Houtje-touwtjecrimineel

Lezen // Debuut OM HET NU Barry Smit Atlas Contact, 159 blz. € 17,95

Het leven is een opeenvolging van op zichzelf staande ‘events’. De moderne mens benadert zijn leven niet langer als een narratief, beweert een van de personages in Thomas Pynchons nieuwe roman Bleeding Edge. We zouden niet langer reflecteren op het verleden en daar onze koers op afstemmen, maar hoppen van de ene prikkel naar de andere. Een roman die hier helemaal op is afgesteld, is het debuut van Barry Smit (39), Om het nu. De titel zegt het eigenlijk al. Aan de hoofdpersoon, de jongen is een jaar of twintig, kleeft nauwelijks verleden, en over wat de dag van morgen moet brengen denkt hij al helemaal niet na. Zijn ouders denken dat hij keurig studeert, terwijl hij zich in feite roert in het criminele circuit en voortdurend onder invloed is van verdovende middelen. De jongen is een jager op ‘kicks’. Tijdens een gevecht als AZ-hooligan vertrouwt hij de lezer zijn levensmotto toe: ‘Geen idee of ik pas twee tellen of al een eeuwigheid aan het rammen ben. Ik weet alleen dat niets beter is dan dit permanent nu, dat zich van alles losgezongen heeft.’

Je kunt gerust zeggen dat Smit de filosofie van zijn held in de romanstructuur en in de tekening van de personages heeft doorgevoerd. Die is er namelijk niet of nauwelijks. De hoofdstukjes, met bondige titels als ‘Kelder’ of ‘Los’, en die maar een paar pagina’s beslaan, zijn zo goed als inwisselbaar. Er zijn de bezoekjes aan de horeca, er zijn de katers, er zijn de knokpartijen, maar er is niet veel dat erop wijst dat we ze nu net in die volgorde moeten lezen.

Afgezien van één mooi hoofdstuk, waarin een stervende oma wordt bezocht, wordt er in het gehele boek geen poging ondernomen om het hoofdpersonage wat meer dimensie te geven. Smit heeft er wat mee willen zeggen, en hij slaagt daar ook in, maar is wel vergeten dat het natuurgetrouw neerzetten van een probleemgeval iets anders is dan het scheppen van een boeiend romanpersonage.

En toch verveelt Om het nu geen moment. Dat heeft vooral te maken met het vermoeden dat Smit behoorlijk ingewijd is in de materie. Er wordt werkelijk een gedegen kijkje gegund in de keuken van een houtje-touwtjecrimineel die nog talent heeft ook. Er zweeft een potentiële generatieroman in rond, en een potentiële vader-zoonroman, maar Smit is vergeten om één van de twee werkelijk uit te werken.