Onderzoek naar voeding is vaak ‘te mooi om waar te zijn’

‘Eet dit en je halveert je kans op kanker’, suggereert veel onderzoek. Maar die studies zijn vaak slecht uitgevoerd.

Veel resultaten van onderzoek naar voeding en gezondheid zijn „totaal ongeloofwaardig”. De uitkomsten zijn vaak „te mooi om waar te zijn”. Dat schrijft epidemioloog John Ioannides in een gisteren gepubliceerd commentaar in het British Medical Journal. Stanfordhoogleraar Ioannides is berucht om zijn harde, maar onderbouwde kritiek op slecht uitgevoerd medisch onderzoek. Nu richt hij zijn pijlen op het voedingsonderzoek.

Ioannides schrijft dat er met onderzoek naar ondervoeding en naar de belangrijkste voedingsbestanddelen weinig mis is. Hij hekelt het vele onderzoek, gepubliceerd in goede wetenschappelijke tijdschriften, „dat suggereert dat we met een paar porties per dag van één voedingsmiddel de dreiging van kanker kunnen halveren.” Het gaat bijvoorbeeld om onderzoek naar noten, groenten, chocola en vruchten. In werkelijkheid is het effect meestal kleiner dan 5 procent.

Ioannides’ commentaar is op feiten gebaseerd. Vorig jaar publiceerde hij met collega Jonathan Schoenfeld een artikel waarvoor ze als steekproef van vijftig ingrediënten uit kookboekrecepten selecteerden. Daarvan zochten ze in de wetenschappelijke literatuur of ze de kans op kanker vergroten of verkleinen. Dat was zo bij veertig ingrediënten. Eén voedingsmiddel liet soms een meer dan verdubbelde kans op kanker zien, in ander onderzoek een halvering van de kans. Driekwart van de onderzoeken was statistisch zwak. Als de onderzoeken voor één ingrediënt werden samengeveegd in meta-analyses bleef er maar voor dertien ingrediënten een verhoogd of verlaagd risico op kanker over. En de helft ervan was statistisch gezien nog steeds niet overtuigend.

De conclusie: het kankergevaar of juist de kankerbescherming van een voedingsmiddel slinkt doorgaans als er beter onderzoek is gedaan.