaf het water zie je een groene gevel. Dat is alles. Ik vroeg vaak verbaasd aan mijn passagiers waarom ze daar al zo van ondersteboven waren. De antwoorden waren voorspelbaar, maar oprecht: ze vonden Anne inspirerend, het dagboek had een enorme indruk gemaakt, ze had alles zo wijs verwoord terwijl ze nog maar zo jong was, en haar boodschap was universeel. En nu waren ze zó dichtbij! Dichtbij onze Anne.

Wij zijn altijd dichtbij. En toch– of juist daarom – had ik toeristen nodig om tot me door te laten dringen hoe bijzonder Anne Frank was. In Het Verzameld Werk las ik dat Het Achterhuis destijds ook eerder een bestseller was in Amerika dan in Nederland. Typisch? Gisteren las ik het volledige Achterhuis. Ademloos. Voor ik het wist was ik weer bij de woorden ‘Hier eindigt Annes dagboek’ die opnieuw een knoop in mijn maag legden.

Ik pleit voor herlezing voor wie achteloos langs Prinsengracht 263 fietst. Vandaag ga ik er eindelijk heen. Flauwvallen doe ik vast niet – ik ben wel gewoon een Amsterdammer.